Publicatiedatum : februari 2012

9.5. Thermische en dynamische stabilisatie bij een verbinding tussen verschillende afdichtingen

Opdat de verbinding niet door trek- of schuifspanningen losgetrokken zou worden, moeten de betrokken afdichtingsmembranen ter hoogte van de verbinding stabiel op hun ondergrond bevestigd worden. Dit is vooral van belang bij losliggende, partieel verkleefde en mechanisch bevestigde afdichtingen alsook bij niet-gelaste verbindingen.

Voornoemde afdichtingen kunnen immers onderhevig zijn aan :
  • de windbelasting : deze kan bij mechanisch bevestigde afdichtingen tot gevolg hebben dat deze op en neer beginnen te klapperen
  • differentiële thermische werking en/of krimp : ongewapende membranen hebben een grotere werking dan gewapende
  • een verschil in thermische werking van de isolatiematerialen waarop ze verkleefd zijn.

9.5.1. Stabilisatie door verlijming

Afb. 128 Stabilisatie van de bestaande afdichting door verlijming.
Hierbij wordt de afdichting in de aansluitingszone over minstens 500 mm volvlakkig op de ondergrond verkleefd (zie afbeelding 128). Om deze verlijming toe te laten, kan het soms nodig zijn om over te gaan tot een plaatselijke aanpassing van de thermische isolatie in de aansluitingszone.

Bij puntsgewijs mechanisch bevestigde kunststofbanen zal het noodzakelijk zijn om over te gaan tot een bijkomende mechanische verankering van de overgang met de gelijmde zone (zie afbeelding 129).

Een louter puntsgewijze mechanische bevestiging (met schroeven en plaatjes) is bij losliggende of mechanisch bevestigde niet-gewapende kunststofafdichtingen doorgaans immers onvoldoende om de te verwachten krachten op te nemen (zie ook § 5.4.2., en § 5.4.3.).
Afb. 129 Stabilisatie door verlijming bij mechanisch bevestigde kunststofbanen.

9.5.2. Stabilisatie door mechanische bevestiging

Afb. 130 Stabilisatie van de bestaande afdichting door mechanische bevestiging (bij plastomeren en plastomere elastomeren).
In dit geval zal men moeten opteren voor een lineaire fixatie (met doorlopende latten) :
  • bij plastomeren en plastomere elastomeren (TPE) zal de verlassing gebeuren op een mechanisch verankerde metaalfolieplaat (zie afbeelding 130)
  • bij de overige kunststofafdichtingen kan de verlijming gebeuren op een metalen plaat met een minimale breedte van 100 mm (zie afbeelding 131).


Afb. 131 Stabilisatie van de bestaande afdichting door mechanische bevestiging (bij de overige kunststofafdichtingen).
Bij bitumineuze of gewapende kunststofafdichtingen kan men opteren voor een puntsgewijze kimfixatie (met schroeven en plaatjes of een strook uit hetzelfde materiaal).

Bij grote isolatiediktes (zie afbeelding 132) kan het noodzakelijk zijn om over te gaan tot de plaatsing van een houten plank op een harde isolatie die mechanisch verankerd wordt in de ondergrond om te vermijden dat de verankeringsschroeven schuingetrokken zouden Afb. 132 Stabilisatie bij grote isolatiediktes. worden door de horizontale bewegingen van de afdichtingen.

Afb. 132 Stabilisatie bij grote isolatiediktes.