Versie

5.4.2. Elastomere afdichtingen

Er zijn verschillende types elastomeren in de handel beschikbaar, die elk hun specifieke verwerkingsmethode hebben. Het is dan ook in alle omstandigheden aanbevolen om er de Technische Goedkeuring (ATG) van het product en de technische details die verstrekt werden door de fabrikanten op na te slaan.

Aangezien de hoeken bij elastomere afdichtingen niet afgeschuind moeten worden, is een hoekversterking in de regel niet noodzakelijk.

De overgang tussen het platte dak en de verticale wand kan in dit geval ofwel afgewerkt worden met behulp van afzonderlijke afdichtingsstroken (zie afbeeldingen 30 en 31) ofwel met behulp van afdichtingsstroken die in één stuk van het dakvlak over de dakopstanden doorlopen (zie afbeelding 32).

  1. Afzonderlijke strook afdichtingsmateriaal
  2. Op het platte dak verkleefd of gelast afdichtingsmembraan
  3. Overlapverbinding, die omwille van de praktische uitvoerbaarheid minstens 100 mm breed moet zijn

Afb. 30 Principe voor de uitvoering van de kim bij een elastomere afdichting, met behulp van afzonderlijke afdichtingsstroken en zonder kimfixatie.

  1. Afzonderlijke strook afdichtingsmateriaal
  2. Mechanisch bevestigd of losliggend afdichtingsmembraan op het platte dak
  3. Overlapverbinding (voor de breedte, zie ATG)
  4. Schroef
  5. Verdeelplaatje (kimfixatie)

Afb. 31 Principe voor de uitvoering van de kim bij een elastomere afdichting, met behulp van afzonderlijke afdichtingsstroken en met kimfixatie.

A. Zonder kimfixatie
B. Met kimfixatie
  1. Op het platte dak verkleefd of gelast afdichtingsmembraan
  2. Extra vormstuk
  3. Mechanisch bevestigde gewapende elastomere strook
Afb. 32 Principe voor de uitvoering van de kim bij een elastomere afdichting, zonder gebruik van afzonderlijke afdichtingsstroken.

In dit laatste geval dient men in de kim ter hoogte van de naden veiligheidshalve een bijkomende afdichting te voorzien (rond of ovaal vormstuk, zie punt 2 op afbeelding 32). Dit vormstuk ter hoogte van de naadoverlappen heeft enerzijds tot doel om de spanningen in de kim, die – met name in aanwezigheid van brede afdichtingsbanen – tot stand komen door de onvermijdelijke golvingen in de dakopstanden en/of door de onregelmatige vormen van het dakvlak, op te vangen en anderzijds om te vermijden dat de overlapverbindingen op deze plaats zouden loskomen.

De noodzaak van een kimfixatie bij een elastomere afdichting is enerzijds afhankelijk van haar plaatsingswijze in het dakvlak en anderzijds van het feit of ze al dan niet gewapend is.

Deze fixatie heeft als oogmerk om de thermische spanningen van het membraan op te vangen : het gaat hier met name om de thermische krimp die na het uitzetten van het membraan kan optreden ten gevolge van temperatuursverschillen.

Bij mechanisch bevestigde membranen is er steeds een kimfixatie noodzakelijk (zie TV 239 [W4]). Bij ongewapende membranen is dit enkel het geval bij losliggende en geballaste daken. Bij verkleefde membranen is er in principe geen kimfixatie vereist, tenzij de ATG van de fabrikant hieromtrent andere aanwijzingen bevat.

Tabel 3 Noodzaak van een kimfixatie, naargelang van het type membraan en de plaatsingswijze van de dakafdichting (elastomeren).
Plaatsingswijze van de dakafdichting op het platte dak Type membraan
Gewapend membraan Niet-gewapend membraan
Volledig verkleefd Geen kimfixatie vereist (*) (zie afbeelding 30)
Partieel verkleefd Langs de dakranden dient er een zone van 500 mm volledig verkleefd te worden (*)
Losliggend + ballast Geen kimfixatie vereist (*) (men beveelt wel een randstabilisatie aan, bv. door extra tegels aan de dakranden aan te brengen) Kimfixatie vereist
Mechanische bevestiging Kimfixatie door mechanische bevestiging (lineair of puntsgewijs, zie afbeelding 31) Kimfixatie door mechanische bevestiging (enkel lineair, zie afbeelding 31)
(*) Tenzij anders aangegeven in de ATG van de fabrikant

Tabel 3 geeft aan of er al dan niet nood is aan een kimfixatie en dit, al naargelang van het type membraan en de plaatsingswijze van de dakafdichting.

Een puntsgewijze kimfixatie wordt doorgaans uitgevoerd met behulp van schroeven en verdeelplaatjes. Een lineaire kimfixatie vereist het gebruik van metalen latten.

De kimfixatie kan op twee manieren uitgevoerd worden :
  • door de mechanische bevestiging van de dakafdichting tot in de dakvloer (zie afbeelding 31)
  • door een volledige verkleving of verlassing van de dakafdichting langs de randen over een zone van minstens 500 mm. De onderliggende thermische isolatie en het dampscherm dienen in deze zone eveneens aan de ondergrond bevestigd te zijn.
Bij onvoldoende luchtdichte opstanden geniet een kimfixatie door mechanische bevestiging de voorkeur.

Indien de dakafdichting over de dakopstanden doorloopt, gebeurt de kimfixatie door de mechanische bevestiging van een bijkomende afdichtingsstrook, waarop vervolgens de dakafdichting verkleefd of gelast wordt (zie afbeelding 32B).

Gelet op de beperkte thermische krimpwerking van het membraan, is het doorgaans mogelijk om over te gaan tot een mechanische bevestiging van de kimfixatie in de opstand. Wanneer er daarentegen geen toereikende uittrekweerstand gegarandeerd kan worden (bv. bij opstanden uit cellenbeton), is een mechanische bevestiging in de draagvloer vereist.

Op de afbeeldingen 30, 31 en 32 worden de verschillende lagen afzonderlijk weergegeven. In de volgende tekeningen uit deze TV wordt verondersteld dat de opstand steeds volgens één van deze principes uitgevoerd wordt.

Elastomeren zouden bovenaan steeds bijkomend mechanisch bevestigd moeten worden met een klemprofiel, een deksteen of – in het geval van metalen slabben – een metalen lat. Uit de ervaring is immers gebleken dat de verkleving van de opstanden in een regenachtige of koudere periode niet altijd even doeltreffend is.

Wanneer de opstanden volledig verkleefd worden, is er geen tussenfixatie noodzakelijk.