Conformiteitsattestering


Algemeen en elementen voor de verklaring van overeenstemming

Overeenkomstig artikel 4(2) van de BPR kunnen de lidstaten ervan uitgaan dat bouwproducten geschikt zijn voor het beoogde gebruik als ze de CE-markering dragen. Een allereerste voorwaarde voor het aanbrengen van deze markering is dat de fabrikant een verklaring van overeenstemming heeft opgesteld om de conformiteit van het product met een geharmoniseerde Europese specificatie te bevestigen.

De verklaring van overeenstemming (conformiteitsbeoordeling) is een activiteit die gebaseerd is op een beslissing, genomen na het controleren van de geschiktheid, adequaatheid en doeltreffendheid van selectie- en bepalingsactiviteiten en de resultaten hiervan, tot machtiging en opstelling van een verklaring waarin wordt gesteld dat er werd aangetoond dat aan de gespecificeerde voorschriften is voldaan. Afhankelijk van het systeem van verklaring zal de resulterende vermelding de vorm van een rapport hebben (bijv. een testrapport of een inspectierapport), of van een verklaring of een certificaat en de CE-markering, en zal ze de verzekering geven dat aan de gespecificeerde voorschriften wordt voldaan. Een dergelijke verzekering op zich houdt geen contractuele of andere wettelijke waarborgen in.

De procedure voor de verklaring van overeenstemming kan bestaan uit verschillende elementen zoals vermeld in bijlage III.1 CPD. Het zijn:
  1. het initiële typeonderzoek van het product door de fabrikant of door een erkende instantie;
  2. het testen van monsters die in de fabriek genomen zijn, overeenkomstig een voorgeschreven testplan, door de fabrikant of een erkende instantie1 ;
  3. de steekproefsgewijze controle van monsters genomen in de fabriek, op de open markt of op een bouwplaats, door de fabrikant of een erkende instantie;
  4. het testen van monsters uit een partij die klaar is voor levering, of die reeds geleverd is, door de fabrikant of een erkende instantie;
  5. de productiecontrole in de fabriek;
  6. de eerste inspectie van de fabriek en van de productiecontrole in de fabriek door een erkende instantie;
  7. de permanente bewaking, beoordeling en evaluatie van de productiecontrole in de fabriek door een aangemelde instelling.
Op basis van deze elementen werden de zogenaamde systemen van verklaring van overeenstemming bepaald.

TOP

Systemen van verklaring van overeenstemming

Bijlage II.2 van de BPR stelt de systemen van verklaring voor die door de Europese Commissie moeten worden toegepast na raadpleging van het Permanent Comité voor de Bouw. De beschikkingen van de Commissie worden gepubliceerd in het Officiële Publicatieblad van de Europese Unie. Deze procedure wijkt af van de zogenaamde algemene aanpak die verklaringsmodules voorziet die op andere richtlijnen dan de BPR moeten worden toegepast.

In de systemen wordt duidelijk gesteld welke taken door welke partij, de fabrikant of de aangemelde instellingen moeten worden uitgevoerd.

Het behoort tot de taken van de schrijvers van specificaties, de welbepaalde taken van de diverse betrokken partijen, te beschrijven. Deze technische specificaties moeten alle fabrikanten gelijke kansen bieden en vertrouwen in de CE-markering geven, los van de herkomst van het product en de betrokken instanties.

De conformiteitsbeoordeling bevat twee hoofdelementen die steeds in elk systeem aanwezig zijn: het initiële typeonderzoek en de productiecontrole in de fabriek.

TOP

Initieel type proeven (Initieel type onderzoek)

ITT is de volledige set onderzoeken of andere procedures die in de geharmoniseerde technische specificatie beschreven zijn en de prestaties bepalen van productmonsters die representatief zijn voor het producttype. Zo wordt nagegaan of een product aan de geharmoniseerde technische specificatie voldoet en worden tevens de prestaties van alle geharmoniseerde kenmerken die moeten worden vermeld, gedefinieerd.

