EG-Leidraden


Algemeen

Artikel 20 van de BPR stelt dat het Permanent Comité voor de Bouw, op verzoek van zijn voorzitter of van een lidstaat, kan overgaan tot het onderzoeken van problemen die zich voordoen bij de implementatie en bij de praktische toepassing van deze richtlijn.

Om ervoor te zorgen dat de Commissie en de lidstaten evenals de lidstaten onderling tot een gemeenschappelijke interpretatie van de werking van de richtlijn komen, geven de diensten van de Europese Commissie een reeks leidraden uit waarin specifieke zaken verbonden aan de implementatie, de praktische implementatie en de toepassing van de richtlijn worden behandeld.

Deze documenten zijn geen wettelijke interpretaties van de richtlijn. Ze zijn niet wettelijk bindend en wijzigen de richtlijn geenszins. Wanneer bepaalde procedures worden besproken, betekent dit niet dat andere procedures die evengoed aan de richtlijn kunnen voldoen, in principe uitgesloten zijn.

De leidraden zijn op de eerste plaats van belang en van nut voor degenen die betrokken zijn bij de uitvoering van de richtlijn vanuit wettelijk, technisch en administratief standpunt gezien. De schrijvers van specificaties dienen de EG-leidraden aan te nemen en ze te gebruiken om geharmoniseerde normen, ETA-leidraden, CUAP’s en Europese technische goedkeuringen uit te werken.

De leidraden kunnen verder worden uitgewerkt, gewijzigd of ingetrokken volgens dezelfde procedure als gebruikt wordt om ze uit te geven.

TOP

A - Aanstellen van attesteringsinstanties in het kader van de BPR

Dit document beoogt de lidstaten te helpen bij het aanstellen en aanmelden van instanties die zullen worden belast met de toepassing van de attesteringsprocedures vereist volgens artikel 18 van de BPR.

De voornaamste doelstellingen van deze leidraad zijn:
  • zorgen voor de volledige implementatie van de BPR, rekening houdend met de specifieke aspecten van de BPR en met de voorschriften van de resolutie van de Raad betreffende een algemene aanpak voor de conformiteitsbeoordeling en andere relevante horizontale documenten;
  • criteria definiëren die de gelijkwaardige beoordeling van kandidaatinstanties door de lidstaten mogelijk maken;
  • informatie verstrekken aan de lidstaten inzake de elementen die aan de Commissie en de andere lidstaten m.b.t. de individuele notificaties moeten worden medegedeeld; en
  • ervoor zorgen dat volledige informatie over het werkingsbereik en de bevoegdheid van de attesteringsinstanties en de geleverde diensten beschikbaar is voor alle geïnteresseerde partijen.
Deze leidraad werd in 2002 gewijzigd om de pas gepubliceerde EN ISO/IEC 17025 in te voeren, die nu de EN 45001 heeft vervangen. Eerstdaags zou de leidraad nogmaals aangepast worden om rekening te houden met de publicatie van EN ISO/IEC 17020, die EN 45004 vervangt en met de nieuwe versie van EN ISO/IEC 17025:2005.

Onlangs onderzocht de EG hoe in de Nando-database kon worden verwezen naar het feit dat aangemelde testlaboratoria voor specifieke testmethodes en bijzondere fundamentele voorschriften zijn aangemeld.

TOP

B - De definitie van FPC in technische specificaties voor bouwproducten

Deze leidraad beoogt een gemeenschappelijke basis te creëren voor het interpreteren van de systemen voor productiecontroles in de fabriek, die volgens de richtlijn vereist zijn op basis van de wettelijke voorschriften.

Artikel 13 3(a) van de BPR stelt dat fabrikanten de CE-markering slechts op hun bouwproducten mogen aanbrengen als ze een systeem voor productiecontroles in de fabriek hebben om ervoor te zorgen dat de productie aan de betreffende technische specificaties voldoet.

Deze leidraad concentreert zich op het systeem voor de productiecontroles in de fabriek; dit systeem wordt gezien als een middel dat ervoor zorgt dat in de handel gebrachte producten aan de technische specificaties voldoen. Het is hoofdzakelijk bedoeld voor diegenen die geharmoniseerde technische specificaties (geharmoniseerde normen en ETAs’) en ETA-leidraden opstellen. Het geldt ongeacht het systeem dat voor de verklaring van overeenstemming wordt gebruikt. Het kan eveneens relevant zijn voor fabrikanten die verklaringen van overeenstemming opstellen en voor de overheidsinstanties belast met de tenuitvoerlegging.

