Publicatiedatum : februari 2012
  1. Losse strook (waarvan de breedte afhankelijk is van de elasticiteit van de afdichting)
  2. Dakafdichting
  3. Dakvloer (houtwolcement, cellenbeton, …)
  4. Draagbalk
Afb. 100 Afdichting van de kopse voeg in gefractioneerde dakvloerelementen zonder bijkomende thermische isolatie bij een volvlakkig of deelgekleefde afdichting.

7.6.1. Kopse voegen

De afdichting van de kopse voegen van de draagelementen zal des te delicater zijn naarmate de elementen langer worden en de hiermee gepaard gaande bewegingen (uitzetting, hoekverdraaiing) groter (afbeelding 99).

7.6.1.1. Daken zonder bijkomende thermische isolatie

Op stijve draagelementen zonder bijkomende isolatie is het noodzakelijk om bij volvlakkig of deelgekleefde afdichtingen losse overbruggingsstroken (ruw glasvlies, polyestermat, …) aan te brengen bovenop de kopse voegen (indien nodig, kunnen deze ook aan één zijde bevestigd worden). De afdichting wordt gewoon over deze losse stroken doorgeplaatst. Men dient echter wel de nodige aandacht te besteden aan de verenigbaarheid tussen beide materialen (afbeelding 100).

De breedte van de losse stroken is afhankelijk van de elasticiteit van de afdichting (elastomeren : 100 mm, gemodificeerd bitumen : 200 mm).

7.6.1.2. Daken met toegevoegde thermische isolatie

Bij daken met toegevoegde thermische isolatie (afbeelding 101) mogen zowel de isolatie als de afdichting volvlakkig gekleefd worden zonder rekening te houden met de plaats van de kopse voegen. De meeste isolatiematerialen zijn immers in staat om de aldaar optredende bewegingen probleemloos op te vangen. Indien er een dampscherm nodig is, dient dit geplaatst te worden met een losse strook om te vermijden dat het zou scheuren door de bewegingen van de draagelementen.

  1. Losse strook (waarvan de breedte afhankelijk is van de elasticiteit van het dampscherm)
  2. Dampscherm (zie TV 215 [W3], hoofdstuk 6)
  3. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  4. Afdichting
  5. Draagelement
  6. Kopse voeg tussen de draagelementen
Afb. 101 Afdichting van de kopse voeg bij gefractioneerde dakvloerelementen met toegevoegde thermische isolatie.

Indien de elementen onderhevig zijn aan een aanzienlijke doorbuiging, kan het bij zeer stijve isolatiematerialen niettemin aangewezen zijn om de platen door te snijden ter hoogte van de kopse voegen of om de plaatranden hiermee te laten samenvallen. In voorkomend geval wordt de afdichting bij voorkeur niet bevestigd over een zone van 100 tot 200 mm aan weerszijden van de voeg en zou men moeten opteren voor de toepassing van een losse strook.