Voor de CE-markering volgens de Bouwproductenrichtlijn, moeten de fabrikanten een duidelijk bewijs hebben van de ITT, uitgevoerd door henzelf of door een attesteringsinstantie, afhankelijk van het systeem van verklaring van overeenstemming dat op het betreffende product van toepassing is.

Hoewel de term "initieel type proeven" specifiek naar proeven verwijst, heeft ITT niet noodzakelijk betrekking op het uitvoeren van proeven. In tal van geharmoniseerde technische specificaties wordt naar andere procedures verwezen:
  • beschikking tot indeling zonder behoefte aan verder onderzoek (of CWFT: Classified without the need for further testing ): Door de CWFT-procedure kan de Commissie, na raadpleging van het PCB, af en toe Commissiebeschikkingen uitvaardigen om klassen vast te leggen voor het materiaalgedrag bij brand van bepaalde bouwproducten, voor bouwproducten waarvoor de indeling voorzien in Beschikking 2000/147/EG duidelijk vastgelegd en voldoende bekend is bij de regelgevers inzake brandveiligheid in de lidstaten zodat geen verder onderzoek vereist is voor dit specifieke prestatiekenmerk;
  • Conventioneel aanvaarde prestaties, d.w.z. andere "geacht-te-voldoen" bepalingen die schrijvers van technische specificaties (bijvoorbeeld op basis van ervaring en/of op een stel testresultaten) besluiten in te voeren in geharmoniseerde technische specificaties, waardoor fabrikanten hun producten niet moeten onderwerpen aan prestatiegerelateerde onderzoeken (bijvoorbeeld getabelleerde waarden; sommige geharmoniseerde technische specificaties bevatten getabelleerde waarden en/of verwijzen naar ondersteunende normen die getabelleerde waarden specificeren, bijvoorbeeld EN 12524);
  • berekening: Een aantal geharmoniseerde technische specificaties voorzien berekeningen als een manier om de prestaties te bepalen (waarden, klassen of niveaus). Het concept van de berekening die deel uitmaakt van de "initiële type onderzoek" wordt behandeld in de herziene EG-Leidraad K.
Fabrikanten moeten beschikken over het bewijs van het initiële typeonderzoek als onderdeel van hun technische documentatie; dit bewijs moet minstens 10 jaar worden bewaard, te tellen vanaf de laatste datum van fabricage van het product.

TOP

Productiecontrole in de fabriek

De productiecontrole in de fabriek houdt de permanente interne controle van de productie in, uitgevoerd door de fabrikant. Alle elementen, voorschriften en bepalingen aangepast door de fabrikant, moeten op systematische wijze worden gedocumenteerd in de vorm van schriftelijke beleidslijnen en procedures (bijlage III.1 van de BPR).

De productiecontrole in de fabriek is vereist voor alle systemen van verklaring, wat tot een belangrijke conclusie leidt: bouwproducten met CE-markering mogen slechts in de handel worden gebracht als de fabrikant een systeem voor productiecontrole in de fabriek heeft en onderhoudt.

Om in alle specificaties een gelijkwaardig niveau te bereiken voor de productiecontrole in de fabriek, heeft de Commissie Leidraad B gepubliceerd. De schrijvers van specificaties dienden de bepalingen van deze Leidraad aan het betreffende product of de betreffende productfamilie en aan het betreffende productieproces aan te passen. Hierbij deenen ze rekening te houden met het feit dat de bepalingen in de specificaties voldoende flexibel moeten zijn om ruimte te laten voor het specifieke van het productieproces van de individuele fabrikanten. Om de technische comités van CEN bij deze vrij nieuwe taak te ondersteunen, hebben de CEN-adviseurs in samenwerking met de groep van attesteringsinstanties een gedetailleerde leidraad over de conformiteitsevaluatie uitgewerkt. Dit document vormt de basis voor Leidraad M, waaraan momenteel wordt gewerkt.

TOP

Aangemelde of attesteringsinstellingen

Artikel 18 van de BPR eist dat de lidstaten de Commissie melden welke instanties door hen zijn erkend voor de taken die aan de conformiteitsattestering verbonden zijn. De notificatieprocedures worden uiteengezet in EG-Leidraad A.