TOP

C - Pakketten en systemen onder de BPR

Deze leidraad beoogt het bereik van de geharmoniseerde technische specificaties onder de BPR te verduidelijken. Het is eveneens bedoeld om het verschil tussen de begrippen “pakket” en "systeem" toe te lichten. Het is bestemd voor degenen die betrokken zijn bij de voorbereiding van harmonisatiemandaten en het schrijven van technische specificaties.

Sinds het document werd opgesteld, heeft het PCB eveneens het begrip "virtueel pakket" aanvaard.

TOP

D - CE-markering onder de BPR

Deze leidraad beoogt de verduidelijking van de voorwaarden voor het aanbrengen van de CE-markering zelf, de bijkomende informatie die bij de markering moet worden gevoegd, en de inhoud van de EG-verklaring van overeenstemming en het conformiteitscertificaat.

Het document betreft producten die binnen het bereik van de BPR vallen en de CE-markering dragen overeenkomstig de bepalingen van de BPR, rekening houdend met richtlijn 93/68/EG van de Raad (de richtlijn inzake de CE-markering) tot wijziging van de BPR inzake de CE-markering en met beschikking 93/465/EG van de Raad inzake de regels voor het aanbrengen en gebruiken van de CE-conformiteitsmarkering.

De leidraad is bedoeld voor diverse doelgroepen, in het bijzonder voor de schrijvers van technische specificaties (CEN/CENELEC en EOTA-leden), om in aanmerking genomen te worden samen met de respectieve mandaten en de bepalingen die erin vervat zijn, en voor regelgevers en tenuitvoerleggingsinstanties binnen de Europese Economische Ruimte (EER). Het document kan eveneens interessant zijn voor fabrikanten en gebruikers voor informatiedoeleinden, hoewel de technische specificaties alle relevante details voor een bepaald product zullen bevatten zodra ze beschikbaar zijn.

Het bevat eveneens waardevolle informatie over de EG-verklaring en over het EG-conformiteitscertificaat.

Na herziening werd de meest recente versie in juli 2004 gepubliceerd. Er werd rekening gehouden met de volgende nieuwe aspecten:
  • Vrijwillige markeringen moeten worden aangebracht in een kader, gescheiden van de CE-markering;
  • Gemandateerde kenmerken kunnen worden vervangen door “proxy” kenmerken;
  • Wanneer fabrikanten besluiten de NPD-optie toe te passen, moeten ze uitdrukkelijk "NPD" vemelden in de markering;
  • De plaats waar bijkomende informatie vermeld dient te worden als ze niet bij het CE-symbool kan worden gevoegd;
  • Hoe de prestaties van eindgebruikerstoepassingen te vermelden.
TOP

E - Niveaus en klassen onder de BPR

Deze leidraad verduidelijkt het gebruik van klassen en niveaus in de context van de BPR. Het document behandelt eveneens de aanverwante kwestie van de nationale bepalingen betreffende werken en de gebruiksgeschiktheid van bouwproducten. Het is bedoeld voor schrijvers van technische specificaties (CEN/CENELEC en EOTA-leden), om in aanmerking genomen te worden samen met de respectieve mandaten en bepalingen die erin vervat zijn, en voor regelgevers en tenuitvoerleggingsinstanties binnen de Europese Economische Ruimte (EER).

TOP

F - Duurzaamheid en de BPR

Algemeen

Dit document behandelt de duurzaamheid in de context van de implementatie van de BPR.

Het is bedoeld voor de schrijvers van technische specificaties (CEN/CENELEC en EOTA-leden), om in aanmerking genomen te worden samen met de respectieve mandaten en bepalingen die erin vervat zijn, en voor regelgevers en tenuitvoerleggingsinstanties binnen de Europese Economische Ruimte (EER).

Alle geharmoniseerde technische specificaties bevatten bepalingen voor de beoordeling van de duurzaamheid, waarbij rekening wordt gehouden met de behoeften van de lidstaten en gebruik wordt gemaakt van op prestaties gebaseerde methodes, beschrijvende oplossingen of een combinatie van deze twee. Ze werden opgesteld zodat kan worden aangenomen dat een product dat aan de technische specificaties voldoet, een “normale” levensduur zal hebben, op voorwaarde dat het naar behoren wordt onderhouden. De huidige algemeen aanvaarde “state of the art1 ” wordt toegepast bij de vermelding van de duurzaamheid in technische specificaties voor bouwproducten.

