Versie

5.5.1. Aansluiting met spouwmuren

De afdichting van de opstand dient in principe minstens 150 mm hoger te liggen dan het afgewerkte dakvlak (zie § 5.2).

Ondanks het feit dat de waterkering in de spouw normaalgesproken geen deel uitmaakt van de eigenlijke afdichtingswerken, dient men hier toch de nodige aandacht aan te besteden. Een slechte uitvoering van deze waterkering (materiaalkeuze, onderlinge verkleving, ondersteuning ter plaatse van de spouw, mortelspecie in de spouw, hoogteverschil, gebrek aan open stootvoegen voor de waterafvoer, hoekverbindingen, ...) kan immers aanleiding geven tot ernstige problemen, waarvan de oorsprong moeilijk op te sporen valt en slechts moeilijk te herstellen is.

De kwaliteit van de afdichtingswerken wordt tevens beïnvloed door het ontwerp en de uitvoering van de ruwbouw. De verenigbaarheid tussen de waterkering en de eigenlijke dakafdichting is eveneens van groot belang. Men dient er steeds op toe te zien dat de waterkering in de spouw over de volledige omtrek van de spouwmuur waterdicht is. Dit impliceert het gebruik van waterdichte membranen met verkleefde of gelaste voegen (zie ATG-informatieblad 2011/1, p. 3 [B1]). Ook de aansluitingen en overgangen van deze spouwmembranen verdienen de nodige aandacht. Voor de detaillering ter hoogte van de eventuele dorpels verwijzen we ten slotte naar § 5.5.2 en Infofiche nr. 20 [M2].

Indien deze detailleringen onvoldoende zorgvuldig uitgevoerd worden, kan men – voornamelijk bij sterk aan slagregen blootgestelde gevels (met zuidwestelijke oriëntatie) – geconfronteerd worden met vochtproblemen in de woning.

  1. Spouwdraineringsmembraan
  2. Thermische isolatie
  3. Draagvloer
  4. Hellingslaag
  5. Dakafdichting
  6. Deksteen
  7. Metalen slab
  8. Extra strook spouwdraineringsmembraan
Afb. 36 Detaillering van de spouwdrainering bij een opgaande gevel.

In afbeelding 36 wordt een delicate detaillering weergegeven. Om de infiltratie van spouwwater vanaf het bovendakse parement van de opstand te vermijden, is het noodzakelijk om het spouwmembraan over de buitenhoeken te laten doorlopen (zie nr. 8). Daarnaast dient men erop toe te zien dat dit membraan ter plaatse van de dakranden op een hoger niveau gelegen is dan de bovenzijde van de eventuele dekstenen. Om dit principe mogelijk te maken, is het aanbevolen om het spouwmembraan reeds van bij de uitvoering van het metselwerk één steenrij hoger te plaatsen (zie nr. 8).

Bij de plaatsing van de waterkering in de spouw dient men voldoende rekening te houden met het uiteindelijke peil van het afgewerkte dakvlak.

De uitvoering van het spouwmembraan kan op twee manieren gebeuren :

  • ofwel wordt het ingewerkt in het dragende metselwerk
  • ofwel wordt het mechanisch tegen het dragende metselwerk bevestigd.
In dit laatste geval zal het gemakkelijker zijn om in situ op de uiteindelijke peilen in te spelen.

  1. Open stootvoegen
  2. Loden slab (voetlood) (ruwbouw)
  3. Opstand van de dakafdichting (≥ 150 mm)
  4. Ballastlaag
  5. Dakafdichting
  6. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  7. Dampscherm (zie TV 215 [W3], hoofdstuk 6)
  8. Hellingslaag
  9. Thermische snede om de koudebrug te vermijden
  10. Spouwmembraan (al dan niet ingewerkt in het dragende metselwerk)

Afb. 37 'Discontinue' aansluiting met een spouwmuur : algemeen principe.


  1. Open stootvoegen
  2. Metalen slab
  3. Opstand van de dakafdichting (≥ 150 mm)
  4. Ballastlaag
  5. Dakafdichting
  6. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  7. Dampscherm (zie TV 215 [W3], hoofdstuk 6)
  8. Hellingslaag
  9. Thermische snede om de koudebrug te vermijden
  10. Spouwmembraan (al dan niet ingewerkt in het dragende metselwerk)

Afb. 38 'Continue' aansluiting met een spouwmuur : algemeen principe.