Wat de werking van de instanties, betrokken bij de conformiteitsattestering betreft, wordt er een onderscheid gemaakt tussen product- en FPC-certificatie-instanties, inspectie-instanties en testlaboratoria. De taken van deze instanties worden uiteengezet in bijlage III.3 van de BPR.
  • De certificatie-instelling voert de conformiteitscertificatie uit overeenkomstig welbepaalde procedureregels. Afhankelijk van het systeem van verklaring van overeenstemming kan de certificatie het product of de productiecontrole betreffen. De basis voor de certificatie zijn de werkingsresultaten van een inspectie-instantie en, voor specifieke domeinen, van testlaboratoria;
  • De inspectie-instelling voert functies uit zoals het beoordelen, het aanbevelen voor aanvaarding en de daarop volgende audit van de productiecontrole-activiteiten van de fabrikanten, en de selectie en evaluatie van producten volgens specifieke criteria. Meestal brengen deze instanties verslag uit aan de certificatie-instelling;
  • Het proeflaboratorium staat in voor het meten, onderzoeken, testen of op een andere manier bepalen van de kenmerken of prestaties van de producten. Het brengt verslag uit aan de certificatie-instantie voor specifieke domeinen.
Eén en dezelfde instantie kan het testen, inspecteren en certificeren op zich nemen als ze voor al deze taken is erkend.

Alle aangemelde of attesteringsinstanties moeten bevoegd zijn en over het nodige personeel en de nodige apparatuur beschikken, en moeten de vereiste integriteit en onpartijdigheid garanderen. Deze vereisten worden verder uiteengezet in bijlage IV van de BPR, maar omdat ze zeer algemeen zijn, wordt de gemeenschappelijke positie met betrekking tot de interpretatie van deze algemene vereisten, verder uitgelegd door het Permanent Comité voor de Bouw in EG-Leidraad A.

TOP

Aanmelding

Overeenkomstig artikel 18 van de BPR, dienen de lidstaten de Commissie te melden welke organisaties ze als test-, inspectie- of certificatie-instanties hebben erkend om attesteringstaken uit te voeren in het kader van de BPR, vanwaar de term “aangemelde instellingen”. De aanmelding informeert de Commissie over de taak waarvoor de instantie is erkend en over de productspecificatie en/of proefmethodes.

TOP

Nando

De Internetgebaseerde NANDO-database (http://europa.eu.int/comm/enterprise/nando-is/home/index.cfm) biedt gebruikers de mogelijkheid de Europese aangemelde instanties in alle “nieuwe aanpak”-richtlijnen te zoeken; ook instanties uit derden-landen, aangesteld d.m.v. formele overeenkomsten (MRA’s en PECA’s) en verantwoordelijk voor het uitvoeren van de conformiteitsbeoordelingsprocedures waarover sprake in de toepasselijke “nieuwe aanpak”-richtlijnen, kunnen daar worden gezocht.

Nando biedt zoekmogelijkheden om aangemelde instellingen te zoeken op basis van hun registratienummer, hun land of de beschikking m.b.t. de verklaring van overeenstemming en de technische specificatie waarvoor ze werden aangemeld. Nando verstrekt eveneens:
  • de EG-leidraden ;
  • de positiedocumenten van de adviesraad; deze worden door de groep van aangemelde instellingen van de BPR geproduceerd en hebben betrekking op zaken die relevant zijn voor verscheidene of voor alle productfamilies.Van aangemelde instanties wordt verwacht dat ze overeenkomstig de positiedocumenten van de groep van aangemelde instanties (GBN) werken;
  • de positiedocumenten van de sectoriële groep; deze worden door de sectoriële groepen of door de groep van aangemelde instellingen van de BPR geproduceerd en hebben betrekking op zaken die relevant zijn voor een bepaalde productfamilie. De positiedocumenten van de sectoriële groepen (SG) worden eveneens door de adviesraad goedgekeurd. Van aangemelde instanties wordt verwacht dat ze overeenkomstig de positiedocumenten van de groep van aangemelde instanties (GBN) werken.
De documenten van de groep van aangemelde instellingen worden niet opgesteld door de Europese Commissie en worden evenmin aan het Permanent Comité voor de Bouw ter raadpleging voorgelegd.

