Informatie en ondersteuning

Onderzoek, ontwikkeling en innovatie

Bouwdetail - plat dak-buitenschrijnwerk

Aansluiting terras/dorpel voor een betere toegankelijkheid van woningen met verzonken buitenschrijnwerk. Bitumineuze afdichting

Referentie: 1115
Publicatiedatum: 31-03-2014

1115_DET1_1.svg
  1. Dakvloer
  2. Hellingslaag
  3. Dampscherm (zie TV 215, hoofdstuk 6)
  4. Betegeling
  5. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  6. Tegeldrager
  7. Dakafdichting
  8. Rooster
  9. Metalen dorpel
  10. Metalen schrijnwerk (schuifraam)
  11. Thermische onderbreking
  12. Dakafdichting
  13. Versterkte hoek
  14. Mechanische bescherming
Dit detail kan worden toegepast wanneer een nuttige opstandhoogte van 150 mm niet haalbaar is omwille van de toegankelijkheid ter hoogte van de dorpels (men eist dan immers een maximaal niveauverschil van 20 mm tussen binnen en buiten).
 
Men dient zich desgevallend terdege bewust te zijn van de risico's voor waterinfiltraties via deuren, schuiframen of deurvensters. Om deze risico's zoveel als mogelijk te beperken, dient men enerzijds de dimensionering van de waterafvoer van het dak hierop af te stemmen (beperkte waterhoogte toelaten op het dak, zie hoofdstuk 3) en zo nodig bijkomende waterafvoeren en spuwers te voorzien. Anderzijds moeten deze waterafvoeren en overlopen maandelijks gecontroleerd worden op verstoppingen.
 
Men dient er zich van bewust te zijn dat het thermisch onderbroken en verzonken schrijnwerkprofiel (nr. 10) langdurig vochtig kan blijven, waardoor niet alle soorten profielen hiervoor in aanmerking komen.
 
De opstanden dienen ingesmeerd te worden met een kleefvernis alvorens de dakafdichtingsstroken aan te brengen.
 
Bij toepassing van de gietmethode wordt de aandacht gevestigd op het risico dat het giet- of bedekkingsbitumen van de bitumineuze onderlagen kan afglijden. Deze stroken bestaan best uit elastomere polymeerbitumen. De eventuele kleef- en onderlagen moeten een verwekingstemperatuur van 110 ┬░C of meer hebben en worden mechanisch bevestigd met een klemprofiel of in het geval van metalen slabben met een metalen lat.
 
Ook bij koud verlijmde dakopstanden (bv. brandbare ondergronden) en onderlagen uit geoxideerd bitumen die geplaatst werden door vlamlassen, is een dergelijke mechanische bevestiging vereist.
 
Bij gebruik van gevlamlaste afdichtingslagen uit polymeerbitumen zijn er geen noemenswaardige afglijproblemen te verwachten. Niettemin wordt er vanaf een opstandhoogte van 500 mm ook in dit geval een mechanische bevestiging van de afdichting aangeraden. Bij hogere dakopstanden zijn er bij gevlamlaste afdichtingslagen geen bijkomende tussenfixaties vereist, tenzij men hechtingsproblemen vreest.
 
Het membraan onder de dorpel wordt uitgevoerd door de afdichter en is waterdicht verbindbaar met de dakafdichting. Voor de afwerking van de aansluiting van de bitumineuze afdichting met de wanden aangrenzend aan de dorpels verwijzen we naar de uitvoeringsdetails in fiche 52.1 (metselwerk) en 54.1 (beton).
 
Om de continuïteit van het spouwmembraan aangrenzend aan de dorpels, waar wel opnieuw een minimale opstandhoogte van 150 mm wordt nagestreefd, te kunnen garanderen, verwijzen we naar Infofiche nr. 20. Het niveau van het spouwmembraan is hoger dan dit van de terrasbetegeling.

Gerelateerde publicaties

Technische voorlichtingen

Aansluitingsdetails bij platte daken : algemene principes (vervangt de TV 191) (+ correcties van februari 2015).
TV 244 is een herziening van de TV 191, die gewijd was aan de aansluitingsdetails bij platte daken. In voorliggende TV komen de volgende onderwerpen aan bod : dakgoten, dakwaterafvoeren, nooduitlaten, opstanden, dakranden, bewegingsvoegen, dakdoorbrekingen en sokkels en de onderlinge verbinding van verschillende types afdichtingen.
Auteur: Mahieu (E.)
Prijzen: Enkel on-line beschikbaar
Download in PDF-formaat