Publicatiedatum : februari 2012

5.3. Isolatie van de opstand

De continuïteit van de thermische isolatie bij de overgang tussen het dak en de muur moet te allen tijde verzekerd worden om koudebruggen te voorkomen.

Hiertoe is het aanbevolen om gebruik te maken van thermisch isolerende dakopstanden. In het eerste geval kan het bijvoorbeeld gaan om isolerend metselwerk (zie afbeelding 78). In het tweede geval kan het gaan om isolerende bouwblokken die een thermische snede tot stand brengen in de dakopstand (zie afbeelding 37). Hierbij dient men erover te waken dat er nergens koudebruggen kunnen ontstaan (zie Bijlage 1). Veiligheidshalve zou de thermische isolatie van het platte dak zich dan ook op geen enkele plaats op een hoger niveau mogen bevinden dan de thermische snede in de dakopstand. Indien de thermische snede lager gelegen is, dient men de bepalingen uit Bijlage 1 te controleren.

Het is eveneens mogelijk om de opstand thermisch te isoleren (zie afbeelding 79). De thermische isolatie tegen de opstand moet een zodanige minimale dikte hebben, dat de R-waarde ervan volstaat om aan de geldende bouwknopenreglementering te voldoen (zie Bijlage 1).

In bepaalde gevallen kan het nodig zijn om de thermische isolatie zowel tegen als op de opstand te bevestigen.

Als men ervoor opteert om de thermische-isolatieplaten te verlijmen, is het aangewezen om hiertoe de nodige inlichtingen in te winnen bij de fabrikant ervan.

Indien men daarentegen overgaat tot de mechanische bevestiging van de platen, speelt men voor het verticale gedeelte van de dakopstand op veilig voor zover men voor het type, het aantal en de verdeling van de schroeven dezelfde principes hanteert als deze die gelden voor de randzone van het dak (zie hiervoor de betreffende ATG's en de TV 239 [W4]).

In sommige gevallen (bv. bij luchtopen opstanden) kunnen er echter bijkomende bevestigingen noodzakelijk zijn en dient men hieromtrent aanvullende inlichtingen in te winnen bij de ontwerper.

Men dient voldoende rekening te houden met het feit dat de windbelasting groter is op het horizontale gedeelte van de dakopstand. Zo dient men op deze plaats de cp-waarden voor een horizontale rand zonder opstand te hanteren. Voor meer informatie hieromtrent verwijzen we naar de norm NBN EN 1991–1–4 [B6] en de TV 239 [W4].

  1. Mechanische bevestiging van de isolatie van de opstand
  2. Thermische isolatie van de opstand (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  3. Dakafdichting
  4. Thermische isolatie van het dakvlak (waarvan de dikte af­gestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  5. Dampscherm (zie TV 215 [W3])
  6. Hellingslaag
  7. Draagvloer
Afb. 26 Bevestiging van de thermische isolatie tegen de opstand.