Het zijn geen wettelijke interpretaties van de richtlijn en ze zijn niet wettelijk bindend. Van aanmeldende overheden wordt echter verwacht dat ze hun gebruik als een voorwaarde beschouwen bij het aanmelden van organisaties.

TOP

Groep van aangemelde instellingen

Algemeen

Om de samenwerking tussen de lidstaten, de aangemelde instellingen en de Europese Commissie te verzekeren, ondersteunt de Commissie een coördinatiestructuur voor de aangemelde instellingen. De voornaamste doelstellingen van deze groepen zijn:
  • het bevorderen van wederzijds vertrouwen en van transparantie tussen alle erkende instellingen en de tenuitvoerleggingsinstanties binnen de EG;
  • het bereiken van een consistente toepassing van de conformiteitsvoorschriften door alle erkende instellingen;
  • ervoor zorgen dat alle geïnteresseerde partijen toegang hebben tot alle informatie over het werkingsbereik en de bevoegdheid van de erkende instanties en over de geleverde diensten.
De CPD-GNB, de groep van aangemelde instellingen van de Bouwproductenrichtlijn, wordt ondersteund door twee secretariaten.

Het technische secretariaat helpt de voorzitter van de groep van aangemelde instellingen bij zijn taken. De hoofdactiviteiten van dit secretariaat bestaan uit:
  • het opstellen van de agenda van de adviesraad, in samenwerking met de voorzitter;
  • het opstellen van technische werkdocumenten, de verslagen van deze vergaderingen en hun aanbevelingen;
  • het verzamelen van alle nuttige technische informatie en, op verzoek van de diensten van de Commissie, het formatteren ervan zodat de aangemelde instanties hun activiteiten zo efficiënt mogelijk kunnen uitvoeren en coördineren;
  • het voorstellen van antwoorden of oplossingen op de technische problemen die op de vergaderingen van aangemelde instellingen worden aangesneden;
  • het deelnemen, op uitdrukkelijk verzoek van de diensten van de Commissie, aan de vergaderingen van de subgroepen van aangemelde instellingen (of verticale groepen) wanneer ze worden samengeroepen om specifieke technische vraagstukken te behandelen;
  • het op verzoek deelnemen aan de vergaderingen die door de diensten van de Commissie worden belegd en aan de vergaderingen van de intersectoriële groepen van aangemelde instellingen waarvan hiervoor sprake is.
Het administratieve secretariaat zorgt voor de logistieke ondersteuning van de groep van aangemelde instellingen (en van het technische secretariaat). Het speelt een hoofdrol in de implementatie van het elektronische CIRCA-systeem dat speciaal bestemd is om de verspreiding van informatie tussen alle aangemelde instanties te vergemakkelijken.

TOP

Adviesraad

De adviesraad werkt samen met de sectoriële groepen en streeft de volgende doelstellingen na:
  • het bevorderen van wederzijds vertrouwen en van transparantie tussen alle erkende instellingen en de tenuitvoerleggingsinstanties binnen de EG;
  • het bereiken van een consistente toepassing van de conformiteitsvoorschriften door alle erkende instellingen;
  • ervoor zorgen dat alle geïnteresseerde partijen toegang hebben tot alle informatie over het werkingsbereik en de bevoegdheid van de erkende instellingen en over de geleverde diensten.
De adviesraad behandelt algemene vraagstukken die worden aangekaart door de sectoriële groepen, door volwaardige leden en door geassocieerde leden van de adviesraad zelf, door de Commissie of door het Permanent Comité voor de Bouw. De groep kan kleine ad hoc-groepen oprichten om specifieke vraagstukken te onderzoeken.

