Informatie en ondersteuning

Onderzoek, ontwikkeling en innovatie

Bouwdetail - plat dak-dakkoepel

Opstand bij een geprefabriceerde koepel. Vloeibare afdichting

Referentie: 1124
Publicatiedatum: 31-03-2014

1124_DET1_1.svg
  1. Dakvloer
  2. Hellingslaag
  3. Isolerend bouwdeel
  4. Mechanische bevestiging
  5. Dampscherm (zie TV 215, hoofdstuk 6)
  6. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  7. dakafdichting (bitumineus of synthetisch)
  8. Gewapende vloeibare afdichting
  9. Compriband (luchtdichtheid)
  10. Binnenafwerking (plaatmateriaal)
  11. Binnenbepleistering
1124_DET2_1.svg
  1. Dakvloer
  2. Hellingslaag
  3. Isolerend bouwdeel
  4. Mechanische bevestiging
  5. Dampscherm (zie TV 215, hoofdstuk 6)
  6. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  7. Dakafdichting (bitumineus of synthetisch)
  8. Gewapende vloeibare afdichting
  9. Compriband (luchtdichtheid)
  10. Binnenafwerking (plaatmateriaal)
  11. Binnenbepleistering
Men moet de nodige inlichtingen inwinnen bij de fabrikant van de vloeibare afdichtingen omtrent de verenigbaarheid met en de waterdichte aansluiting op de traditionele bitumineuze en synthetische baanvormige dakafdichtingen (zie ook TV 244, hoofdstuk 9). Deze aansluitingen verdienen extra aandacht tijdens het onderhoud van het dak (zie TV 215).
 
Naargelang van de ondergrond van de koepelopstand kan het noodzakelijk zijn om een geschikte primer te gebruiken teneinde een goede hechting te realiseren.
 
De ondergrond dient voldoende trekvast (cohesief) te zijn. Alle oneffenheden dienen uitgevlakt te worden en alle openingen en spleten moeten opgevuld worden volgens de richtlijnen van de fabrikant.
 
De bitumineuze of synthetische afdichtingsstroken worden bij voorkeur over een hoogte van 50 mm tegen de opstand aangebracht voordat men overgaat tot de realisatie van de vloeibare afdichting. De vloeibare afdichting moet tot op het dakvlak doorgetrokken worden zodat er een overlapverbinding van minstens 100 mm ontstaat met het horizontale gedeelte van de dakafdichting. Voor een vloeibare afdichting heeft men steeds een aanhechtingsstrook van minimum 100 mm nodig, ongeacht de ondergrond.
 
Als het opzetten van de baanvormige afdichting een hindernis vormt om de detaillering duurzaam en veilig uit te voeren (bv. moeilijk bereikbaar, brandveiligheid, ...), is het opportuun om deze afdichting op het dakvlak beƫindigen. Hierbij is de goede waterdichte verbindbaarheid van de beide materialen belangrijk om een goede overlapverbinding te realiseren.

Gerelateerde publicaties

Technische voorlichtingen

Aansluitingsdetails bij platte daken : algemene principes (vervangt de TV 191) (+ correcties van februari 2015).
TV 244 is een herziening van de TV 191, die gewijd was aan de aansluitingsdetails bij platte daken. In voorliggende TV komen de volgende onderwerpen aan bod : dakgoten, dakwaterafvoeren, nooduitlaten, opstanden, dakranden, bewegingsvoegen, dakdoorbrekingen en sokkels en de onderlinge verbinding van verschillende types afdichtingen.
Auteur: Mahieu (E.)
Prijzen: Enkel on-line beschikbaar
Download in PDF-formaat