De ontwikkeling van op prestaties gebaseerde bepalingsmethodes mag het uitgeven van geharmoniseerde technische specificaties niet vertragen, hoe wenselijk deze methodes ook zijn vanuit technisch standpunt gezien. Op basis van het huidige kennisniveau eist de BPR dat CEN en EOTA alleen rekening houden met de duurzaamheidaspecten die reeds vereist zijn in één of meerdere lidstaten en waarvoor beoordelingsmiddelen bestaan. De ontwikkeling van nieuwe duurzaamheideisen is toegelaten voor de 2de generatie geharmoniseerde specificaties.

In de technische specificaties dient niet uitdrukkelijk verwezen te worden naar de levensduur die wordt aangenomen bij de beoordeling van de duurzaamheid; de levensduur kan worden vermeld als dit passend wordt geacht.

TOP

Beoordelingsmethodes

De directe beoordeling door tests of berekeningen, waarbij het product aan een specifieke actie wordt onderworpen, waarna één of meerdere van de productkenmerken worden geëvalueerd, is de methode voor de beoordeling van de duurzaamheid waaraan de voorkeur wordt gegeven. Maar het indirect (proxy) testen van de duurzaamheid, waarbij het product wordt onderworpen aan een specifieke actie en aan specifieke criteria waarvoor een correlatie of relatie tussen het geteste kenmerk en de vereiste duurzaamheid bestaat, wordt eveneens aanvaard.

De technische specificaties van de BPR kunnen eveneens verwijzen naar de beschermingseisen, wat betekent dat de specificatie bepaalt dat alle producten beschermd moeten zijn (bijvoorbeeld door coaten of schilderen). Dit kan inhouden dat de fabrikant advies moet verlenen wat de CE-markering betreft, zonder echter de directe verantwoordelijkheid voor het geïnstalleerde product te dragen.

Beschrijvende voorschriften worden niet aangemoedigd maar in bepaalde gevallen vormen ze de enige mogelijke oplossing.

De indirecte beoordeling, wanneer er geen relatie tussen de “proxy” kenmerken en de gewenste duurzaamheid bestaat maar er slechts een verband is, wordt eveneens aanvaard. Voor een dergelijke indirecte beoordeling wordt aangenomen dat een product dat aan sommige of alle in de norm gedefinieerde voorschriften (in het bijzonder de eisen inzake de sterkte) voldoet, inherent duurzaam is.

TOP

G - Het Europese indelingssysteem voor het materiaalgedrag van bouwproducten bij brand

Deze leidraad behandelt kwesties verbonden aan de werking van het Europese systeem voor de indeling van het materiaalgedrag van bouwproducten bij brand (Euroklassen) in de context van de implementatie van de BPR.

Regelingen voor de overgang van bestaande nationale indelingen inzake het materiaalgedrag bij brand naar de nieuwe Europese systemen, worden behandeld in EG-leidraad J.

Deze leidraad is bedoeld voor de schrijvers van technische specificaties (CEN/CENELEC en EOTA-leden) en voor regelgevers en tenuitvoerleggingsinstanties in de Europese Economische Ruimte (EER).

Het document werd voor het laatst herzien in mei 2003.

TOP

H - Een geharmoniseerde aanpak m.b.t. gevaarlijke stoffen onder de BPR

Deze leidraad beschrijft een geharmoniseerde aanpak voor de problematiek van de gevaarlijke stoffen en bereidingen en voor gevaarlijke straling wanneer deze betrekking hebben op producten die onder de BPR vallen. Het document legt uit in welke mate de richtlijn van toepassing is op gevaarlijke stoffen en hoe de schrijvers van technische specificaties (CEN/CENELEC en EOTA-leden) er rekening mee moeten houden om tot harmonisatie te komen. Technische specificaties beoogden alle relevante informatie over een bepaald bouwproduct te verstrekken en in het bijzonder de informatie vereist opdat een fabrikant in staat zou zijn de CE-markering aan te brengen.

