Versie

8.6. Sokkels

Indien het platte dak voorzien moet worden van zware apparatuur of windgevoelige onderdelen (bv. vlaggenmasten, rails, reclameborden, zonnepanelen, luchtgroepen, …) kunnen deze met behulp van een zware sokkel op de afdichting geplaatst worden (zie afbeelding 117).

  1. Stalen kolom/mast
  2. Sokkel uit beton
  3. Beton
  4. Afdichting
  5. Drukvaste thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  6. Dampscherm (zie TV 215 [W3], hoofdstuk 6)
  7. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  8. Mechanische bescherming
  9. Vleugel en ankerplaat van de mast

Klik voor het uitvoeringsdetail

Afb. 117 Sokkel die op de afdichting rust.

Het is in deze context heel belangrijk om de stabiliteit van de apparatuur te verifiëren en na te gaan of deze al dan niet bijkomend bevestigd moet worden.

Om koudebruggen te vermijden, zouden voornoemde uitrustingen bij voorkeur op een drukvaste isolatie geplaatst moeten worden. In voorkomend geval dient men na te gaan of de druksterkte van het isolatiemateriaal volstaat om aan de verwachte belastingen te kunnen weerstaan [M3].

Indien de installatie met de draagconstructie verbonden wordt (zie afbeeldingen 118 en 119) dient men voldoende aandacht te schenken aan de waterdichte aansluiting van de dakafdichting. Deze moet immers steeds boven de waterzone uitgevoerd worden (d.w.z. op een minimale hoogte van 150 mm boven het dakvlak). Het zal in deze context noodzakelijk zijn om sokkels te voorzien waartegen de dakbedekking kan opgetrokken worden.
  1. Lichte constructie (bv. mast of balkonleuning)
  2. Aangepaste bouten
  3. Sokkel
  4. Bijkomende verankering tussen de sokkel en de draagvloer
  5. Drukvaste isolatie
  6. Dampscherm (zie TV 215 [W3])
  7. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  8. Neopreenplaat (van minimum 5 mm dik) of opgietmortel
Afb. 118 Sokkel voor de bevestiging van ap1 paratuur op de draagstructuur.


  1. Te verankeren constructie
  2. Stelplaatjes en aangepaste bouten
  3. Sokkel als opstand voor de dakafdichting
  4. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  5. Draagvloer
  6. Dampscherm (zie TV 215 [W3])
  7. Dakafdichting
  8. Eventuele compartimentering van de thermische isolatie
Afb. 119 Sokkel voor de bevestiging van apparatuur op de draagstructuur : variante.

De krachten die aangrijpen op de te bevestigen apparatuur kunnen ofwel via een betonnen sokkel naar de verankeringen (zie afbeelding 118) ofwel rechtstreeks via de verankeringen naar de draagvloer overgedragen worden (waarbij de sokkel louter dienst doet als opstand voor de dakafdichting) (zie afbeelding 119).

De eerste oplossing kan ofwel gerealiseerd worden met behulp van wachtstaven in de dakvloer ofwel met behulp van verankeringen die aangebracht worden na het afwerken van het dak en vervolgens ingebetonneerd worden in de sokkel. Dit impliceert dat men de betonnen sokkel na de uitvoering van de dakwerken in situ dient te storten, wat om praktische redenen minder aangewezen is.

Bij het bevestigen van de sokkel kan het zinvol zijn om de doorboringen van het dampscherm ten gevolge van de bijkomende verankering (nr. 4 op afbeelding 118) zorgvuldig af te kitten teneinde een tijdelijke damp- en waterdichtheid te realiseren.

Ter plaatse van de in het beton verankerde bouten wordt de afdichting rond de doorboring afgewerkt met een vloeibaar product of een kit ad hoc.

Bij lichte constructies wordt er tussen de voetplaat van het te bevestigen element en de afdichting een neopreenplaat aangebracht. Bij zwaardere constructies wordt er doorgaans met tegenmoeren en stelplaatjes gewerkt (zie afbeelding 119).

Wanneer de sokkels over een aanzienlijke lengte geplaatst worden, kan het interessant zijn om de dakisolatie ter hoogte van deze dakdoorbrekingen te compartimenteren om de eventuele gevolgen van infiltraties of condensatie in te perken.

De vereiste drukvastheid van de thermische isolatie (nr. 5 op afbeelding 118) is afhankelijk van de krachten die op de constructie kunnen aangrijpen en de wijze waarop deze via de verankeringen naar de dakvloer worden overgedragen.

Wanneer de krachten rechtstreeks via de verankeringen naar de betonnen draagvloer worden overgedragen, dient men draadstangen doorheen de afgewerkte dakafdichting aan te brengen die vervolgens chemisch verankerd worden. De dakafdichting op de sokkel zal ook in dit geval onvermijdelijk doorboord worden en zal bijgevolg opnieuw afgedicht moeten worden met behulp van een speciale kit of een vloeibare afdichting. De sokkel doet in voorkomend geval louter dienst als opstand voor de dakafdichting. Dit impliceert dat hij uit een goed isolerend, maar niet noodzakelijk draagkrachtig, materiaal kan vervaardigd worden.