Hij bestaat uit volwaardige leden en geassocieerde leden. Volwaardige leden zijn aangemelde instanties of andere organisaties die door aangemelde instanties in hun respectieve lidstaten zijn aangesteld. Elke organisatie met een legitiem belang die, volgens volwaardige leden, op positieve wijze tot het werk van de adviesraad kan bijdragen, kan geassocieerd lid worden.

De rol van de voorzitter bestaat erin:
  • de vergaderingen van de adviesraad voor te zitten;
  • vergaderingsdata en –plaatsen vast te leggen in overleg met de Commissie en het technische en administratieve secretariaat;
  • de agenda op te stellen, rekening houdend met verzoeken van aangemelde instellingn en in overleg met de Commissie;
  • het coördineren van de uitwerking van werkdocumenten en aanbevelingen;
  • het leiden van het werk en van de besprekingen binnen de adviesraad;
  • het herzien en voltooien van de verslagen van vergaderingen van de adviesraad;
  • het vertegenwoordigen van de BPR-groep van aangemelde instellingen op vergaderingen die door de Commissie worden georganiseerd.
Elke vertegenwoordiger van een volwaardige lidinstantie kan als voorzitter worden voorgedragen. Normaal gesproken vervult de voorzitter zijn functie voor een periode van twee jaar. Deze periode kan met een verdere termijn van twee jaar worden verlengd.

TOP

Sectoriële groepen

De sectoriële groepen zijn de belangrijkste ‘componenten’ van de GNB-organisatie. Er werden zo’n 23 sectoriële groepen opgericht en hun bereik volgt in hoofdzaak de productfamilies voor de aan CEN en EOTA verleende mandaten. Er zijn twee horizontale sectoriële groepen, een voor "Brand" en een voor "Gevaarlijke stoffen". De laatste is momenteel nog inactief.

Doel is aangemelde instellingen met gelijksoortige interesses te groeperen en het aantal sectoriële groepen tot een minimum te beperken maar zonder sectoriële groepen te creëren met een zodanig breed bereik dat een al te groot deel van de besprekingen irrelevant zou zijn voor een groot aantal van de leden.

Van sectoriële groepen wordt verwacht dat ze informatie toevoegen aan geharmoniseerde technische specificaties indien de aangemelde instellingen geen gelijkwaardig werk kunnen uitvoeren. Waar mogelijk moeten ze contact onderhouden met CEN en EOTA om voornoemde informatie in de geharmoniseerde technische specificaties in te voeren. In sommige gevallen zal dit echter niet mogelijk zijn en niet alle informatie die relevant is voor de aangemelde instanties is noodzakelijkerwijze geschikt om in de specificaties opgenomen te worden.

Alle sectoriële groepen worden verwacht positiedocumenten in te dienen wanneer een adequate consensus bereikt is in de GNB-adviesraad. Alle aangenomen adviesraaddocumenten van openbare aard, worden ter beschikking gesteld op de website van de Europese Commissie, (http://europa.eu.int/comm/enterprise/nando-is/cpd/home/). Aangemelde instanties moeten werken overeenkomstig deze aangenomen GNB-documenten.

TOP

GNB-positiedocumenten

Een aantal GNB-positiedocumenten zijn reeds beschikbaar op de algemeen toegankelijke EG-website, “Nando”.

TOP

Accreditatie

De accreditatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties is gedefinieerd als een derden-attestering. Hieruit blijkt dat een conformiteitsbeoordelingsinstantie aan gespecificeerde vereisten voldoet en bevoegd is specifieke conformiteitsbeoordelingstaken uit te voeren. De formele erkenning van de bevoegdheid van de instantie verantwoordelijk voor de conformiteitsbeoordeling, wordt verzekerd door een accreditatie-instantie.

Men mag niet vergeten dat accreditatie-instanties de bevoegdheid beoordelen, terwijl certificatie-instanties de conformiteit beoordelen.