In de afbeeldingen 37 en 38 wordt het algemene principe voor de aansluiting van de dakafdichting tegen een spouwmuur toegelicht. In deze context kan men de volgende twee principes onderscheiden :

  • een 'discontinue' aansluiting waarbij het spouwmembraan met een metalen slab verbonden wordt die op haar beurt de aansluiting met de dakafdichting verwezenlijkt (zie afbeelding 37)

  • een 'continue' aansluiting waarbij het spouwmembraan de dakafdichting overlapt (zie afbeelding 38).
Indien de aansluiting verwezenlijkt wordt door middel van een ingemetselde metalen slab (zoals in afbeelding 37) dient men rekening te houden met het feit dat er bovenaan deze slab onvermijdelijk een opstaande plooi zal ontstaan wanneer deze – na het aanbrengen van de dakafdichting tegen de opstand – hierover teruggeplooid wordt. Om te vermijden dat deze plooi het van de gevel afstromende regenwater zou opvangen en via het spouwmembraan naar binnen zou leiden, kan men er enerzijds voor opteren om de plooi zo goed mogelijk plat te kloppen en anderzijds om het spouwmembraan op de metalen slab te bevestigen door verlijming of vlamlassen.

De lintvoeg boven de metalen slab wordt in principe afgedicht met behulp van een soepele voeg. Ter hoogte van de open stootvoegen dient deze laatste plaatselijk onderbroken te worden tot op het spouwmembraan.

Indien de aansluiting 'continu' verwezenlijkt wordt (zoals in afbeelding 38), dient men voldoende rekening te houden met de verenigbaarheid tussen het spouwmembraan en de dakafdichting.

Opdat de afdichting achter de metalen slab geen tegennaad zou vormen (die belast kan worden door het aflopende spouwwater), zou het spouwmembraan bij voorkeur zo'n 50 mm uit de gevel moeten uitsteken, zodanig dat het hierover omgeplooid zou kunnen worden (zie afbeelding 38).

Het is in deze context afgeraden om de dakafdichting met het spouwmembraan te verbinden. Het spouwmembraan dient met andere woorden los over de dakafdichting gehangen te worden.

Indien er gebruik gemaakt wordt van spouwmembranen uit kunststof en van een bitumineuze dakafdichting, dient men te vermijden dat het uitstekende gedeelte van het spouwmembraan grotendeels zou wegsmelten bij de bevestiging van de dakafdichting tegen de opstand.

De metalen slab wordt op zijn beurt in de hoger liggende lintvoeg ingewerkt. In het geval van herstellingen of renovaties biedt deze oplossing het voordeel dat de metalen slab in de gevel ingewerkt kan worden zonder het bestaande spouwmembraan te beschadigen.

Bij renovaties of latere werken is het ten stelligste aanbevolen om de hoogte van de opstand en de plaats van de waterkering in de spouwmuur te verifiëren. In voorkomend geval kan het noodzakelijk zijn om de waterkering door onderkappen tot op een hoger niveau te brengen. Dit betekent dat men de spouw moet overbruggen, open stootvoegen moet voorzien, een slab moet plaatsen, … (zie afbeeldingen 37 en 38). Indien dit niet mogelijk zou zijn, kan men overwegen om een gevelbekleding te voorzien (§ 5.5.6).


Afb. 39 Spouwmuur met een verkeerde opvatting (tenzij beide membranen van hetzelfde type zijn, door dezelfde uitvoerder geplaatst worden en goed met elkaar verbonden worden).
Bij na-isolatie van het dak kan men eventueel een goot creëren door ter hoogte van de gevel plaatselijk een minder dikke thermische isolatie te gebruiken (zie § 5.5.2, afbeelding 42, en Katern 6 van de WTCB-Dossiers 2/2011 [M1]).

Uit praktische overwegingen is het afgeraden om de waterkering van de spouwmuur met de afdichting van de opstand te verbinden. Dit zou immers aanleiding kunnen geven tot coördinatieproblemen bij de uitvoering van het metselwerk. Bovendien is het risico op een eventuele beschadiging tijdens de werken eerder groot en zullen latere herstellingen en renovaties met aanzienlijke moeilijkheden gepaard gaan (zie afbeelding 39).

Deze werkwijze kan wel aanvaard worden indien het spouw- en dakmembraan uit hetzelfde materiaal bestaan, door dezelfde uitvoerder geplaatst worden en goed met elkaar verbonden worden. Dit kan bijvoorbeeld noodzakelijk zijn om de toegankelijkheid van gebouwen ter hoogte van de deuropeningen te verbeteren (zie afbeeldingen 44 en 45). We willen er echter wel op wijzen dat er bij dikkere bitumineuze membranen (4 mm) die samengedrukt worden door de hogere steenrijen steeds een risico op uitvloeien bestaat.