De leidraad is bestemd voor diegenen die betrokken zijn bij het opstellen van technische specificaties (geharmoniseerde normen en Europese technische goedkeuringen), die in aanmerking moeten worden genomen samen met de respectieve mandaten en de bepalingen die erin vervat zijn, en voor regelgevers en tenuitvoerleggingsinstanties in de Europese Economische Ruimte (EER).

Het document is beperkt tot de aspecten “hygiëne, gezondheid en milieu” van de fundamentele eisen van de BPR die verbonden zijn aan de aanwezigheid van mogelijk gevaarlijke stoffen in bouwproducten.

Aspecten op het vlak van gezondheid, hygiëne en milieu die verbonden zijn aan de fabricage van producten of aan hun functie (bijvoorbeeld gebrekkige afvoer van afvalwater), vallen buiten het bereik. De leidraad dekt geen bouwproducten die in contact komen met water dat bedoeld is als drinkwater voor de mens; deze producten worden gedekt door het European Acceptance Scheme (EAS), waaraan momenteel nog wordt gewerkt.

Geen enkele bepaling van deze leidraad beperkt de lidstaten - met passend respect voor het Verdrag - inzake het handhaven van wetten, verordeningen en administratieve bepalingen betreffende het gebruik van producten die buiten het bereik van de BPR vallen. Zolang ze voldoen aan de bepalingen van het Verdrag, bijv. vrijwillige programma’s voor de bescherming van het milieu, die een doeltreffende manier voor de behandeling van gevaarlijke stoffen zouden kunnen vormen, worden ze niet uitgesloten door deze leidraad, hoewel ze eveneens buiten het bereik van de BPR vallen.

De Europese Commissie heeft informatie van de EU-lidstaten over gereguleerde stoffen op haar website (http://europa.eu.int/comm/enterprise/construction/internal/dangsub/dangmain.htm) geplaatst.

TOP

I - De toepassing van artikel 4(4) van de BPR

Deze leidraad verduidelijkt zaken die verband houden met de toepassing van artikel 4(4) van de BPR. Het document is op de eerste plaats bedoeld voor regelgevers en tenuitvoerleggingsinstanties binnen de Europese Economische Ruimte (EER), voor de industrie en voor aangemelde instanties.

De leidraad die in dit document vervat is, is slechts tijdelijk en zal slechts worden gebruikt tot er voldoende ervaring is opgedaan wat de toepassing van artikel 4(4) in de praktijk betreft. Met de hulp van de groep van aangemelde instellingen zal de Commissie het gebruik van artikel 4(4) door de industrie controleren, de lidstaten op de hoogte houden en ervoor zorgen dat deze leidraad wordt herzien indien dit nodig blijkt.

Tot nu toe is artikel 4(4) nog niet gebruikt.

TOP

J - Overgangsregelingen onder de BPR

Deze leidraad behandelt de overgangsregelingen in de context van de implementatie van de BPR. Het document is bedoeld voor de schrijvers van technische specificaties (CEN/CENELEC en EOTA-leden), voor regelgevers en tenuitvoerleggingsinstanties binnen de Europese Economische Ruimte (EER), voor aangemelde instellingen en de industrie.

In de context van deze leidraad verwijst de term “overgangsregelingen” naar de periode waarin zowel de nationale als de Europese technische specificaties beschikbaar zijn voor gebruik door fabrikanten die hun producten in de handel brengen binnen de EER. Deze periode wordt de coëxistentieperiode genoemd.

De leidraad die in dit document vervat is, vormt een kader waarin de Commissie en de lidstaten de technische specificaties die ter ondersteuning van de BPR worden opgesteld, kunnen gebruiken.

De begin- en einddata van de coëxistentieperiode worden in het Officiële Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd. CE-markering wordt mogelijk bij het begin en is verplicht op het einde van de periode. De lidstaten moeten hun nationale wetgeving wijzigen zodat (alleen) producten met CE-markering op hun markt toegelaten zijn tegen het einde van voornoemde periode.

TOP

K - De systemen van verklaring van overeenstemming en de rol en taken van de aangemelde instellingen in het kader van de BPR

Deze leidraad behandelt de verschillende systemen van verklaring van overeenstemming in het kader van de implementatie van de BPR.

Het document beschrijft eveneens de relatie tussen de systemen voor de beoordeling van de conformiteit en de aangemelde instellingen. Het verduidelijkt de rol van de betreffende aangemelde instellingen onder de verschillende systemen van verklaring van overeenstemming.

