Technische Specificaties


Algemeen

Producten die door de BPR worden gedekt, mogen slechts de CE-markering dragen als ze voldoen aan de nationale normen die de omzetting zijn van geharmoniseerde normen, gepubliceerd door CEN/CENELEC, of aan de Europese technische goedkeuringen, uitgegeven door een van de EOTA-leden. Van de derde optie, het voldoen aan de nationale technische specificaties, is momenteel nog geen gebruik gemaakt.

De voornaamste en gebruikelijke weg is de geharmoniseerde norm. Europese technische goedkeuringen (ETA’s) kunnen worden verleend:
  1. voor producten waarvoor er geen geharmoniseerde norm bestaat, noch een erkende nationale norm, noch een mandaat voor een geharmoniseerde norm, en waarvoor de Commissie, na raadpleging van het PCB, van mening is dat er (nog) geen norm kan worden uitgewerkt, en
  2. voor producten die aanzienlijk afwijken van de geharmoniseerde of erkende nationale normen.
Zelfs indien er een mandaat voor een geharmoniseerde norm is gegeven, sluiten de bepalingen waarnaar in (1) wordt verwezen het verlenen van ETA’s voor producten waarvoor leidraden voor een dergelijke goedkeuring bestaan, niet uit. Dit zal van toepassing zijn tot de geharmoniseerde norm in de lidstaten van kracht wordt. Omdat het opstellen van geharmoniseerde normen heel wat tijd vergt, overweegt het PCB deze derde mogelijk te gebruiken, namelijk het verlenen van ETA’s (BPR art. 8(3)), waarbij de Commissie, afwijkend van (1), het verlenen van ETA’s kan toelaten voor producten waarvoor er een mandaat voor een geharmoniseerde norm bestaat, of waarvoor de Commissie heeft bepaald dat er een geharmoniseerde norm kan worden uitgewerkt. In dit geval zal de toelating voor een bepaalde periode gelden.

TOP

Europese normen

Organisatie en procedures van CEN ( http://www.cenorm.be )


CEN is het Europese Comité voor normalisatie. De leden van dit Comité zijn de Europese instellingen die met de nationale normalisatie belast zijn.

De normalisatie-instellingen van sommige Midden- en Oosteuropese landen zijn geaffilieerde leden; het gaat om: Albanië (DPS), Bulgarije (BDS), Kroatië (DZNM), Roemenië (ASRO), de vroegere Joegoslavische Republiek Macedonië (ISRM) en Turkije (TSE). Er bestaat ook nog een andere status, namelijk die van de geassocieerde leden. Dit is de status van Europese industriële verenigingen zoals FIEC (http://www.fiec.org), de federatie van Europese aannemers, en CEPMC (http://www.cepmc.org), de federatie van Europese fabrikanten.

De leden kunnen deelnemen aan alle activiteiten van CEN en hebben ook stemrecht. Ook geaffilieerde en geassocieerde leden kunnen deelnemen aan de activiteiten van CEN maar zij hebben geen stemrecht.

Het uitwerken van normen behoort tot de taken van de technische comités (TC’s). Deze TC’s kunnen subcomités (SC’s) en werkgroepen (WG’s) oprichten voor de uitvoering van bepaalde welomlijnde taken, bijvoorbeeld het opstellen van specifieke normen. De leden van de WG’s zijn in het algemeen deskundigen die door het TC worden aangesteld.

