Publicatiedatum : februari 2012

A.1. Voorwerp

In het kader van de EPB-regelgeving worden de bouwknopen onderverdeeld in twee categorieën :
  • koudebruggen die eigen zijn aan de constructie en die ingerekend moeten worden in de warmtedoorgangscoëfficiënt (U-waarde) ervan (bv. mechanische bevestigingen van de dakafdichting of de isolatie)
  • bouwknopen. Het gaat hier om plaatsen in de gebouwschil waar er warmteverliezen kunnen optreden die niet noodzakelijk ongeoorloofd zijn en die niet per se aanleiding zullen geven tot condensatie- of schimmelproblemen.
Verder dient men een onderscheid te maken tussen lineaire en punctuele bouwknopen.

Een lineaire bouwknoop kan zich voordoen in de volgende drie situaties :
  • op plaatsen waar twee scheidingsconstructies van het verliesoppervlak samenkomen
  • op plaatsen waar een scheidingsconstructie van het verliesoppervlak samenkomt met een scheidingsconstructie op de grens met een aangrenzend perceel
  • daar waar de isolatielaag in een scheidingsconstructie van het verliesoppervlak lijnvormig (al dan niet over de volledige dikte) onderbroken wordt door een materiaal met een hogere warmtegeleidbaarheid dan de isolatielaag (met een maximale breedte van 400 mm).
Een punctuele bouwknoop is elke plaats in de gebouwschil waar de isolatielaag van een scheidingsconstructie van het verliesoppervlak puntvormig (al dan niet over de volledige dikte) onderbroken wordt door een materiaal met een hogere warmtegeleidbaarheid dan de isolatielaag.

De punt- en lijnvormige onderbrekingen van de isolatielaag die eigen zijn aan de constructie en die reeds verrekend werden in de U-waarde dienen hierbij dus niet extra in rekening gebracht te worden (zie vroeger).

In Wallonië wordt er bij de bepaling van de transmissieverliezen vooralsnog geen rekening gehouden met de bouwknopen. Dit Gewest heeft wel al te kennen gegeven dat het in de toekomst dezelfde aanpak zal hanteren als in Vlaanderen en in Brussel.

Voor meer informatie hieromtrent verwijzen we naar de volgende websites : www.energiesparen.be, www.energie.wallonie.be en www.ibgebim.be.

In bijlage VIII van de EPB-regelgeving is vastgelegd hoe men de invloed van bouwknopen op de warmtedoorgangscoëfficiënt door transmissie dient te bepalen. Hierbij heeft men de keuze tussen drie methoden : een gedetailleerde berekening, de methode van de EPB-aanvaarde bouwknopen en een methode waarbij men opteert voor een forfaitaire, ongunstige toeslag op het K-peil.

De gedetailleerde methode (optie A) laat toe om de invloed van de bouwknopen op de totale warmtestroom op uiterst nauwkeurige wijze te bepalen. Alle lineaire en punctuele bouwknopen moeten hierbij individueel ingerekend worden.

De methode van de EPB-aanvaarde bouwknopen (optie B) voorziet in een kleine forfaitaire toeslag op het K-peil voor de koudebrugarme (EPB-aanvaarde) bouwknopen. Voor dergelijke bouwknopen hoeven geen lengtes en/of aantallen bepaald te worden, waardoor het rekenwerk beperkt blijft.

De niet-EPB-aanvaarde bouwknopen moeten daarentegen individueel ingerekend worden of ingegeven worden met een bijkomende forfaitaire ψ-waarde.

De optie C wordt gehanteerd wanneer men geen aandacht wenst te schenken aan de invloed van de bouwknopen. In dit geval wordt er een forfaitaire (ongunstige) toeslag voorzien. In deze bijlage trachten we te verduidelijken aan welke eisen de bouwknopen ter hoogte van platte daken dienen te voldoen om EPB-aanvaard te worden (optie B).