Informatie en ondersteuning

Onderzoek, ontwikkeling en innovatie

Bouwdetail - plat dak-dakrand

Dakrand bij hellingen tussen 2 en 5 %. Opstand uit isolerend metselwerk. Plastomere afdichting

Referentie: 1074
Publicatiedatum: 31-03-2014

1074_DET1_1.svg
  1. Dragend metselwerk
  2. Gevelmetselwerk
  3. Spouwisolatie door gedeeltelijke vulling (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  4. Dakvloer
  5. Opstand uit thermisch isolerend metselwerk
  6. Hellingslaag
  7. Dampscherm (zie TV 215, hoofdstuk 6)
  8. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  9. Afdichtingsmembraan
  10. Spouwafdekking
  11. Luchtdichtheidsband bij een niet-verkleefde opstand
  12. Dakrandprofiel
  13. Kimfixatie (indien nodig, zie TV 244, § 5.4)
  14. Ballastlaag
  15. Metaalfolieplaat
  16. Kit
  17. Gesloten scheidingslaag
1074_DET2_1.svg
  1. Gecacheerde dakafdichting
  2. Naakte afdichtingsstrook
De noodzaak van een kimfixatie bij plastomere afdichtingen is afhankelijk van de plaatsingswijze van de afdichting, de afwerking van de dakopstanden en het feit of de afdichting al dan niet gewapend is. Dit wordt uitgebreid behandeld in TV 244, hoofdstuk 5 "Opstanden".
 
Voor bepaalde types van plastomeren is tussen de afdichting en een niet gecacheerde EPS-en PUR-dakisolatie een scheidingslaag vereist om een migratie van weekmakers uit de dakafdichting te vermijden (zie technische specificaties van de fabrikanten).
 
Tegen een ruwe ondergrond van de dakopstand dient een scheidingslaag (niet geweven polyester) te worden voorzien.
 
Wanneer er tussen de eventuele ballastlaag en de dakafdichting een scheidingslaag wordt voorzien, dient men bij bepaalde plastomeertypes (monomere PVC) te opteren voor een gesloten scheidingslaag .
 
Er mag in geen geval een polyesterdoek worden gebruikt omdat dit de micro-organismen uit de ballastlaag vasthoudt en het gevaar voor weekmakeremigratie van de dakafdichting bijgevolg zal vergroten ipv. verkleinen.
 
Wanneer de opstand van de dakafdichting niet volvlakkig wordt verkleefd, is een winddichte afwerking van het dakrandprofiel noodzakelijk.
 
Men maakt veelal gebruik van geprofileerde metaalfolieplaten (meestal door de fabrikant van de kunststof afdichting geleverd) die in de werkplaats tot het gewenste profiel geplooid worden. De aansluiting tussen de dakafdichtingen het profiel gebeurt op dezelfde wijze als de naadverbinding tussen de dichtingsbanen.
 
Bij het gebruik van de ?traditionele? dakrandprofielen zal men in dit profiel een metaalfolieplaat bevestigen waarop een plastomere randstrook wordt gelast.
 
Er kunnen ook samengestelde dakrandprofielen worden aangewend (klemprofielen, zie TV 244, § 6.4.2). We verwijzen voor meer info omtrent de plaatsing van de dakrandprofielen naar TV 244, § 6.4.1.2.
 
Afdichtingen die onderaan voorzien zijn van een polyesterdoekcachering kunnen niet rechtstreeks op de metaalfolieplaten gelast worden en moeten als volgt aangesloten worden (zie Uitvoeringsdetail 2 van deze fiche).

Gerelateerde publicaties

Technische voorlichtingen

Aansluitingsdetails bij platte daken : algemene principes (vervangt de TV 191) (+ correcties van februari 2015).
TV 244 is een herziening van de TV 191, die gewijd was aan de aansluitingsdetails bij platte daken. In voorliggende TV komen de volgende onderwerpen aan bod : dakgoten, dakwaterafvoeren, nooduitlaten, opstanden, dakranden, bewegingsvoegen, dakdoorbrekingen en sokkels en de onderlinge verbinding van verschillende types afdichtingen.
Auteur: Mahieu (E.)
Prijzen: Enkel on-line beschikbaar
Download in PDF-formaat