Voor de bouwsector levert CEN:
  • Europese ontwerpnormen (prEN) en Europese normen (EN). De Europese norm is een normatief document dat door CEN in de drie officiële talen beschikbaar wordt gesteld. Het uitwerken van een Europese norm omvat een openbaar onderzoek, gevolgd door de goedkeuring d.m.v. een gewogen stemming van nationale CEN-leden, en uiteindelijk door de ratificering. De norm wordt aangekondigd op nationaal vlak, en gepubliceerd of gesteund als een identieke nationale norm; elke nationale norm die ermee in strijd is, wordt ingetrokken. De inhoud van een Europese norm is niet in strijd met enige andere CEN-norm;
  • Europese technische specificaties (TS). Een technische specificatie is een normatief document dat minstens in één van de drie officiële talen door CEN beschikbaar wordt gesteld. Het wordt opgesteld en goedgekeurd door een technische CEN-instantie d.m.v. een gewogen stemming van nationale CEN-leden. De technische specificatie wordt aangekondigd en beschikbaar gesteld op nationaal vlak, maar nationale normen die ermee in strijd zijn, kunnen blijven voortbestaan. Ze kan concurreren met een andere technische specificatie met hetzelfde bereik, maar een technische specificatie mag niet in strijd zijn met een Europese norm. Dit betekent dat een bestaande technische specificatie zal worden ingetrokken als de publicatie van een latere EN met zich meebrengt dat de technische specificatie in strijd is met die EN;
  • CEN-rapporten (CR). Een technisch rapport is een informatief document dat door CEN in minstens een van de officiële talen beschikbaar wordt gesteld. Het wordt opgesteld en goedgekeurd door een technische CEN-instelling d.m.v. eenvoudige meerderheidsstemming van nationale CEN-leden. Tijdens het opstellen van het technische rapport of na het aannemen ervan, bestaat er geen status-quo-verplichting. Een technisch rapport bevat informatie over de technische inhoud van normalisatiewerk;
  • CEN Workshop Agreements (CWA). Een CEN Workshop Agreement is een document dat in minstens een van de officiële talen door CEN beschikbaar wordt gesteld. Het is een technische overeenkomst die wordt ontwikkeld in een open structuur, de CEN Workshop (WS), en niet in een technisch comité. A CEN Workshop Agreement wordt aangenomen op basis van een consensus; deze wordt bereikt door de deelnemers aan de CEN Workshop die verantwoordelijk zijn voor de inhoud ervan.
Tijdens het uitwerken van deze documenten hebben de partijen die niet in het TC vertegenwoordigd zijn, verscheidene keren kans op inbreng in het ontwerpproces wanneer ze contact opnemen met de nationale spiegelgroepen, door uitspraken van Europese industriële organisaties, door opmerkingen te formuleren tijdens de onderzoeksperiode,...

Wanneer de EN’s door de gekwalificeerde meerderheid van CEN-leden zijn aangenomen; moeten ze door alle CEN-leden als nationale normen worden gepubliceerd. Normaal gesproken moet dit gebeuren binnen een periode van 6 maanden. Deze normen krijgen het prefix van de nationale normalisatie-instelling en "EN" toegekend, bijvoorbeeld NBN EN, BS EN, NF EN, DIN EN.

Nationale normen die dezelfde producten, testmethodes,... dekken of die in strijd zijn met de EN, worden binnen deze tijdsperiode en meestal bij de publicatie van de EN ingetrokken. Indien werkitems voor Europese normen direct verband houden met elkaar, bijvoorbeeld productnormen en de gerelateerde testnormen, kunnen ze een “pakket” vormen. Voor een dergelijk pakket kan een gemeenschappelijke datum van intrekking worden overeengekomen, bijv. nadat de laatste norm van het pakket is aangenomen.

De status-quo-overeenkomst van CEN bepaalt dat hetzelfde item niet door de nationale normalisatie mag worden behandeld terwijl een Europese norm wordt opgesteld.

TOP

Europese normen en de BPR

Door de principes van de nieuwe aanpak, de richtlijnen inzake overheidsopdrachten en de Bouwproductenrichtlijn in het bijzonder krijgt de Europese normalisatie een bijzonder belangrijke rol toebedeeld.

Meestal krijgen Europese normen die in nationale normen zijn omgezet, de status van aanbevelingen of vrijwillige specificaties die slechts bindend worden wanneer ze worden overeengekomen, bijv. door het sluiten van een overeenkomst (contract) of door een speciale administratieve of wettelijke akte. De BPR maakt de "geharmoniseerde" Europese normen een van de twee bindende wegen om de verplichte CE-markering te bekomen.

"Geharmoniseerde" normen zijn de normen waarvoor de Commissie CEN een mandaat heeft gegeven volgens een "nieuwe aanpak”-richtlijn" om een dergelijke norm uit te werken. De mandaten voor productnormen die door de Commissie aan CEN worden gegeven, zorgen ervoor dat de kwaliteit van de norm zodanig is dat hij voor de doeleinden van de BPR kan worden gebruikt en dat hij rekening houdt met alle productkenmerken die volgens de verordeningen van de lidstaten voor het betreffende product vereist zijn.

