De definities volgens de BPV

Bouwproduct: alle producten of kits die worden vervaardigd en op de markt worden gebracht om blijvend te worden verwerkt in bouwwerken of delen ervan, en waarvan de prestaties gevolgen hebben voor de prestaties van het bouwwerk met betrekking tot de fundamentele eisen voor bouwwerken.

Kit: een bouwproduct dat door één fabrikant op de markt wordt gebracht met ten minste twee afzonderlijke componenten die gecombineerd moeten worden om in het bouwwerk te worden verwerkt.

Bouwwerken: bouwkundige en civieltechnische werken.

Essentiële kenmerken: kenmerken van het bouwproduct die overeenstemmen met de fundamentele eisen voor bouwwerken.

Prestaties van een bouwproduct: de prestaties met betrekking tot de relevante essentiële kenmerken, uitgedrukt in niveau of klasse of op beschrijvende wijze.

Niveau: het resultaat van de prestatiebeoordeling van een bouwproduct, met betrekking tot de essentiële kenmerken daarvan, uitgedrukt in een numerieke waarde.

Klasse: een reeks niveaus voor de prestaties van een bouwproduct, die wordt begrensd door een minimum- en een maximumprestatiewaarde.

Drempelniveau: een minimum- of maximumprestatieniveau van een essentieel kenmerk van een bouwproduct.

Producttype: de reeks representatieve klassen of niveaus van de prestaties van een bouwproduct met betrekking tot de essentiële kenmerken ervan, dat is vervaardigd met een bepaalde combinatie van grondstoffen of andere elementen in een specifiek productieproces.

Geharmoniseerde technische specificaties: geharmoniseerde normen en Europese beoordelingsdocumenten.

Geharmoniseerde norm: een norm die door een van de in bijlage I bij Richtlijn 98/34/EG genoemde Europese normalisatie-instellingen is vastgesteld op grond van een verzoek dat door de Commissie overeenkomstig artikel 6 van die richtlijn is ingediend.

Europees beoordelingsdocument: een document dat door de organisatie van TBI's is vastgesteld met het oog op afgifte van Europese technische beoordelingen.

Europese technische beoordeling: de gedocumenteerde beoordeling van de prestaties van een bouwproduct, met betrekking tot de essentiële kenmerken daarvan, overeenkomstig het desbetreffende Europese beoordelingsdocument.

Beoogd gebruik: het beoogde gebruik van het bouwproduct dat is omschreven in de toepasselijke geharmoniseerde technische specificatie.

Specifieke technische documentatie: documentatie die aantoont dat methoden in het toepasselijke systeem voor de beoordeling en verificatie van de prestatiebestendigheid vervangen zijn door andere methoden, op voorwaarde dat de resultaten van die andere methoden gelijkwaardig zijn met die van de testmethoden van de betrokken geharmoniseerde norm.

Het op de markt aanbieden: het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een bouwproduct met het oog op distributie of gebruik op de uniale markt.

Op de markt brengen: het voor het eerst op de uniale markt aanbieden van een bouwproduct.

Marktdeelnemer: de fabrikant, de importeur, de distributeur of de gemachtigde.

Fabrikant: een natuurlijke of rechtspersoon die een bouwproduct vervaardigt of laat ontwerpen of vervaardigen, en dat product onder zijn naam of merknaam verhandelt.f

Distributeur: een natuurlijke of rechtspersoon in de toeleveringsketen, anders dan de fabrikant of de importeur, die een bouwproduct op de markt aanbiedt.

Importeur: een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die een bouwproduct uit een derde land op de uniale markt op de markt brengt.

Gemachtigde: een in de Unie gevestigde natuurlijke of rechtspersoon die schriftelijk door een fabrikant is gemachtigd om namens hem op te treden met betrekking tot bepaalde taken.

Uit de handel nemen: maatregel waarmee wordt beoogd te voorkomen dat een bouwproduct dat zich in de toeleveringsketen bevindt, op de markt wordt aangeboden.

Terugroepen: maatregel waarmee wordt beoogd een bouwproduct dat al aan de eindgebruiker ter beschikking is gesteld, te doen terugkeren.

Accreditatie: heeft de betekenis als in Verordening (EG) nr. 765/2008.

Productiecontrole in de fabriek: de gedocumenteerde permanente interne productiecontrole in een fabriek, overeenkomstig de toepasselijke geharmoniseerde technische specificaties.

Micro-onderneming: een micro-onderneming zoals gedefinieerd in de aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.05.2003, p. 36).

Levenscyclus: de opeenvolgende en onderling gerelateerde fasen van de levensduur van een bouwproduct, vanaf de aanschaf van de grondstof of de winning uit natuurlijke hulpbronnen tot de definitieve verwijdering.