Versie

5.4.3. Plastomere afdichtingen

Aangezien de hoeken bij plastomere afdichtingen niet afgeschuind moeten worden, is een hoekversterking in de regel niet noodzakelijk.

De noodzaak van een kimfixatie bij een plastomere afdichting is afhankelijk van de drie volgende factoren :

  • de plaatsingswijze van de afdichting in het dakvlak
  • de afwerking van de dakopstanden
  • het feit of de afdichting al dan niet gewapend is.
In dit geval heeft de kimfixatie niet alleen tot doel om de thermische spanningen van het membraan op te vangen (het gaat hier met name om de thermische krimp die na het uitzetten van het membraan kan optreden ten gevolge van temperatuursverschillen), maar voornamelijk om het hoofd te bieden aan de nakrimp, te wijten aan het uittreden van de weekmakers. Hierbij dient men rekening te houden met het feit dat de krachtwerking die gepaard gaat met deze nakrimp aanzienlijk kan zijn.

Een kimfixatie zal met andere woorden steeds geboden zijn, tenzij men zijn toevlucht genomen heeft tot een glasvliesgewapend membraan of een volledige verkleving. Bij ongewapende membranen is enkel een lineaire kimfixatie toegelaten.

Tabel 4 Noodzaak van een kimfixatie, naargelang van het type membraan en de plaatsingswijze van de dakafdichting (plastomeren).
Plaatsingswijze van de dakafdichting op het platte dak Type membraan
Gewapend membraan Niet-gewapend membraan
Volledig verkleefd Geen kimfixatie vereist (zie afbeelding 33)
Partieel verkleefd Verkleefde opstand Langs de dakranden dient er een zone van 1 m volledig verkleefd te worden (de onderliggende thermische isolatie en het dampscherm dienen in deze zone eveneens aan de ondergrond bevestigd te zijn).
Losse opstand Kimfixatie door mechanische bevestiging (lineair of puntsgewijs, zie afbeeldingen 34 en 35)
Losliggend + ballast Soms kimfixatie (zie ATG) (men beveelt wel een randstabilisatie aan, bv. door extra tegels aan de randen aan te brengen) Kimfixatie door mechanische bevestiging (enkel lineair, zie afbeelding 34)
Mechanische bevestiging Kimfixatie door mechanische bevestiging (lineair of puntsgewijs, zie afbeeldingen 34 en 35) Kimfixatie door mechanische bevestiging (enkel lineair, zie afbeelding 34)

Tabel 4 geeft aan of er al dan niet nood is aan een kimfixatie en dit, al naargelang van het type membraan en de plaatsingswijze van de dakafdichting. Het verdient bovendien steeds de aanbeveling om er de Technische Goedkeuring (ATG) van het betreffende materiaal op na te slaan.

Een puntsgewijze kimfixatie wordt doorgaans uitgevoerd met behulp van schroeven en verdeelplaatjes (zie afbeelding 35). Een lineaire kimfixatie vereist het gebruik van kunststofgecacheerde metalen platen waarop de afdichting bevestigd wordt door lassen (zie afbeelding 34). Deze metaalfolieplaten zijn veelal geplooid om ze een zekere stijfheid te verlenen.

  1. Afzonderlijke strook afdichtingsmateriaal
  2. Volledig verkleefde of gelaste dakafdichting
  3. Lasnaad




Afb. 33 Principe voor de uitvoering van de kim bij een plastomere afdichting (kimfixatie niet vereist).
  1. Afzonderlijke strook afdichtingsmateriaal
  2. Losliggende of mechanisch bevestigde dakafdichting
  3. Schroef
  4. Lasnaad
  5. Metaalfolieplaat

Afb. 34 Principe voor de uitvoering van de kim bij een plastomere afdichting (lineaire kimfixatie).

  1. Afzonderlijke strook afdichtingsmateriaal
  2. Losliggende of mechanisch bevestigde dakafdichting
  3. Lasnaad
  4. Verdeelplaatje
  5. Metaalfolieplaat
  6. Schroef
Afb. 35 Principe voor de uitvoering van de kim bij een plastomere afdichting (puntsgewijze kimfixatie).

Gelet op de belangrijke krachtwerking die gepaard gaat met de nakrimp van plastomeren, is een mechanische bevestiging in de opstand enkel mogelijk wanneer deze over een toereikende uittrekweerstand beschikt (dit is doorgaans het geval bij houten, metalen of betonnen opstanden). Bij opstanden uit metselwerk kan de weerstand gewoonlijk niet gewaarborgd worden, zodat het noodzakelijk zal zijn om zijn toevlucht te nemen tot een mechanische bevestiging in de draagvloer. Om tegemoet te kunnen komen aan de EPB-eisen in verband met de bouwknopen (zie Bijlage 1), zal het in dit geval (en naargelang van de isolatiedikte op het dak (1)) veelal noodzakelijk zijn om een bijkomende houten plank te voorzien die gelijk komt met de thermische-isolatielaag (zie afbeelding 132). Als alternatief kan men ervoor opteren om de laatste meter van de dakafdichting rondom de omtrek van het dak volledig te verkleven.

Op de afbeeldingen 33, 34 en 35 (zie hierboven) worden de verschillende lagen afzonderlijk weergegeven. In de volgende tekeningen uit deze Technische Voorlichting wordt verondersteld dat de opstand steeds volgens één van deze principes uitgevoerd wordt.

Plastomeren zouden bovenaan steeds bijkomend bevestigd moeten worden met een klemprofiel, een deksteen of – in het geval van metalen slabben – een metalen lat.

Plastomere afdichtingen die niet tegen de opstand verkleefd worden, zouden vanaf een opstandhoogte van 500 mm bovendien om de 500 mm van een aanvullende mechanische bevestiging voorzien moeten worden (tussenfixatie).

Wanneer de opstanden verkleefd worden, is een dergelijke tussenfixatie niet vereist.
(1) Bij een grote isolatiedikte kan de momentwerking op de bevestiging aanzienlijk worden.