Het verwijst in het bijzonder naar artikels 13 en 18 en naar bijlage III van de BPR, en is bestemd voor verschillende doelgroepen, in het bijzonder voor de aangemelde instellingen, de regelgevers en de tenuitvoerleggingsinstanties binnen de Europese Economische Ruimte (EER). Het is eveneens interessant voor schrijvers van technische specificaties (CEN/CENELEC en EOTA-leden), om in aanmerking genomen te worden samen met de respectieve mandaten, evenals voor fabrikanten en andere gebruikers, voor informatiedoeleinden.

Dit document verstrekt informatie die een aanvulling vormt op Leidraad A omdat het de praktische rol van de aangemelde instellingen beschrijft. De criteria die door de lidstaten moeten worden toegepast om de instellingen die voor aanmelding in aanmerking wensen te komen (gedekt door Leidraad A) te onderzoeken, worden er niet in gespecificeerd.

Een nieuwe bijlage werd recent bijgevoegd met toelichtingen - bestemd voor CEN en EOTA - betreffende de specifieke aspecten van de verklaring van overeenstemming m.b.t. de producteigenschappen die door berekeningen worden bepaald (zie ook EG-leidraad L). Naar voorbeeld van de initiële typeonderzoeken werden een procedure (“initiële typeberekening”) en een leidraad m.b.t. de uit te voeren FPC-taken opgesteld.

TOP

L - Toepassing en gebruik van de Eurocodes

Met het oog op het realiseren van de doelstellingen en voordelen van het Eurocode-programma, beschrijft deze leidraad de gemeenschappelijke interpretatie van de Commissie en de lidstaten inzake:
  • de toepassing van de EN Eurocodes in het structurele ontwerp van werken;.
  • het gebruik van de EN Eurocodes in de geharmoniseerde normen en de Europese technische goedkeuringen voor structurele bouwproducten. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen:
    1. producten met eigenschappen die een rol spelen in de structurele berekeningen van werken of op een andere manier verbonden zijn aan de mechanische sterkte en stabiliteit van de werken, inclusief de aspecten ‘duurzaamheid’ en ‘bruikbaarheid’, en die dan ook consistent moeten zijn met de veronderstellingen en bepalingen van de EN Eurocodes (het gaat hoofdzakelijk om "structurele materialen");
    2. producten met eigenschappen die rechtstreeks kunnen worden bepaald door methodes gebruikt voor het structurele ontwerp van werken en die dus zouden moeten worden bepaald overeenkomstig de EN Eurocode-methodes (het gaat vooral om geprefabriceerde "structurele componenten en pakketten").
De doelstellingen van deze leidraad zijn:
  • helpen bij het uitwerken, implementeren en gebruiken van de EN Eurocodes;
  • de schrijvers van EN Eurocodes een kader bezorgen waarin ze de EN Eurocodes op basis van de bestaande ENV Eurocodes kunnen uitwerken of voltooien;
  • de schrijvers van productspecificaties een verwijzingskader bezorgen m.b.t. het opnemen of in aanmerking nemen van de EN Eurocode-delen in de geharmoniseerde normen en de Europese technische goedkeuringen voor structurele producten;
  • het mogelijk maken de nodige parameters of klassen op te nemen in EN Eurocodes en in technische specificaties voor structurele producten, of rekening houden met niveaus zodat de lidstaten het niveau van veiligheid, duurzaamheid en besparing kunnen kiezen dat voor bouwwerken binnen hun grondgebied zal gelden;
  • de lidstaten en de betrokken overheidsinstanties de elementen bezorgen die vereist zijn voor het uitschrijven van aanbestedingen voor overheidsopdrachten in naleving van de richtlijn inzake overheidsopdrachten.
Deze leidraad houdt rekening met alle kwesties en voorwaarden verbonden aan de correcte implementatie van de EN Eurocodes, en met hun verband met de implementatie van de BPR. Het is bedoeld voor tenuitvoerleggingsinstanties, regelgevers, instellingen belast met de nationale normalisatie, schrijvers van technische specificaties, aangemelde instellingen en de industrie.

Het werd voor het laatst herzien in november 2003.

