Publicatiedatum : februari 2012

5.2. Algemene principes

Het waterdicht maken van een opstand omvat twee stappen :
  • de afdichting van de kim, d.i. de overgang tussen het platte dak en de verticale wand (§ 5.4.)
  • de afwerking van de opstand (§ 5.5.).
De opstand zou bij voorkeur luchtdicht moeten zijn. Indien dit niet het geval is, dient men immers ook rekening te houden met de interne winddrukcoëfficiënt (cpi) van de gevel en neemt de windbelasting op de afdichting gevoelig toe.

De vlakheid van de ondergrond moet aangepast zijn aan de te verwerken materialen. Hiertoe kan men eventueel overgaan tot de plaatsing van een uitvlaklaag (dit valt echter buiten de verantwoordelijkheid van de aannemer van de afdichtingswerken).

De ervaring leert dat de opstand minstens 150 mm hoger moet liggen dan het niveau van het afgewerkte dakvlak, dat in feite overeenstemt met het niveau van de afdichting en de erop aangebrachte ballastlaag (deze kan immers dichtvriezen in de winter). Bij tegels op tegeldragers bedraagt de opstandhoogte eveneens ≥ 150 mm. In dit geval dient men echter te meten vanaf de afdichting. Verder dient men erop toe te zien dat er tussen de eerste tegel en de opstand een voldoende brede voeg gelaten wordt (≥ 20 mm) en dat de opstand minstens 50 mm boven het peil van de tegels uitkomt. Van deze richtlijnen mag enkel in zeer specifieke omstandigheden afgeweken worden. Dit kan bijvoorbeeld plaatselijk het geval zijn om de toegankelijkheid van het gebouw te waarborgen (zie § 5.5.2., en afbeelding 44).

De afdichting van de opkanten (bv. opgaande muren, koepels, schouwen, …) moet steeds hoger opgetrokken worden dan de dakrand of de eventuele spuwers. Hiertoe dient men te opteren voor een geschikt afdichtingsmateriaal (met inbegrip van de onderlagen) en een aangepast kleefmiddel om het risico op afglijden te voorkomen. In bepaalde gevallen kan het bovendien noodzakelijk zijn om een (bijkomende) mechanische bevestiging te voorzien.



  1. Schouw (§ 8.5)
  2. Kim (§ 5.4)
  3. Spuwer (§ 4.4)
  4. Dorpel (§ 5.5.2)
  5. Aansluiting met een spouwmuur (§ 5.5.1)
  6. Dakrand (§ 6.5)
  1. Aansluiting met een gevelbekleding (§ 5.5.6)
  2. Koepel (§ 5.5.4)
  3. Aansluiting met een hellend dak (§ 5.5.3)
  4. Standleiding van de regenwaterafvoer
Afb. 25 Opstanden.