Naast algemene contractuele zaken en procedureregels voor de schrijvers van normen bevatten mandaten meestal 4 bijlagen waarin informatie over de te normaliseren producten wordt gegeven:
  • In bijlage 1 worden de producten en hun samenstellende materialen voorgesteld;
  • In bijlage 2 worden de productkenmerken gespecificeerd waarmee voor elk product rekening moet worden gehouden en die dienen om aan de betreffende fundamentele voorschriften te voldoen;
  • In bijlage 3 wordt het (de) van toepassing zijnde systeem (systemen) voor de verklaring van overeenstemming gespecificeerd, dat (die) voor elk product moet(en) worden toegepast, rekening houdend met de beschikking van de Commissie, gepubliceerd in het Officiële Publicatieblad;
  • In bijlage 4 worden de gevaarlijke stoffen vermeld die in bouwproducten aanwezig kunnen zijn en waarvoor een verbod of beperkingen kunnen bestaan op Europees of op nationaal vlak.
Om de BPR te ondersteunen, heeft de Commissie mandaten uitgevaardigd voor zo’n 40 productfamilies. De mandaten werden uitgevaardigd na raadpleging van het PCB. Op basis van het mandaat dient het betreffende TC van CEN een antwoord uit te werken, d.w.z. een werkprogramma, om aan te tonen welke producten door de normen zullen worden gedekt. Dit programma wordt ter goedkeuring naar de Commissie gezonden. Het goedgekeurde werkprogramma is het uiteindelijke mandaat dat kan worden gezien als een overeenkomst tussen de EC en CEN.

Op basis van het mandaat dient CEN vertegenwoordigers van overheidsinstanties van lidstaten uit te nodigen aan de normalisatieprocedure deel te nemen, dit om ervoor te zorgen dat er rekening wordt gehouden met hun belangen en tekortkomingen in de normen die tot klachten van de lidstaten zouden kunnen leiden, te vermijden.

TOP

Bijlage ZA

Europese productnormen kunnen ook bepalingen bevatten die niet door het mandaat worden gedekt. Deze bepalingen maken geen deel uit van de "geharmoniseerde" norm en kunnen "vrijwillige" voorwaarden betreffen, bijvoorbeeld kenmerken die niet onder regelgeving vallen, maar die belangrijk zijn voor het opnemen van producten in de werken.

Om de gebruikers van de norm te melden welke bepalingen deel uitmaken van de geharmoniseerde norm (en de basis vormen voor de CE-markering), bevat elke geharmoniseerde norm een "bijlage ZA". Deze informatieve bijlage - die echter verplicht is voor fabrikanten die producten in de EER in de handel willen brengen – geeft aan welke bepalingen het geharmoniseerde deel van de norm vormen. Bijlage ZA informeert de fabrikanten eveneens over het (de) toepasselijke systeem (systemen) voor de verklaring van overeenstemming en de informatie die in de EG-verklaring van overeenstemming moet worden opgenomen en bij de CE-markering moet worden gevoegd.

TOP

Europese technische goedkeuringen

Een Europese technische goedkeuring is een gunstige technische beoordeling van de gebruiksgeschiktheid van een product voor een beoogd gebruik, die gebaseerd is op het voldoen aan de fundamentele voorschriften voor bouwwerken waarvoor het product wordt gebruikt. Het is een technische specificatie die kan worden vergeleken met de geharmoniseerde normen, maar die wordt uitgegeven door een EOTA-lid en voor een specifiek product van een specifieke fabrikant geldt.

Organisatie van EOTA ( http://www.eota.be )


Overeenkomstig artikel 10 van de BPR hebben de lidstaten de Commissie gemeld welke organisaties ze hebben gemachtigd Europese technische goedkeuringen te verlenen. De Europese Commissie publiceert de ljist van goedkeuringsinstellingen regelmatig. De criteria waaraan deze organisaties moeten voldoen, worden eveneens vermeld in artikel 10. In 1990 vormden deze goedkeuringsinstanties, overeenkomstig bijlage II(2) van de BPR, een organisatie om het werk van de instanties te coördineren in nauwe samenwerking met de Commissie. Deze organisatie kreeg de naam "European Organisation for Technical Approvals“ of EOTA toebedeeld.

De rol van EOTA bestaat op de eerste plaats uit het opvolgen en bevorderen van het opstellen van ETA-leidraden en het coördineren van alle activiteiten die aan het verlenen van ETA's verbonden zijn. EOTA werkt nauw samen met de Europese Commissie, EVA, CEN, Europese handelsassociaties en industriële organisaties, die eveneens als waarnemers aanwezig zijn op verscheidene EOTA-niveaus. EOTA heeft een technisch bureau dat over technische aangelegenheden beslist, en een Executieve Commissie. Bovendien houdt EOTA een plenaire vergadering.