TOP

M - Initiële type proeven en fabrieksproductiecontrol

Deze leidraad werd verspreid in mei 2005. Daarvoor was het een CEN leidraad voor CEN Technische Comités met als doel de clausules m.b.t. conformiteitsevaluatie in geharmoniseerde normen te verbeteren. Na nauwe samenwerking tussen de CEN Consultanten en de Organisatie van aangemelde instellingen, en later met de diensten van de Europese Commissie, werd het document grondig aangepast, waarbij verzekerd werd dat geharmoniseerde normen en Europese technische goedkeuringen conformiteitsevaluatie clausules omvatten, rekening houdende met de praktische ervaring opgedaan met de eerste generatie van geharmoniseerde specificaties.

De Leidraad is voornamelijk gericht aan de schrijvers van technische specificaties, maar laat tevens toe de verschillende routes waarmee producten in de handel gebracht worden te structureren.





EC Leidraad M maakt het volgende onderscheid:
  • Conventionele serie productie: CE markeringsplicht geldt, conformiteitsattestering in overeenstemming met de relevante Beschikkingen van de EC;
  • Serieproductie van producten met veranderlijke eigenschappen (bvb. ramen met een identiek ontwerp, maar met verschillende dimensies): CE markeringsplicht geldt, conformiteitsattestering in overeenstemming met de relevante Beschikkingen van de EC;
  • Individuele (en niet-serie) productie worden verdeeld in:
    • Individueel ontworpen en vervaardigde producten (bvb. restoratie of cultureel erfdeel), in dit geval is Verklaring Nr. 2 voor opname in het verslag van de vergadering van de Raad dat de Richtlijn in 1988 aanvaardde van toepassing. Zelfs indien het product niet voldoet aan (de fundamentele voorschriften van) de BPR, kan het in de handel worden gebracht, maar zonder CE Markering, indien de Lidstaat akkoord is;
    • Individuele (en niet-serie) productie waarvoor bovenstaande niet van toepassing is of in gevallen waar bovenstaande van toepassing is, maar waar de Lidstaat het gebruik ervan niet toelaat, zijn de volgende opties van toepassing:
      • De producten hebben geen beduidende invloed op gezondheid en veiligheid: in dit geval wordt artikel 13(5) toegepast, wat betekent dat ITT en FPC uitgevoerd worden door de fabricant, d.w.z; attesteringssysteem 4 is van toepassing, wat in tegenstelling kan zijn met de desbetreffende Beschikking van de Europese Commissie;
      • De producten hebben een beduidende invloed op gezondheid en veiligheid: in dit geval is de Beschikking van de Europese Commissie m.b.t. attestering van toepassing.
Deze differentiatie, samen met de vraag van de Europese Commissie t.o.v. CEN en EOTA om geschikte eisen m.b.t. conformiteitsattestering toe te passen, zou moeten toelaten dat fabrikanten van alle groottes, die eender welke productiemethode gebruiken verder hun producten in de handel kunnen brengen.

Hoewel eisen m.b.t. attestering proportioneel moeten zijn, ze moeten tevens verzekeren dat slechts veilige producten in de handel worden gebracht en de eisen moeten equivalent zijn, waardoor marktverstoring, waarbij een fabrikant een voordeel bekomt t.o.v. een andere, voorkomen wordt. Prestatiegerichte eisen, gebaseerd op statistische vertrouwensniveaus zijn zeer waarschijnlijk instrumenten in deze nieuwe ontwikkeling.

Leidraad M van de Europese Commissie stelt dat “Lidstaten niet verplicht zijn maatregelen te treffen voor het toepassen van BPR voorzieningen en CE Markering van gebouwelementen vervaardigd op de bouwplaats en voor die producten die niet op de bouwplaats vervaardigd worden, maar erin verwerkt worden zonder voordien in de handel te zijn gebracht”. Dit is belangrijk, vermits dit betekent dat aannemers die onderdelen van een bouwwerk vervaardigen, op de bouwplaats of erbuiten, niet verplicht worden te CE Markeren, tenzij Lidstaten dit eisen. Het is onduidelijk wat er zou gebeuren indien sommige Lidstaten CE Markering zouden verplichten, terwijl andere dit niet doen.

TOP

 

Noot 1: In deze context verwijst “state of the art” naar het huidige kennisniveau dat algemeen aanvaard wordt als zijnde technisch correct. Het betekent niet de meest geavanceerde technologie.