Informatie en ondersteuning

Onderzoek, ontwikkeling en innovatie

Bouwdetail - plat dak-doorvoering

Dakwaterafvoer doorheen een buitenmuur. Bitumineuze afdichting

Referentie: 1155
Publicatiedatum: 31-03-2014

1155_DET1_1.svg
  1. Thermische onderbreking om de koude brug te vermijden
  2. Dampscherm (zie TV 215, hoofdstuk 6)
  3. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  4. Extra strook (of onderlaag bij een meerlaagse afdichting) om de plakplaat in te kleven
  5. Plakplaat
  6. Dakafdichting
  7. Verlaagde thermische isolatie om de verzonken plaatsing van de tapbuis mogelijk te maken
  8. Dakwaterafvoer
  9. Helling
  10. Standleiding met vergaarbak
  11. Soepele voeg
  12. Afdichtingsstrook
  13. Hellingslaag
1155_DET2_1.svg
  1. Extra strook bij een eenlaagse afdichting of onderlaag bij een meerlaagse afdichting
  2. Tapbuis met een plakplaat
1155_DET3_1.svg
Uitvoering van de plakplaat van de tapbuis nabij de dakrand ter hoogte van een hoek
 
  1. Extra strook bij een eenlaagse afdichting of onderlaag bij een meerlaagse afdichting
  2. Tapbuis met een plakplaat
Indien de afdichting uit bitumen bestaat, worden de metalen hulpstukken voorafgaandelijk ingestreken met bitumenvernis of ondergedompeld in warm bitumen teneinde de hechting te verbeteren, de lasnaden te beschermen, rechtstreeks contact met het cement te voorkomen en corrosie uit te sluiten (zie WTCB-Tijdschrift, nr. 3/4, katern nr. 3, 1989). Bij gebruik van dergelijke afdichtingen verdient het dus de aanbeveling om het metaal van een aangepaste coating te voorzien (periodiek onderhoud) of om de afdichting te beschermen tegen een directe bezonning (leislag, ballast, ... ; zie TV 215).
 
De plakplaat dient steeds tussen twee afdichtingslagen aangebracht te worden. Dit kan zowel gebeuren door lassen, met warm bitumen als met koudlijm. Bij meerlaagse afdichtingen wordt er hiertoe een onderlaag geplaatst (waarvan de naden buiten de zone van de plakplaat moeten vallen), terwijl men bij eenlaagse afdichtingen een extra strook aanbrengt.
 
Bij niet-luchtdichte dakvloeren of opstanden dient men de plakplaat mechanisch te bevestigen.
 
Zoals eerder vermeld, zou de dakwaterafvoer zich op het laagste punt van de afschotlijn moeten bevinden en dit, liefst in een speciaal hiertoe voorziene uitsparing of verdieping in de dakvloer. De aansluiting gebeurt met een aparte afdichtingsstrook (nr. 12) die niet tot op de isolatie mag doorgetrokken worden om een meerdikte ten gevolge van de overlapverbinding te vermijden.
 
Indien de plakplaat even hoog is als de muur, moet de extra strook hier volledig over doorgetrokken worden. Bij hogere muren moet de onderlaag of de extra strook hoger komen dan de plakplaat, zodanig dat deze laatste door de twee afdichtingslagen (onder- en bovenaan) zou ingesloten worden.

Gerelateerde publicaties

Technische voorlichtingen

Aansluitingsdetails bij platte daken : algemene principes (vervangt de TV 191) (+ correcties van februari 2015).
TV 244 is een herziening van de TV 191, die gewijd was aan de aansluitingsdetails bij platte daken. In voorliggende TV komen de volgende onderwerpen aan bod : dakgoten, dakwaterafvoeren, nooduitlaten, opstanden, dakranden, bewegingsvoegen, dakdoorbrekingen en sokkels en de onderlinge verbinding van verschillende types afdichtingen.
Auteur: Mahieu (E.)
Prijzen: Enkel on-line beschikbaar
Download in PDF-formaat