Versie

5.4.1. Bitumineuze afdichtingen

De overgang tussen het platte dak en de verticale wand wordt bij bitumineuze afdichtingen steeds ontdubbeld door gebruik te maken van afzonderlijke dakafdichtingsstroken. Dit is enerzijds noodzakelijk om de differentiële bewegingen tussen de dakvloer en de dakranden op te vangen en anderzijds om de vervormingen van de dakafdichting op te nemen.

De bitumineuze afdichting kan zowel in het dakvlak als tegen de opstanden een- of meerlaags uitgevoerd worden.

De hoek zelf kan ofwel uitgevoerd worden met een hoeklat, ofwel met een extra hoekversterkingsstrook onder een hoek van 90°. Deze laatste werkwijze treft men voornamelijk aan bij daken die geballast werden met tegels.

Bij gebruik van een hoeklat, dient de eigenlijke dakafdichting tot op deze plaats doorgetrokken te worden om de volledige afdichting van het platte dak te waarborgen. De uitvoering van de verschillende bitumineuze afdichtingslagen zal hierbij verschillen naargelang de afdichtingsstroken van het dak evenwijdig lopen met, dan wel loodrecht staan op de opstand.

Met een hoeklat Met een versterkingshoek
Loodrecht op de opstand Evenwijdig met de opstand  
Met een hoeklat - Loodrecht op de opstand Met een hoeklat - Evenwijdig met de opstand Met een versterkingshoek
(blauw: bitumineuze onderlaag; rood: bitumineuze eindlaag)
  1. Afzonderlijke strook afdichtingsmateriaal
  2. Afdichting in het dakvlak, onderlaag
  3. Hoeklat (≥ 50 x 50 mm)
  1. Afdichting in het dakvlak, eindlaag
  2. Extra hoekversterkingsstrook uit polyestergewapend bitumen
  3. Afdichting tegen de opstand
Afb. 28a Principes voor de uitvoering van de kim bij een meerlaagse bitumineuze dakafdichting in het dakvlak en een eenlaagse afdichting tegen de opstand.

Met een hoeklat Met een versterkingshoek
Loodrecht op de opstand Evenwijdig met de opstand  
Met een hoeklat - Loodrecht op de opstand Met een hoeklat - Evenwijdig met de opstand Met een versterkingshoek
(bauw: bitumineuze onderlaag; rood: bitumineuze eindlaag)
  1. Afzonderlijke strook afdichtingsmateriaal
  2. Afdichting in het dakvlak, onderlaag
  3. Hoeklat (≥ 50 x 50 mm)
  1. Afdichting in het dakvlak, eindlaag
  2. Extra hoekversterkingsstrook uit polyestergewapend bitumen
  3. Afdichting tegen de opstand, onderlaag
  4. Afdichting tegen de opstand, eindlaag
Afb. 28b Principes voor de uitvoering van de kim bij een meerlaagse bitumineuze dakafdichting in het dakvlak en een meerlaagse afdichting tegen de opstand.

Met een hoeklat Met een versterkingshoek
Loodrecht op de opstand Evenwijdig met de opstand  
Met een hoeklat - Loodrecht op de opstand Met een hoeklat - Evenwijdig met de opstand Met een versterkingshoek
(blauw: bitumineuze onderlaag; rood: bitumineuze eindlaag)
  1. Afzonderlijke strook afdichtingsmateriaal
  2. Afdichting in het dakvlak
  3. Hoeklat
  1. Afdichting tegen de opstand
  2. Extra hoekversterkingsstrook uit polyestergewapend bitumen
Afb. 29 Principe voor de uitvoering van de kim bij een eenlaagse bitumineuze dakafdichting.

Op de afbeeldingen 28 en 29 worden de verschillende lagen afzonderlijk weergegeven. In de volgende tekeningen uit deze TV wordt verondersteld dat de opstand steeds volgens één van deze principes uitgevoerd wordt.

Een kimfixatie is bij bitumineuze afdichtingen enkel vereist indien deze laatste mechanisch bevestigd worden (en dus niet bij een verkleefde of gelaste of een losliggende en geballaste plaatsing).

De opstanden dienen ingesmeerd te worden met een kleefvernis alvorens de dakafdichtingsstroken hiertegen aangebracht worden. Bij toepassing van de gietmethode dient men voldoende rekening te houden met het feit dat het giet- of bedekkingsbitumen kan beginnen af te glijden van de bitumineuze onderlagen. Om dit fenomeen te vermijden, bestaat de beste oplossing erin om te opteren voor onderlagen uit elastomeer polymeerbitumen. De eventuele kleef- of onderlagen zouden op hun beurt een verwekingstemperatuur van 110 °C of meer moeten hebben en worden bij voorkeur mechanisch bevestigd met behulp van een klemprofiel, een deksteen of – in het geval van metalen slabben – een metalen lat.

Ook bij koud verlijmde dakopstanden (bv. brandbare ondergronden) en onderlagen uit geoxideerd bitumen die geplaatst werden door vlamlassen, is een dergelijke mechanische bevestiging vereist.

Bij gebruik van gevlamlaste afdichtingslagen uit polymeerbitumen zijn er geen noemenswaardige afglijproblemen te verwachten. Niettemin wordt er vanaf een opstandhoogte van 500 mm ook in dit geval een mechanische bevestiging van de afdichting aangeraden.

In aanwezigheid van een hogere dakopstand, zijn er bij gevlamlaste afdichtingslagen daarentegen geen bijkomende tussenfixaties vereist, tenzij men hechtingsproblemen vreest.