Publicatiedatum : februari 2012

6.2. Algemene principes

Ter plaatse van de dakrand moet de ondergrond voldoende vlak zijn en aangepast zijn aan de te verwerken materialen. De ruwbouw moet winddicht zijn. Indien dit niet het geval is, neemt de windbelasting op de dakranden gevoelig toe. Bij de bevestiging van de dakrandafwerking dient men bovendien rekening te houden met het feit dat de windbelasting op de dakrand hoger kan zijn dan in het dakvlak (zie § 5.3., Eurocode 1 [B6] en TV 239 [W4]).

De kopse zijde van de dakopstand dient uit een massief materiaal te bestaan (bv. massief metselwerk of beton). Indien men daarentegen opteert voor snelbouwmetselwerk, dient dit tijdens de ruwbouwwerken opgevuld te worden. Deze manier van werken laat immers toe te vermijden dat de dakopstand te sterk bevochtigd zou worden (door beregening) vóór het aanbrengen van de dakafdichting en zorgt ervoor dat de dakrandafwerking correct bevestigd kan worden.

De afwerking van de dakrand dient hoger te liggen dan het dakvlak (zie § 6.3.). De druiplijn van de dakrandafwerking moet op zijn beurt minstens 10 mm van de dakrand verwijderd zijn. Wanneer een dakrandprofiel meer dan 10 mm uit het gevelvlak uitsteekt, dient dit ondersteund te worden. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door een overkraging van de spouwafdekking. De dakrand moet naar het dakvlak afwateren.

Voor de uitvoering van de opstand bij de dakrand verwijzen we naar hoofdstuk 5. De dakrand moet steeds van een afwerking voorzien worden (profiel, muurkap, …). Hierbij dient men erop toe te zien dat deze afwerking duurzaam aangesloten kan worden op de dakafdichting.

De afdichting dient volledig tot op de kopse kant van de opstand doorgetrokken te worden. De dakranden en muurkappen bevatten immers voegen die water kunnen doorlaten.

Bij spouwmuren is er steeds een spouwoverbrugging vereist. Deze dient als drager voor de dakafdichting en is bij het gebruik van dakrandprofielen en muurkappen noodzakelijk om de correcte bevestiging ervan te waarborgen. Doorgaans wordt er voor de spouwafdekking geopteerd voor waterbestendige multiplex-, OSB 3- of vezelcementplaten. Voor meer informatie over de keuze van het plaatmateriaal naargelang van zijn toepassing verwijzen we de geïnteresseerde lezer naar Katern nr. 8 van de WTCB-Dossiers 3/2009 [C1]. Voor gebruik als spouwafdekking moet het plaatmateriaal onzes inziens minstens tot de gebruiksklasse 2a behoren (zie organigram in het voornoemde artikel).

We willen erop wijzen dat het ten stelligste afgeraden is om de spouwafdekking in het gevelmetselwerk te bevestigen. De bevestiging zou enkel in het binnenspouwblad mogen gebeuren.