Informatie en ondersteuning

Onderzoek, ontwikkeling en innovatie

Bouwdetail - plat dak-dakrand

Dakrand bij dakhellingen tussen 2 en 5 % met een geïsoleerde opstand (omkeerdak). Plastomere afdichting

Referentie: 1083
Publicatiedatum: 31-03-2014

1083_DET1_1.svg
  1. Dragend metselwerk
  2. Gevelmetselwerk
  3. Spouwisolatie door gedeeltelijke vulling (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  4. Dakvloer
  5. Opstand uit metselwerk
  6. Hellingslaag
  7. Dakafdichting
  8. Thermische isolatie in XPS (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  9. In de dakopstand bevestigde houten kepers
  10. Tussenafstand ter bevestiging van de spouwafdekking (± 330 mm)
  11. Spouwafdekking
  12. Ballastlaag
  13. Luchtdichtheidsband bij een niet-verkleefde opstand
  14. Afdichtingsstrook
  15. Dakrandprofiel
  16. Thermische isolatie (warm dak isolatie)
  17. Metaalfolieplaat
  18. Kit
  19. Scheidingslaag
  20. Overlapverbinding, voor eventuele kimfixatie (zie TV 244, § 5.4.3)
  21. Dampscherm (zie TV 215, hoofdstuk 6)
1083_DET2_1.svg
  1. Gecacheerde dakafdichting
  2. Naakte afdichtingsstrook
De noodzaak van een kimfixatie bij plastomere afdichtingen is afhankelijk van de plaatsingswijze van de afdichting, van de afwerking van de dakopstanden en van het feit of de afdichting al dan niet gewapend is. Dit wordt uitgebreid behandeld in TV 244, hoofdstuk 5 "Opstanden".
 
Voor bepaalde soorten plastomeren is een scheidingslaag vereist tussen de afdichting en een niet-gecacheerde EPS-dakisolatie of XPS-isolatie teneinde een migratie van weekmakers uit de dakafdichting te vermijden (zie technische specificaties van de fabrikanten).
 
Tussen de omkeerdakisolatie en de ballastlaag wordt een aangepaste scheidingslaag voorzien (bv. een niet-geweven polyesterdoek van minimaal 300 g/m³, zie ATG's). Dit is om te vermijden dat er stof of keitjes uit de ballastlaag in eventuele kiertjes tussen de isolatieplaten zouden kunnen vallen.
 
De spouwafdekking wordt doorgetrokken tot over de kopse kant van de thermische isolatie tegen de dakopstand om de afdichting op die plaats te versterken.
 
Voor dakprofielen maakt men meestal gebruik van geprofileerde metaalfolieplaten (die meestal afgeleverd wordt door de fabrikant van de kunststof afdichting geleverd) die in de werkplaats tot het gewenste profiel geplooid worden. De aansluiting tussen de dakafdichting en het profiel gebeurt op dezelfde wijze als de naadverbinding tussen de dichtingsbanen.
 
Bij het gebruik van de traditionele dakrandprofielen zal men in dit profiel een metaalfolieplaat bevestigen waarop een plastomere randstrook wordt gelast.
 
Er kunnen ook samengestelde dakrandprofielen aangewend worden (klemprofielen, zie TV 244, § 6.4.2). We verwijzen voor meer info omtrent de plaatsing van de dakrandprofielen naar TV 244, § 6.4.1.2.
 
Bij afdichtingen die onderaan voorzien zijn van een polyesterdoekcachering kan de afdichting niet rechtstreeks op de metaalfolieplaten gelast worden en zal de aansluiting als volgt gebeuren (zie Uitvoeringdetail 2 van deze fiche).

Gerelateerde publicaties

Technische voorlichtingen

Aansluitingsdetails bij platte daken : algemene principes (vervangt de TV 191) (+ correcties van februari 2015).
TV 244 is een herziening van de TV 191, die gewijd was aan de aansluitingsdetails bij platte daken. In voorliggende TV komen de volgende onderwerpen aan bod : dakgoten, dakwaterafvoeren, nooduitlaten, opstanden, dakranden, bewegingsvoegen, dakdoorbrekingen en sokkels en de onderlinge verbinding van verschillende types afdichtingen.
Auteur: Mahieu (E.)
Prijzen: Enkel on-line beschikbaar
Download in PDF-formaat