Leidraad A behandelt het gebruik van EN ISO/IEC 17025, EN ISO/IEC 17020, EN 45012 en EN 45011, die momenteel worden gebruikt om instanties in EU-lidstaten te accrediteren of te erkennen. Deze normen voldoen niet volledig aan de voorschriften van bijlage IV van de BPR maar de Leidraad vermeldt aan welk voorschrift van bijlage IV wordt voldaan door specifieke bepalingen van de Europese normen. Bij het erkennen van instanties overeenkomstig bijlage IV van de BPR, kunnen de lidstaten voordeel trekken uit de accreditaties overeenkomstig de Europese normen, hoewel men niet mag vergeten dat accreditatie niet verplicht is voor erkenning en goedkeuring om taken van de BPR uit te voeren.

De taken van de Europese nationale accreditatie werden afzonderlijk bekeken door EAC (European Accreditation of Certification) en EAL (European co-operation for Accreditation of Laboratories), maar deze organisaties hebben hun krachten gebundeld om samen European Accreditation (EA) te vormen, dat alle Europese conformiteitbeoordelingsactiviteiten dekt:
  • proeven en kalibreren;
  • inspecteren;
  • certificeren van beheerssystemen, van producten en van personeel;
  • milieucontrole onder de EMAS-verordening (European Eco-Management and Audit Scheme).
De EA-leden zijn de nationaal erkende accreditatie-instanties van de lidstaten of kandidaatlanden van de Europese Unie en EVA. EA speelt een sleutelrol in het wegwerken van technische handelsbelemmeringen door:
  • het creëren van een uniforme accreditatie-aanpak voor heel Europa;
  • het bereiken van universele aanvaarding van geaccrediteerde certificaten en rapporten;
  • het opbouwen en handhaven van vertrouwen onder de nationaal erkende accreditatiesystemen;
  • het ondersteunen van de geharmoniseerde implementatie van accreditatienormen;
  • het starten en handhaven van de uitwisseling van technische kennis onder MLA-ondertekenaars en geassocieerde leden;
  • het zorgen voor de traceerbaarheid van metingen;
  • het handhaven en ontwikkelen van multilaterale overeenkomsten (MLA’s) binnen EA zelf en met accreditatie-instanties of regionale groepen die geen lid zijn.
TOP

CEN/CLC/TC1 en ISO CASCO

ISO CASCO is het conformiteitbeoordelingscomité van ISO (http://www.iso.org). Het heeft normen en leidraden uitgewerkt met betrekking tot de conformiteitbeoordelingsorganisaties en accreditatie-instanties en hun diverse activiteiten. Samen met het Internationaal Elektrotechnisch Comité (IEC) en het Europese Comité voor normalisatie (CEN) ontwikkelt CASCO documenten via CEN/CLC/TC1CASCO.

CEN/CLC/TC1 en CASCO’s doelstellingen bestaan in het zoeken naar middelen voor het beoordelen van de conformiteit van producten, processen, diensten en beheerssystemen met de juiste normen of andere technische specificaties, en in het opstellen van internationale leidraden en internationale normen m.b.t. het onderzoeken, inspecteren en certificeren van producten, processen en diensten, en m.b.t. de beoordeling van beheerssystemen, testlaboratoria, inspectie-instanties, certificatie-instanties, accreditatie-instanties en hun werking en aanvaarding.

CEN/CLC/TC1 en CASCO bevorderen de wederzijdse erkenning en aanvaarding van nationale en regionale conformiteitbeoordelingssystemen, en het juiste gebruik van internationale normen voor onderzoeks-, inspectie-, certificatie-, beoordelings- en gerelateerde doeleinden.

Tal van de documenten van CEN/CLC/TC1 en CASCO (de documenten van de EN 45000-reeks, EN ISO/IEC 17020, EN ISO/IEC 17025) vormen de basis voor het aanstellen van derden in het kader van de BPR.

TOP

Een betere implementatie van de nieuwe aanpak

In de resolutie van 10 november 2003 vroeg de Raad van het Europese Parlement de Europese Commissie initiatieven voor te stellen in verband met aangemelde instellingen en aanmeldende overheidsinstanties.