Een aanvraag voor een Europese technische goedkeuring kan worden ingediend bij om het even welke van de goedkeuringsinstanties die door de respectieve lidstaten zijn aangewezen. De lijst van aangewezen goedkeuringsinstanties wordt gepubliceerd in het Officiële Mededelingenblad van de Europese Unie. In de meeste gevallen hebben de lidstaten goedkeuringsinstanties aangemeld voor de hele bouwsector, maar in sommige gevallen zijn de activiteiten van goedkeuringsinstanties beperkt tot welbepaalde bevoegdheidsdomeinen.

Momenteel bestaan de EOTA-leden uit: OIB (Oostenrijk), BUtgb vzw (België), TZUS en CSI (Tsjechische Republiek), ETA-Danmark (Denemarken), TUT (Estland), VTT (Finland), CSTB en SETRA (Frankrijk), DIBt (Duitsland), ELOT (Griekenland), EMI (Hongarije), IBRI (IJsland), IAB (Ierland), STC, CSEA en ITC (Italië), ETA-Latvia (Letland), SPSC (Litouwen), Laboratoire des Ponts et chaussees (Luxemburg), SBK, Intron Certificatie, SKH, IKOB-BKB, BMC, SKG en KIWA (Nederland), NBI (Noorwegen), ITB (Polen), LNEC (Portugal), TSUS (Slowakije), ZAG (Slovenië), IETcc en ITeC (Spanje), SITAC (Zweden) en BBA, BRE Certification, UK Cares, BM Trada en Warrington Certification (VK).

TOP

Procedures voor het verlenen van ETA’s

Het verlenen van ETA’s of Europese technische goedkeuringen is gebaseerd op tests en onderzoeken van de producten en op de beoordeling aan de hand van de fundamentele voorschriften van de BPR en de basisdocumenten die voor het specifieke product gelden.

Artikel 9 van de BPR voorziet twee manieren om ETA’s te verlenen. Na raadpleging van het PBC beslist de Commissie welke manier gebruikt moet worden.

De eerste manier wordt uiteengezet in artikels 9(1) en 11. Deze manier vereist het bestaan van een goedkeuringsleidraad (ETA-leidraad) als basis voor een ETA. Deze leidraden worden door EOTA uitgewerkt op basis van een door de Commissie verleend mandaat. De aan EOTA toegekende EG-mandaten definiëren, zoals de aan CEN gegeven mandaten, het product, het beoogde gebruik van het product, de kenmerken van het in de leidraad te behandelen product, prestatieklassen of -niveaus van de producten – indien vereist in de basisdocumenten of door het PCB – en het systeem of de systemen van verklaring van overeenstemming. De ETA-leidraden worden uitgewerkt door werkgroepen waaraan de industrie kan deelnemen.

De tweede manier om een ETA te verlenen, is beschreven in artikel 9(2) van de BPR. Deze manier wordt toegepast wanneer er geen leidraad beschikbaar is. In dit geval ontwikkelt de goedkeuringsinstantie aan wie de fabrikant een ETA heeft gevraagd, een mini-leidraad die specifiek is voor de fabrikant en voor een welbepaald product. Deze leidraad wordt de "Common Understanding of Assessment Procedure" of CUAP genoemd. Tijdens het ontwikkelen van een dergelijke CUAP wordt er een consensus binnen EOTA bereikt. Omdat CUAP’s specifiek zijn voor één bepaalde fabrikant, is het uitwerken van deze documenten vertrouwelijk.

Voor de eerste ETA’s die een goedkeuringsinstantie binnen een bepaald productdomein verleent (in het geval van ETA-leidraden), dient deze goedkeuringsinstantie de consensus van alle goedkeuringsinstanties te bekomen voor de ETA kan worden verleend. Voor ETA’s die op CUAP’s gebaseerd zijn, is deze consensus altijd vereist.

Het is belangrijk op te merken dat de fabrikant het initiatief moet nemen en een ETA moet aanvragen wanneer er geen geharmoniseerde norm bestaat voor het betreffende product.

TOP

EU-richtlijnen combineren

Omdat geharmoniseerde technische specificaties in het kader van de BPR verplicht zijn voor fabrikanten die van plan zijn bouwproducten in de handel te brengen, worden de schrijvers van specificaties (CEN en EOTA) geconfronteerd met de uitdaging dat ze andere toepasselijke richtlijnen in één enkele productspecificatie moeten combineren en daarbij rekening moeten houden met de fundamentele voorschriften van elke richtlijn én met aspecten zoals productiecontrole, gecombineerde verwijzing naar richtlijnen in verklaringen van overeenstemming, en de CE-markering.

