Informatie en ondersteuning

Onderzoek, ontwikkeling en innovatie

Bouwdetail - plat dak-buitenschrijnwerk

Aansluiting terras/dorpel waarbij de dorpel bij renovatie verwijderd moet worden. Bitumineuze afdichting

Referentie: 1103
Publicatiedatum: 31-03-2014

1103_DET1_1.svg
  1. Dakvloer
  2. Hellingslaag
  3. Thermische onderbreking om de koude brug te vermijden
  4. Dampscherm (zie TV 215, hoofdstuk 6)
  5. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  6. Hoeklat of versterkte hoek
  7. Dakafdichting
  8. Dakafdichting
  9. In een mortelbed geplaatste dorpel met druipneus
De afdichting onder de dorpel dient waterdicht verbindbaar te zijn met de dakafdichting (zie TV 244, hoofdstuk 9) en dient -gelet op de delicate uitvoering ervan- door de dakafdichter geplaatst te worden.
 
Teneinde de afdichting voldoende ver te kunnen doortrekken, dient men er tijdens de ruwbouwwerkzaamheden op toe te zien dat er in het gevelmetselwerk (meer bepaald ter hoogte van de hoeken met de dorpel) een toereikende uitsparing voorzien wordt. De dorpel kan bijgevolg pas na de afdichtingswerken aangebracht worden.
 
We willen erop wijzen dat er aan de achterzijde van de ruwbouw een ononderbroken steun voorzien moet worden om de correcte uitvoering van de dakafdichting onder de dorpel mogelijk te maken.
 
Er dient bijzondere aandacht besteed te worden aan de verbinding van het spouwmembraan naast de dorpel met de afdichting onder de dorpel. Om de continuïteit hiervan te garanderen, verwijzen we naar Infofiche nr. 20.
 
De opstanden dienen ingesmeerd te worden met een kleefvernis alvorens de dakafdichtingsstroken aan te brengen.
 
Bij toepassing van de gietmethode wordt de aandacht gevestigd op het risico dat het giet- of bedekkingsbitumen van de bitumineuze onderlagen kan afglijden. Deze stroken bestaan best uit elastomere polymeerbitumen; de eventuele kleeflagen en onderlagen moeten een verwekingstemperatuur van 110┬░C of meer hebben en worden mechanisch bevestigd met een klemprofiel of in het geval van metalen slabben met een metalen lat.
 
Ook bij koud verlijmde dakopstanden (bv. brandbare ondergronden) en onderlagen uit geoxideerd bitumen die geplaatst werden door vlamlassen, is een dergelijke mechanische bevestiging vereist.
 
Bij gebruik van gevlamlaste afdichtingslagen uit polymeerbitumen zijn er geen noemenswaardige afglijproblemen te verwachten. Niettemin wordt er vanaf een opstandhoogte van 500 mm ook in dit geval een mechanische bevestiging van de afdichting aangeraden. Bij hogere dakopstanden zijn bij gevlamlaste afdichtingslagen geen bijkomende tussenfixaties vereist, tenzij men hechtingsproblemen vreest.

Gerelateerde publicaties

Technische voorlichtingen

Aansluitingsdetails bij platte daken : algemene principes (vervangt de TV 191) (+ correcties van februari 2015).
TV 244 is een herziening van de TV 191, die gewijd was aan de aansluitingsdetails bij platte daken. In voorliggende TV komen de volgende onderwerpen aan bod : dakgoten, dakwaterafvoeren, nooduitlaten, opstanden, dakranden, bewegingsvoegen, dakdoorbrekingen en sokkels en de onderlinge verbinding van verschillende types afdichtingen.
Auteur: Mahieu (E.)
Prijzen: Enkel on-line beschikbaar
Download in PDF-formaat