Onderzoek van de aanvraag

Het onderzoek van een octrooiaanvraag bestaat uit drie analyses:

  • het formele onderzoek
  • het nieuwheidsonderzoek
  • het onderzoek ten gronde

Formeel onderzoek

Het octrooiaanvraagdossier wordt gecontroleerd op volledigheid en vorm. Dit onderzoek kan aanleiding geven tot een verzoek om verbeteringen of regularisaties aan te brengen in het aanvraagdossier. Eenmaal het dossier ontvankelijk is verklaard, wordt een indieningsdatum toegekend. 

Nieuwheidsonderzoek (‘prior art search’)

In het nieuwheidsonderzoek wordt de uitvinding beoordeeld op nieuwheid en eenheid van uitvinding.

Bij de aanvraag van een Belgisch octrooi wordt een onderzoeksrapport over de uitvinding opgemaakt. De Belgische verleningsprocedure is relatief eenvoudig omdat het octrooi verleend wordt ongeacht het resultaat van het onderzoek van de octrooieerbaarheidsvoorwaarden. De aanvrager moet, na de datum van indiening, of de voorrangsdatum indien een recht van voorrang werd ingeroepen, binnen dertien maanden de taksen voor het nieuwheidsonderzoek betalen.

Het onderzoeksrapport wordt voorzien door het Europees Octrooibureau (EOB/ EPO) en wordt begeleid door een schriftelijke mening opgemaakt in opdracht van de Belgische Staat. Deze schriftelijke mening vormt een niet-bindend advies inzake de octrooieerbaarheid van de uitvinding en laat de aanvrager toe om, bij de aanvang van de procedure, in te schatten of hij er belang bij heeft om zijn octrooiaanvraag te behouden, aan te passen of eventueel in te trekken.

Voor een Europees octrooi is een nieuwheidsonderzoek altijd verplicht. Dit wordt gelijktijdig opgestart met het formeel onderzoek. Het onderzoek gebeurt gecentraliseerd voor alle gekozen landen. Een belangrijk verschil tussen een Belgisch octrooi en een Europees octrooi is dat voor een Europees octrooi het Europees Octrooibureau, na onderzoek van de naleving van de octrooieerbaarheidsvoorwaarden, kan weigeren om een octrooi te verlenen wanneer deze voorwaarden niet zijn vervuld.

Van zodra het Europees octrooi met eenheidswerking/ unitair octrooi gelanceerd is, zal meer informatie beschikbaar zijn.

Voor de internationale PCT-procedure verloopt de procedure in twee fasen. Eerst moet een internationale aanvraag ingediend worden bij een bevoegd nationaal of regionaal octrooibureau. Het grote voordeel is dat er slechts één aanvraag moet ingediend worden dat dan wordt toegezonden aan de verschillende nationale of regionale octrooibureaus. In deze internationale fase wordt ook een nieuwheidsonderzoek uitgevoerd en, indien aangevraagd, een niet-bindende beoordeling van de octrooieerbaarheidsvoorwaarden. Vervolgens beslist de aavrager in welke aangewezen landen hij/zij de nationale fase wenst verder te zetten. Vanaf dan verloopt de procedure volgens lokale regels en procedures.

Op basis van het verslag van het nieuwheidsonderzoek wordt de aanvrager eventueel verzocht wijzigingen in het aanvraagdossier aan te brengen of de octrooiaanvraag in te trekken. Een nieuwheidsonderzoek biedt geen absolute garantie tegen betwisting in de rechtbank. Zelfs met een gunstig nieuwheidsverslag blijft het risico bestaan dat later kan worden aangetoond dat er vóór de indieningsdatum informatie ter beschikking was in een publiek toegankelijke vorm, waardoor dan blijkt dat er niet voldaan was aan het nieuwheidscriterium, met nietigverklaring van het octrooi tot gevolg.

Onderzoek ten gronde (‘examination’)

Het onderzoek ten gronde oordeelt of de uitvinding al dan niet voldoet aan de criteria van nieuwheid, van uitvindersactiviteit, van industriële toepasbaarheid en geoorloofdheid. Voor een Belgisch octrooi vindt geen onderzoek ten gronde plaats. De Belgische verleningsprocedure is relatief eenvoudig omdat het octrooi verleend wordt ongeacht het resultaat van het onderzoek van de octrooieerbaarheidsvoorwaarden.

Voor een Europees octrooi wordt bij aanvraag de uitvinding bijkomend onderworpen aan een onderzoek ten gronde. Het European Patent Office neemt dit op zich. Indien nodig wordt de aanvrager verzocht wijzigingen in het aanvraagdossier aan te brengen vooraleer aan de eisen te beantwoorden. Dit is dus een belangrijk verschil tussen een Belgisch octrooi en een Europees octrooi. Voor een Europees octrooi kan het Europees Octrooibureau immers, na onderzoek van de naleving van de octrooieerbaarheidsvoorwaarden, weigeren om een octrooi te verlenen wanneer deze voorwaarden niet zijn vervuld.

Van zodra het Europees octrooi met eenheidswerking/ unitair octrooi gelanceerd is, zal meer informatie beschikbaar zijn.

Voor de internationale PCT-procedure valt het octrooi uiteen in nationale octrooien na de fase van het nieuwheidsonderzoek. Zoals reeds gezegd vindt in België geen onderzoek ten gronde plaats.

Opmerking klein octrooi

Vroeger was het mogelijk om een Belgisch octrooi van zes jaar of een 'klein octrooi' te verkrijgen zonder nieuwheidsonderzoek. Deze procedure werd afgeschaft en geen enkele ingediende aanvraag vanaf 8 januari 2009 kan nog aanleiding geven tot de aflevering van een klein octrooi.

Als de uitvinding al bestaat

Indien een uitvinding waarvoor bescherming is gewenst onder de ‘conclusies’ of ‘claims’ valt van een bestaand octrooi, is het niet mogelijk de uitvinding te octrooieren omdat niet voldaan is aan het nieuwheidscriterium. Indien het bestaande octrooi nog geldig is, is het de nieuwe ‘uitvinder’ verboden de uitvinding te exploiteren. Enkel door het bekomen van een licentie op het bestaande octrooi is het dan mogelijk om over te gaan tot exploitatie.

Is het bestaande octrooi niet langer geldig of is het niet geldig binnen het beoogde land, dan is exploitatie van de uitvinding toegelaten zonder meer, voor zover deze niet beschermd is door een andere vorm van intellectuele eigendom.

 

 

>> Aanvraagprocedure

>> Homepagina Octrooicel