Informatie en ondersteuning

Onderzoek, ontwikkeling en innovatie

Bouwdetail - plat dak-buitenschrijnwerk

Aansluiting terras/dorpel voor een betere toegankelijkheid van woningen (met beperkte koudebrug). Elastomere afdichting

Referentie: 1112
Publicatiedatum: 31-03-2014

1112_DET1_1.svg
  1. Dakvloer
  2. Hellingslaag
  3. Thermische onderbreking om de koude brug te beperken
  4. Dampscherm (zie TV 215, hoofdstuk 6)
  5. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  6. Dakafdichting
  7. Dakafdichting
  8. Beschermings- of draineerlaag
  9. Gewapende dekvloer
  10. Gootelement
  11. Overlapverbinding, voor eventuele kimfixatie (zie TV 244, § 5.4.2)
  12. Betegeling
Dit detail kan worden toegepast wanneer een nuttige opstandhoogte van 150 mm niet haalbaar is omwille van de toegankelijkheid ter hoogte van de dorpels (men eist dan immers een maximaal niveauverschil van 20 mm tussen binnen en buiten).
 
Men dient zich desgevallend terdege bewust te zijn van de risico's voor waterinfiltraties via deuren, schuiframen of deurvensters. Om deze risico's zoveel als mogelijk te beperken, dient men enerzijds de dimensionering van de waterafvoer van het dak hierop af te stemmen (beperkte waterhoogte toelaten op het dak, zie TV 244, hoofdstuk 3) en zo nodig bijkomende waterafvoeren en spuwers te voorzien. Anderzijds moeten deze waterafvoeren en overlopen alsook de goot voor de toegangsdeur maandelijks op verstoppingen worden gecontroleerd.
 
De helling van een hechtende betegeling dient minstens 1,5 % te bedragen en uitgevoerd te worden weg van de deuropening.  Vanaf de opvatting dient de nodige aandacht besteed te worden aan de waterafvoer van de goot zelf. Het kan noodzakelijk zijn om de goot over de volledige gevellengte te laten doorlopen zodat haar regenwaterafvoer zijdelings door de dakopstand kan verlopen.
 
De noodzaak van een kimfixatie bij elastomere afdichtingen is afhankelijk van de plaatsingswijze van de afdichting en het feit of de afdichting al dan niet gewapend is. Dit wordt uitgebreid behandeld in TV 244, hoofdstuk 5 "Opstanden", waarin tevens verwezen wordt naar de plaatsingsrichtlijnen van de fabrikanten.
 
Een drainagelaag in de terrasopbouw buiten is noodzakelijk wanneer de dekvloer onvoldoende vorstbestendig is. Bij een vorstbestendige dekvloer (samenstelling, zie TV 189, § 5.4) is het aanbrengen van een beschermlaag op de dakafdichting voldoende.
 
Het membraan onder de dorpel wordt uitgevoerd door de afdichter en is waterdicht verbindbaar met de dakafdichting.  Men zal in het gevelmetselwerk tijdens de ruwbouwwerkzaamheden ter hoogte van de hoeken met de dorpel een uitsparing moeten voorzien om deze afdichting voldoende ver te kunnen aanbrengen. De dorpel wordt dan ook pas na de dakafdichtingswerken geplaatst.
 
Merk op dat er langs de achterzijde in de ruwbouw een continue steun voorzien dient te worden om de dakafdichting onder de dorpel correct te kunnen aanbrengen (bv. door het binnenmetselwerk of met een metalen hoekijzer).
 
Voor de afwerking van de aansluiting van de elastomere afdichting met de wanden aangrenzend aan de dorpels: zie uitvoeringsdetails fiche
52.2 (metselwerk) en 54.2 (beton).
 
Om de continuïteit van het spouwmembraan aangrenzend aan de dorpels, waar wel opnieuw een minimale opstandhoogte van 150 mm wordt nagestreefd, te kunnen garanderen, verwijzen we naar Infofiche nr. 20. Het spouwmembraan bevindt zich hoger dan de betegeling.

Gerelateerde publicaties

Technische voorlichtingen

Aansluitingsdetails bij platte daken : algemene principes (vervangt de TV 191) (+ correcties van februari 2015).
TV 244 is een herziening van de TV 191, die gewijd was aan de aansluitingsdetails bij platte daken. In voorliggende TV komen de volgende onderwerpen aan bod : dakgoten, dakwaterafvoeren, nooduitlaten, opstanden, dakranden, bewegingsvoegen, dakdoorbrekingen en sokkels en de onderlinge verbinding van verschillende types afdichtingen.
Auteur: Mahieu (E.)
Prijzen: Enkel on-line beschikbaar
Download in PDF-formaat