Richtlijnen die eveneens van toepassing kunnen zijn naast de BPR, zijn bijv. de richtlijn Laagspanning (73/23/EEG), de richtlijn Elektromagnetische compatibiliteit (89/336/EEG)1 , de Machinerichtlijn (98/37/EG), de richtlijn Persoonlijke beschermingsmiddelen (89/686/EEG) en de richtlijn Energieprestaties van gebouwen (2002/91/EG)2 . Deze combinatie van richtlijnen is niet altijd even eenvoudig, vooral niet wanneer deze richtlijnen ook het in bedrijf nemen behandelen, wat niet door de BPR wordt gedekt.

TOP

Belgische omzetting en ontwikkeling van Europese technische specificaties

In België is het NBN verantwoordelijk voor het omzetten van Europese geharmoniseerde normen in nationale normen. UBAtc-BUtgb is verantwoordelijk voor het verlenen van Europese technische goedkeuringen.

Het Belgische Normalisatiebureau (NBN)

De wet van 3 april 2003 (gepubliceerd in het Belgische staatsblad van 27 mei 2003) betreffende de normalisatie, creëerde het Belgische Normalisatiebureau (NBN), ter vervanging van het Belgische Instituut voor Normalisatie (IBN/BIN), dat wordt belast met de volgende taken:
  • het opstellen van een inventaris van de behoeften aan nieuwe normen en technische documenten en van de middelen om deze te realiseren, alsook de evaluatie van de financiële middelen;
  • het coördineren van normalisatieactiviteiten en de harmonisatie van de regels waarop de normalisatie zal worden gebaseerd;
  • het centraliseren, onderzoeken, raadplegen en/of goedkeuren van ontwerpnormen;
  • het verdelen van normen en technische documenten;
  • het bevorderen van de normalisatie en het coördineren van de maatregelen bedoeld om het gebruik ervan te vergemakkelijken;
  • het beheren van de middelen gebruikt voor de ontwikkeling van wetenschappelijke en technische vaardigheden op het vlak van de zaken die worden genormaliseerd;
  • het opstellen van normen en het monitoren, ontwikkelen en voltooien van technische documenten die niet de status van normen hebben maar die aan marktbehoeften voldoen. De normalisatiecomités zijn verantwoordelijk voor het ontwikkelen of monitoren van ontwerpnormen;
  • het vertegenwoordigen van Belgische belangen in Europese en internationale normalisatieorganisaties;
  • het oprichten en ontbinden van normalisatiecomités;
  • het erkennen en het intrekken van de erkenning van sectoriële normalisatie-instellingen overeenkomstig de bepalingen van een Koninklijk Besluit. Sectoriële normalisatie-instellingen kunnen worden gevraagd het technische secretariaat of voorzitterschap op zich te nemen. De erkenning van sectoriële instellingen wordt bepaald in het Koninklijk besluit van 21 oktober 2004 (gepubliceerd in het Belgische staatsblad van 9 november 2004). Het Normalisatiebureau kan taken toewijzen aan en afnemen van de sectoriële instellingen voor de technische ondersteuning en het administratieve beheer van comités onder de domeinen waarvoor ze erkend zijn. Deze taken omvatten:
    • het opstellen van normatieve documenten;
    • het voorleggen van de Belgische standpunten aan het Normalisatiebureau, in het kader van Europese en internationale normalisatieactiviteiten;
    • het verstrekken van alle informatie vereist voor de toezichtactiviteiten, aan het Normalisatiebureau; de coördinatie tussen sectoriële instellingen; het nakomen van verantwoordelijkheden van het Normalisatiebureau of de aanpassing van diens catalogus van publicaties en het algemene normalisatieprogramma;
    • het voorleggen, aan het Normalisatiebureau, van een jaarverslag betreffende de toevertrouwde taken, samen met een lijst van de comitéleden;
  • het Normalisatiebureau dient al het nodige te doen om ervoor te zorgen dat alle belanghebbenden in de normalisatiecomités vertegenwoordigd zijn. Het verstrekt de normalisatiecomités en de sectoriële instellingen de technische en economische informatie die relevant kan zijn om hun taken uit te voeren;
  • het uitvoeren van de taken verbonden aan de normalisatie en de certificatie overeenkomstig de bepalingen van een Koninklijk besluit.
Het Normalisatiebureau wordt gefinancierd door:
  • donaties uit de Federale begroting;
  • honoraria, vastgelegd door een Koninklijk besluit en bestemd voor de financiering van specifieke normalisatieprogramma’s die het openbare welzijn beogen, betaald door partijen die aan de normalisatiecomités deelnemen;
  • vrijwillige of contractuele inkomsten;
  • occasionele inkomsten;
  • alle inkomsten die rechtstreeks of onrechtstreeks voortvloeien uit activiteiten van het Normalisatiebureau.
Overeenkomstig het Koninklijk besluit van 25 oktober 2004 betreffende de uitvoering van de normalisatieprogramma’s en de goedkeuring of registratie van normen (gepubliceerd in het Belgische staatsblad op 9 november 2004), onderscheidt België de volgende normalisatiedocumenten:
  • bekrachtigde norm: norm aanvaard door het Normalisatiebureau en bekrachtigd door de koning. Publiek onderzoek van toekomstige bekrachtigde normontwerpen wordt door het Normalisatiebureau in het Belgische staatsblad aangekondigd. Het onderzoek neemt minstens 5 maanden in beslag na aankondiging ervan in het Belgische staatsblad. Degenen die opmerkingen hebben geformuleerd, hebben het recht door het normalisatiecomité gehoord te worden wanneer de ontvangen opmerkingen worden onderzocht;
  • geregistreerde norm: document dat als norm door het Normalisatiebureau is aanvaard en door publicatie de omzetting van een buitenlands, Europees of internationaal document vormt. Geregistreerde normen kunnen bekrachtigd zijn;
  • technisch document: technische specificatie ontwikkeld overeenkomstig een ontwikkelings- en raadplegingprocedure, aangepast aan het beoogde doel, en die niet de formele status van een norm heeft;
  • technische specificatie: specificatie gedekt door een document dat de vereiste eigenschappen van een product, proces of dienst bepaalt.
De bekrachtiging en de registratie van normen worden in het Belgisch staatsblad gepubliceerd.

