Publicatiedatum : februari 2012

8.3. Horizontale doorbrekingen voor de waterafvoer

De horizontale doorbrekingen die voorzien worden voor de waterafvoer doorheen betonbalken of muren in het dakvlak zijn vergelijkbaar met horizontale afvoerbuizen. Deze vorm van waterafvoer is niet aan te bevelen omdat het ontwerp en de uitvoering ervan moeilijk zijn. Het is dan ook beter om elk dakgedeelte van bij de opvatting van een afzonderlijke waterafvoer te voorzien. In het geval van brandmuren of bewegingsvoegen zijn dergelijke doorbrekingen zelfs uitgesloten.

De opening van de doorbreking kan ofwel uitgespaard worden in het metselwerk, ofwel voorzien worden bij het storten van het beton (door het vooraf inbrengen van een al dan niet verloren bekisting, een kunststofbuis of een kunststofschuim met de gewenste afmetingen).

Het hulpstuk voor de afdichting wordt in principe op de bouwplaats vervaardigd en bestaat bij bitumineuze en elastomere afdichtingen over het algemeen uit een loden (bij voorkeur rechthoekige) buis die aan weerszijden voorzien is van een loden plakplaat voor de aansluiting met de afdichting (zie afbeeldingen 104 en 106).

Bij plastomere afdichtingen worden doorgaans ter plaatse vervaardigde afvoerstukken uit hard PVC met PVC-plakplaten aangewend (zie afbeeldingen 105 en 107), waarvan de plaatsing gebeurt zoals bij een horizontale dakwaterafvoer (§ 3.6.1.). De buis dient bovenaan gesloten te zijn. Een U-vormige doorsteek wordt niet toegelaten omwille van het gevaar voor omzeilingen indien de dakwaterafvoer volledig gevuld zou raken.

Stroomopwaarts kan het tapstuk enkel verdiept in de thermische isolatie uitgevoerd worden indien er een voldoende groot hellings- of niveauverschil tussen beide dakvlakken bestaat. Zoniet, zou de buis quasi horizontaal of zelfs in tegenhelling komen te liggen.
  1. Plakplaat
  2. Las
  3. Helling
a ≥ 100 mm of 150 mm, naargelang van het type afdichting
Afb. 104 Horizontale doorbreking voor de waterafvoer bij bitumineuze en elastomere afdichtingen bij een gering hellings- of niveauverschil tussen de dakvlakken.


  1. Plakplaat
  2. Las
  3. Helling
a ≥ 100 mm
Afb. 105 Horizontale doorbreking voor de waterafvoer bij plastomere afdichtingen bij een gering hellings- of niveauverschil tussen de dakvlakken.


Indien er slechts een gering niveauverschil tussen de dakvlakken bestaat, is het stroomafwaarts bovendien onmogelijk om het ontstaan van een tegennaad bij de aansluiting van de afdichting op de plakplaat te vermijden. Bij grotere niveauverschillen kan een dergelijke tegennaad vermeden worden door de dakwaterafvoer te laten uitsteken uit de plakplaat (zie afbeeldingen 106 en 107).

  1. Plakplaat
  2. Las
  3. Druiprand
  4. Helling
a ≥ 100 mm of 150 mm, naargelang van het type afdichting
Afb. 106 Horizontale doorbreking voor de waterafvoer bij bitumineuze en elastomere afdichtingen bij een toereikend niveauverschil tussen de dakvlakken.


  1. Plakplaat
  2. Las
  3. Druiprand
  4. Helling
a ≥ 100 mm
Afb. 107 Horizontale doorbreking voor de waterafvoer bij plastomere afdichtingen bij een toereikend niveauverschil tussen de dakvlakken.