Versie

8.5. Schouwen

8.5.1. Schouwen uit metselwerk

Men onderscheidt :
  • enkelwandige schouwen, waarbij de afdichting behandeld wordt als een gewone opstand (§ 5.5.5.)
  • dubbelwandige schouwen, waarbij de spouw voorzien wordt van een waterkering en de opstand geplaatst wordt zoals voorgesteld in afbeelding 114.
Men dient hierbij rekening te houden met dezelfde opmerkingen als in § 5.5.1..

  1. Gevelmetselwerk
  2. Open stootvoegen
  3. Slab
  4. Ballast
  5. Dakafdichting
  6. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  7. Dampscherm (zie TV 215 [W3], hoofdstuk 6)
  8. Hellingslaag
  9. Draagvloer
  10. Dragend metselwerk
  11. Thermische isolatie van de schouw
  12. Schouwpotten
  13. Isolerend metselwerk
  14. Metselwerk van de schouw
  15. Harde thermische isolatie
  16. Spouwmembraan (al dan niet ingewerkt in het schouwmetselwerk)
Afb. 114 Dubbelwandige schouw boven het dak.

8.5.2. Metalen schouwen

Bij metalen schouwen bestaan de hulpstukken meestal uit gegalvaniseerde staalplaten, aluminium, roestvast staal, ... (afbeeldingen 115, en 116). Dergelijke schouwen zijn in de regel opgebouwd uit een vrijstaande opstand die vastgemaakt wordt op de ondergrond.

Behalve bij afvoerkanalen uit de temperatuurklasse T80 (waarbij de maximale nominale werkingstemperatuur van de verbrandingsproducten die door de buis mogen stromen lager blijft dan 80 °C) mogen er zich normaalgesproken geen brandbare materialen bevinden op een minimale afstand van 50 à 150 mm van de buitenwand van het afvoerkanaal (zie hiervoor de norm NBN B 61-002 [B4], § 7.2.1.5.). Bij een hogere temperatuurklasse (> T80) zal men in deze zone bijgevolg een onbrandbaar isolatiemateriaal moeten voorzien (brandreactieklasse A2,s1,d0 volgens de norm NBN EN 13501-1 [B9]).

  1. Warmtebestendige kit
  2. Kraag
  3. Onbrandbare soepele thermische isolatie
  4. Onbrandbare thermische isolatie
  5. Afdichting
  6. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  7. Dampscherm (zie TV 215 [W3], hoofdstuk 6)
  8. Betonnen draagvloer
  9. Binnenbepleistering
  10. Koker met voetplaat
  11. Warmtebestendige soepele voeg
  12. Geïsoleerd rookkanaal
  13. Luchtdichtheidsring (geleverd bij het schouwelement)
  14. Mantelbuis
  15. Dampscherm (zie TV 215 [W3], hoofdstuk 6)
  16. Plakplaat met opstand
Afb. 115 Metalen schouw door een betonnen draagvloer.


  1. Warmtebestendige kit
  2. Rookkanaal
  3. Onbrandbare soepele thermische isolatie
  4. Afdichting
  5. Dampscherm (zie TV 215 [W3], hoofdstuk 6)
  6. Luchtdichtheid
  7. Koker met een voetplaat
  8. Metalen plooiplaat
  9. Draagstructuur
  10. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  11. Mechanische bevestiging
  12. Plakplaat met een opstand
  13. Kraag
  14. Onbrandbare thermische isolatie
Afb. 116 Schouw op metalen plooiplaten.

Voor de aansluiting van het dampscherm kan men gebruik maken van specifieke geprefabriceerde hulpstukken, zodanig dat dit voldoende ver van de schouwdoorgang verwijderd blijft.

De afdichting dient zich in principe op een voldoende afstand van de schouw te bevinden. Ze wordt op de opstand aangesloten met behulp van een plakplaat, terwijl de afsluiting en de bescherming bovenaan gebeuren door middel van een aan de schouw bevestigde metalen overhangband.

Men dient eveneens de nodige aandacht te besteden aan de luchtdichte aansluiting van de schouwdoorgang met de draagvloer. Bij betonnen draagvloeren kan deze aansluiting afgewerkt worden met kit. Gelet op het feit dat deze kitvoeg onderhevig is aan schuifspanningen en er bijgevolg een niet te onderschatten risico op onthechting en scheurvorming bestaat, zou men in voorkomend geval zijn toevlucht moeten nemen tot een aanvullend aansluitstuk dat tegelijkertijd de esthetische afwerking van de aansluiting en de luchtdichtheid kan verwezenlijken (zie afbeelding 115).

Bij dakvloeren uit geprofileerde staalplaten dient men ter hoogte van de doorbreking een versteviging te voorzien. In het schema uit afbeelding 116 wordt deze verwezenlijkt door de voetplaat van de koker (nr. 7). Bij schouwen met een grote diameter (200 mm en meer) is het bovendien aanbevolen om ter plaatse van de opening in de dakvloer een ondersteuning van de geprofileerde staalplaten te voorzien.

De luchtdichtheid van de schouwdoorgang is niet gemakkelijk te verwezenlijken. Ze kan gewaarborgd worden door een rubberdichting te voorzien tussen de metalen koker en de schouw (nr. 6). Men dient tevens een plakplaat met een opstand te voorzien, waarop de afdichting vervolgens aangesloten kan worden. De ruimte tussen de koker met voetplaat (die de versteviging van de plooiplaten bewerkstelligt) (nr. 7) en deze opstand (nr. 12) dient opgevuld te worden met een isolatiemateriaal (ter beperking van de koudebrug).