Momenteel volgen de Belgische normalisatiecomités op de eerste plaats de normalisatieactiviteiten van CEN en ISO op en ontwikkelen ze nationale toepassingdocumenten.

TOP

Belgische Unie voor de technische goedkeuring in de bouw (Butgb-UBAtc)

De BUtgb werd in 1971 opgericht door het Nationaal Instituut voor de Huisvesting, het controlebureau voor de bouw SECO, en het Belgische Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB). Momenteel worden deze activiteiten verzekerd door de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie, Kwaliteit van de Bouw, Goedkeuring en Voorschriften, in samenwerking met alle betrokkenen. Sinds 1991 nemen ook de Gewesten deel aan het verlenen van technische goedkeuringen, en staat de goedkeuringsprocedure tevens open voor producten die bestemd zijn voor infrastructuurwerken van burgerlijke bouwkunde.

De technische goedkeuring maakt deel uit van de overheidsacties om de kwaliteit in de bouw te verhogen. De BUtgb is verantwoordelijk voor het verlenen van de Belgische technische goedkeuringen (ATG) voor producten die niet door normen of Europese technische goedkeuringen (ETA’s) worden gedekt. De ATG is het door de BUtgb uitgegeven document dat de gebruiksgeschiktheid – onder gespecificeerde voorwaarden – van een welbepaald bouwproduct, bestemd voor bouwwerken, beschrijft. Het verlenen van een ATG is onderworpen aan de gunstige opinie van een gespecialiseerde groep deskundigen die in opdracht van de BUtgb handelen. In de meeste gevallen vormt deze technische specificatie de basis voor een certificatie.

Waar mogelijk worden ATG’s verleend op basis van leidraden ontwikkeld in het kader van de Europese Unie voor de technische goedkeuringen in de bouw (EUtgb). De BUtgb-deskundigen zijn actief in verscheidene EUtgb-werkgroepen.

Ze nemen deel aan EOTA-werkgroepen die ETA-leidraden uitwerken en ze ontwikkelen CUAP’s (Common Understanding of Assessment Procedures) voor fabrikanten die een ETA aanvragen voor producten die niet door geharmoniseerde normen en ETA-leidraden worden gedekt.

TOP

 

Noot 1: Zal worden vervangen door richtlijn 2004/108/EG.
Noot 2: In tegenstelling tot de andere vermelde richtlijnen is de richtlijn Energieprestaties van gebouwen geen “nieuwe aanpak”-richtlijn en voorziet ze geen CE-markering voor bouwproducten. Er bestaan tal van andere richtlijnen die eveneens van toepassing kunnen zijn.