Werking van het NBN

Het Bureau voor Normalisatie beschikt over twee organen: de Raad van Bestuur (evenwichtig samengesteld uit vertegenwoordigers van de federale regering, van de representatieve ondernemingsorganisaties, van de representatieve werknemersorganisaties, van de niet-gouvernementele organisaties bevoegd inzake milieubehoud en van de niet-gouvernementele organisaties bevoegd inzake de verdediging van de consumentenbelangen) en het Directiecomité (dat instaat voor het dagelijks bestuur van het Bureau op operationeel niveau). Anders dan bij het BIN, waarvan het Directiecomité bestond uit leden van de Raad van Bestuur, zijn deze twee organen gesplitst. Zo kan een duidelijke rollenscheiding worden verzekerd tussen de actoren die belast zijn met het dagelijkse bestuur van het NBN en diegenen die het moeten controleren.

Er werd eveneens een nieuw adviesorgaan gecreëerd: de Hoge Raad voor Normalisatie. Het is zijn taak adviezen te verstrekken aan de minister die bevoegd is voor economische zaken met betrekking tot alle kwesties inzake het beleid en de ontwikkeling van de nationale en internationale normalisatie. In het verleden bestond dit orgaan niet.

De Hoge Raad voor Normalisatie en het Bureau voor Normalisatie werken onafhankelijk van elkaar. Met de adviezen die de Hoge Raad verstrekt, zal de minister het normalisatiebeleid beter kunnen definiëren, het beter kunnen verdedigen op Europees en internationaal niveau en richtlijnen kunnen vastleggen voor de opdrachten van het Bureau voor Normalisatie.

In tegenstelling tot zijn voorganger is het NBN geen publiekrechtelijke vzw en parastatale B, maar een parastatale C (zoals bedoeld in de wet van 16 maart 1954). Dat betekent dat het NBN een grotere werkingsautonomie geniet. Deze autonomie komt onder andere tot uiting in de commerciële boekhouding en het feit dat het NBN zijn personeelsleden kan aanwerven met arbeidsovereenkomsten, net zoals in de privésector.