Wat de aangemelde instellingen betreft, worden de meeste aangelegenheden van de Raad reeds gedekt in het kader van de BPR. Alle aangemelde instellingen moeten hun taken uitvoeren volgens hetzelfde niveau en onder voorwaarden die een eerlijke concurrentie mogelijk maken. De voorschriften waaraan de aangemelde instellingen moeten voldoen, zoals de uitwisseling van ervaringen en van informatie inzake het intrekken of weigeren van certificaten en voorschriften voor de grensoverschrijdende activiteiten van aangemelde instanties, worden reeds in aanmerking genomen door de groep van aangemelde instellingen onder de BPR.

De Raad benadrukte dat de uitwisseling van informatie tussen aangemelde instellingen volgens het principe van het beroepsgeheim moet gebeuren en dat ze de concurrentie tussen aangemelde instellingen niet mag beperken.

Wat de aanmeldende overheden betreft, vroeg de Raad de Commissie om de consolidering van de voorschriften waaraan de instanties betrokken bij het aanstellen, beoordelen en monitoren van aangemelde instellingen, moeten voldoen. Het oprichten van een forum van overheidsinstanties uit de lidstaten verantwoordelijk voor het aanstellingsbeleid, is niet gebeurd in het kader van de BPR. Een dergelijk forum zou de uitwisseling van beste praktijken voor het beoordelen, aanstellen en toezicht houden op aangemelde instanties moeten vergemakkelijken.

Bovendien wenst de Raad dat er een efficiënte procedure wordt opgesteld voor de uitwisseling van informatie tussen aanstellende overheidsinstanties en accreditatie-instanties die conformiteitsbeoordelingsinstanties in alle EER-lidstaten en in andere landen hebben beoordeeld, met het oog op een versterkte administratieve samenwerking.

De ontwikkeling van een online notificatiesysteem, ter beschikking gesteld door de Commissie, met het doel het bestaande papiergebaseerde systeem te vervangen, werd reeds door de Commissie overwogen, en er is reeds een bijgewerkte lijst van aangemelde instellingen beschikbaar (de Nando-database is beschikbaar op het Internet).

De accreditatie is een bijzondere moeilijke kwestie en het beleid terzake verschilt aanzienlijk in de diverse lidstaten. Daarom is het verzoek van de Raad een meer omvattend beleid uit te werken en hulp te verlenen bij het definiëren (inclusief de rol in de aanstellingsprocedure) en het gebruiken van de accreditatie met het oog op het verbeteren van de coherentie, transparantie en samenwerking van de accreditatiediensten, niet alleen wenselijk maar ook zeer moeilijk.

De ontwikkeling van een dergelijk beleid beoogt in het bijzonder de onafhankelijkheid van de accreditatie-instanties van commerciële conformiteitsbeoordelingsactiviteiten en, als een dienst van algemeen economisch belang, het vermijden van concurrentie tussen verschillende instanties. Er dient overwogen te worden dergelijke bepalingen in het algemene wetgevende kader voor de nieuwe aanpak op te nemen. Concurrentie tussen accreditatie-instanties wordt over het algemeen niet ondersteund maar kan in bepaalde situaties onvermijdelijk zijn.

TOP

Belgische aanmeldingsvoorschriften en aangemelde instellingen

Overeenkomstig het Koninklijk besluit van 19 augustus 1998 betreffende producten bestemd voor de bouw (gepubliceerd in het Belgische staatsblad van 11 september 1998), specificeert het Ministerieel besluit van 20 oktober 2000 (gepubliceerd in het Belgische staatsblad van 16 januari 2001) de voorschriften voor het erkennen van attesteringsinstellingen in het kader van de BPR.

Belgische aanmeldingsvoorschriften

De adviesprocedure valt onder de bevoegdheid van de Technische Commissie voor de Bouw. Het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur gaat voor elk domein na welke organisaties er momenteel actief zijn, waarna deze worden gevraagd hun kandidatuur in te dienen. De verbintenis van de kandidaat de bepalingen van het Ministerieel besluit van 20 oktober 2000 na te leven, dient bij de kandidatuur gevoegd te zijn.

