Versie

6.5.2. Dakhellingen tussen 5 % en 10 %

Bij dakhellingen tussen 5 % en 10 % gaat men ervan uit dat er geen waterstagnatie bij de dakrand kan voorkomen. Om ook wateroverloop uit te sluiten, volstaat het om een kleine opstand (minimum 25 mm) te voorzien.

De goot dient zich steeds op een lager niveau te bevinden dan het dakschild (afbeelding 83).

  1. Kit
  2. Spouwafdekking
  3. Randstrook (waarvan de afmeting afhankelijk is van het type afdichtingsmateriaal)
  4. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  5. Afdichtingsmembraan
  6. Draagvloer
  7. Dampscherm (zie TV 215 [W3], hoofdstuk 6)
  8. Dragend metselwerk
  9. Gevelmetselwerk
  10. Spouwisolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  11. Dakrandprofiel
Afb. 82 Afwerking van de dakrand bij een dakhelling tussen 5 % en 10 % : algemeen principe.

  1. Dakrandprofiel
  2. Kit
  3. Afdichtingsmembraan
  4. Hellend uitgevoerde dakrand
  5. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  6. Dampscherm (zie TV 215 [W3], hoofdstuk 6)
  7. Bebording
  8. Houten dakconstructie
  9. Wachtmembraan (luchtdichtheid)
  10. Dragend metselwerk
  11. Spouwisolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  12. Gevelmetselwerk
Afb. 83 Randafwerking bij de goot.