Versie

7.3.1. Uitvoering op een zware draagconstructie

Bij de uitvoering op een zware draagconstructie wordt er meestal een steenachtige opstand aangebracht die uit isolerend metselwerk bestaat of thermisch geïsoleerd wordt.

7.3.1.1. Uitvoering zonder afdekkap

Bij grote voegopeningen dient men de soepele afdichtingsstrook te ondersteunen om te vermijden dat deze in de opening naar beneden zou zakken en beschadigd zou worden ten gevolge van de voorkomende bewegingen. Hiertoe kan men ofwel gebruik maken van een soepel isolatiemateriaal of overgaan tot de plaatsing van een metalen of kunststof strook over de voeg (die slechts aan één zijde bevestigd wordt). In de meeste gevallen is er echter reeds een soepel isolatiemateriaal in de uitzetvoeg aanwezig, zodat het niet langer noodzakelijk is om een bijkomende stijve ondersteuningsstrook te voorzien.

7.3.1.2. Uitvoering op een zware draagconstructie

7.3.1.2.1. Metalen afdekkap

De metalen kap boven de voeg kan zowel uit koper, zink als aluminium bestaan. De vorm ervan is afhankelijk van de op te nemen bewegingen. Afbeelding 89 geeft een mogelijke uitvoering weer. De afdichting dient onder de kap door te lopen (om de gebeurlijke infiltraties via de voegen te kunnen opvangen). Verder dient men erop toe te zien dat de afdichting door zo min mogelijk bevestigingen doorboord wordt. De bevestiging van de klangen of beugels in de houten plank (zie afbeelding 89, nr. 6) dient dan ook met de nodige omzichtigheid te gebeuren.

  1. Klang of beugel
  2. Muurkap
  3. Bewegingszone van het dampscherm
  4. Bewegingszone van de afdichting
  1. Bevestiging van de houten plank
  2. Waterbestendige houten plank (minimum 18 mm)
  3. Thermische isolatie van de opstand
  1. Dampscherm (type E3-E4, zie TV 215 [W3], hoofdstuk 6)
  2. Afdichting
  3. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  1. Draagvloer
  2. Hellingslaag
  3. Soepele voegisolatie
Afb. 89 Voegafdichting met een metalen afdekkap

De houten plank en de klangen worden ter hoogte van de uitzetvoeg onderbroken om de eventuele bewegingen toe te laten.

7.3.1.2.2. Stenen afdekkap

Stenen afdekkappen moeten geplaatst worden met een aangepast materiaal dat de bewegingen enigszins toelaat (bv. een soepele kit of mortel). Het is eveneens aanbevolen om ze van een overkraging te voorzien om te vermijden dat ze zouden gaan ‘wandelen’.

  1. Stenen muurkap
  2. Over de opstand doorgetrokken dampscherm
  3. Bewegingszone van het dampscherm
  1. Bewegingszone van de afdichting
  2. Soepele kit of mortel
  3. Thermische isolatie van de opstand
  1. Dampscherm (type E3-E4, zie TV 215 [W3], hoofdstuk 6)
  2. Afdichting
  3. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  1. Draagvloer
  2. Hellingslaag
  3. Soepele voegisolatie
Afb. 90 Voegafdichting met een stenen afdekkap.