Informatie en ondersteuning

Onderzoek, ontwikkeling en innovatie

Bouwdetail - plat dak-doorvoering

Dakdoorbreking voor soepele leidingen (elektrische kabels, antennekabels, ...). Vloeibare afdichting.

Referentie: 1021
Publicatiedatum: 03-09-2014

1021_DET1_1.svg
  1. Dakvloer
  2. Dampscherm (zie TV 215, hoofdstuk 6)
  3. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  4. Afdichtingsmembraan
  5. Metalen of kunststof buis met plakplaat
  6. Mechanische bevestiging
  7. Gewapende vloeibare afdichting
  8. Door te voeren leidingen
  9. Luchtdichte afsluiting met gespoten PUR-schuim
  10. Mantelbuis
Voor de verenigbaarheid en de aansluitingswijze van de vloeibare afdichting met de bitumineuze of synthetische baanvormige dakafdichting dient men de nodige inlichtingen in te winnen bij de fabrikant van de vloeibare afdichting (zie ook TV 244, hoofdstuk 9). Deze aansluitingen moeten de nodige aandacht krijgen tijdens het jaarlijkse onderhoud van het dak (zie TV 215).
 
Hoewel men de vloeibare afdichting in theorie rechtstreeks rond de kabels zou kunnen aansluiten, wordt dit in de praktijk afgeraden omdat de kabels in voorkomend geval onderhevig zouden kunnen zijn aan te grote bewegingen en de afdichting zouden kunnen beschadigen. Er is met andere woorden steeds een vormstuk met een plakplaat vereist.
 
Indien de opening doorheen de betonvloer na het doortrekken van de kabels opgespoten wordt met PUR-schuim zullen de luchtdichtheidsprestaties sterk verbeteren. Indien de gebouwschil echter aan zeer hoge luchtdichtheidseisen moet voldoen, zal men voor de afdichting van de kabeldoorgang zijn toevlucht moeten nemen tot speciaal hiertoe voorziene moffen.
 
De plakplaat van de dakdoorbreking dient steeds ontvet en opgeruwd te worden. Afhankelijk van de richtlijnen van de fabrikant kunnen er bijkomende voorbereidende werkzaamheden noodzakelijk zijn om een goede hechting te verkrijgen.
 
De vloeibare afdichting dient over een zodanige afstand op het dakvlak doorgetrokken te worden dat er tussen het vloeibare en het horizontale deel van de dakafdichting een overlapverbinding van minstens 10 cm gewaarborgd is. Hierbij dient tevens de nodige aandacht uit te gaan naar de verenigbaarheid van beide materialen. Op elke ondergrond dient er in principe een aanhechtingsstrook van minimum 10 cm aanwezig te zijn.

Gerelateerde publicaties

Technische voorlichtingen

Aansluitingsdetails bij platte daken : algemene principes (vervangt de TV 191) (+ correcties van februari 2015).
TV 244 is een herziening van de TV 191, die gewijd was aan de aansluitingsdetails bij platte daken. In voorliggende TV komen de volgende onderwerpen aan bod : dakgoten, dakwaterafvoeren, nooduitlaten, opstanden, dakranden, bewegingsvoegen, dakdoorbrekingen en sokkels en de onderlinge verbinding van verschillende types afdichtingen.
Auteur: Mahieu (E.)
Prijzen: Enkel on-line beschikbaar
Download in PDF-formaat