Of er aan de minimumvoorwaarden overeenkomstig het Koninklijk besluit van 19 augustus 1998, artikel 21, paragraaf 3 wordt voldaan, wordt geverifieerd:
  • aan de hand van de activiteiten en de ervaring van de kandidaat in het kader van nationale en internationale attesteringsprocedures;
  • door na te gaan of er wordt voldaan aan de relevante bepalingen van de relevante EN 45000-norm, respectievelijk de Beltest/Belcert-accreditatie, en welke de mogelijkheden tot verbetering op dit vlak zijn. De EN 45000-bepalingen moeten worden aangepast zoals dit voor de specifieke taken vereist is (EG-leidraad 1, paragraaf 3.2 (a)).
De betrokkenheid van de kandidaat bij de ontwikkeling van de specificaties is een bijkomende eis, voor zover mogelijk. De kandidaat moet de ontwikkelingen op Europees niveau actief opvolgen en dient zijn procedures aan deze procedures aan te passen.

Bijkomende eisen verbonden aan de Belgische kwaliteitskwesties worden door de bevoegde dienst van het Ministerie van Verkeer en Infrastructuur bepaald na raadpleging van de Technische Commissie voor de Bouw en overeenkomstig de behoeften op het betreffende gebied en de prestaties die in de Europese specificaties worden voorzien. Deze hebben o.a. betrekking op:
  • de representativiteit van de kandidaat voor het betreffende domein;
  • de vertegenwoordiging van de sector in de organisatie;
  • de betrokkenheid van de kandidaat in de ontwikkelingen binnen de sector (bijv. opleiding en informatie-uitwisseling, deskundigheid, controle, normalisatie, technische goedkeuring, enz.);
  • De mate waarin de kandidaat de sector en de kenmerken, producten en gebruiken dekt die moeten worden geattesteerd;
  • de kennis van de kandidaat op het vlak van de betreffende producten en hun toepassingen in België en Europa, in verhouding tot de aandacht die moet worden besteed aan de invloed van afwijkingen op de gebruiksgeschiktheid;
  • De mogelijkheden voor samenwerking met collega’s in Europa om algemene onderzoeksprogramma’s uit te werken die representatief zijn voor de hele reeks producten, productcombinaties en toepassingen beschikbaar op de Europese markt, en evaluatie van de betreffende resultaten.
De kandidaten zullen de relevante EN 45.000-normen moeten naleven en conformiteit moeten bewijzen via de Beltest/Belcert-accreditatie.

TOP

BUCP – Organisatie van Belgische aangemelde instanties

De Belgian Union of Certification and Attestation Bodies for Construction Products (BUCP) is een vereniging zonder winstoogmerk, die in 1998 werd opgericht. De voornaamste statutaire doelstelling van BUCP bestaat in het verdedigen van de gemeenschappelijke belangen van de Belgische certificatie-instellingen, inspectie-instellingen en testlaboratoria voor bouwproducten binnen het bereik van de vrijwillige conformiteitsmerken, de gereglementeerde Europese CE-markering en de Belgische accreditatie van deze instellingen.

Instanties die deel uitmaken van de voornoemde groepen zijn slechts als volwaardige leden toegelaten indien ze binnen het bereik van de vrijwillige conformiteitsmerken ATG en Benor werken of indien ze door de Belgische overheidsinstanties bij de Europese Commissie werden aangemeld voor het attesteren van de conformiteit in het kader van de BPR. Bovendien kan BUCP instanties die omwille van de statuten niet als volwaardige leden kunnen worden aanvaard, als geassocieerde leden toelaten.

Een lijst van Belgische organisaties die door de Belgische overheidsinstanties bij de Europese Commissie zijn aangemeld voor het attesteren van de conformiteit in het kader van de BPR, kan worden geraadpleegd op de BUCP-website (http://www.bucp.be).

TOP

 

Noot 1: Er wordt algemeen aangenomen dat dit element deel uitmaakt van de productiecontrole in de fabriek en dat het niet afzonderlijk in aanmerking wordt genomen in geharmoniseerde technische specificaties.