Publicatiedatum : februari 2012

4.2. Algemene principes



  1. Normale dakwaterafvoer
  2. Maximale waterhoogte die gebruikt werd voor de dimensionering van de normale dakwaterafvoer
  3. Noodafvoerkolk

Afb. 21 Schematische voorstelling van een noodafvoerkolk.
Op platte daken met een opstand – en dan vooral indien het gaat om daken waarop er slechts één normale dakwaterafvoer aanwezig is – is het noodzakelijk om één of meerdere nooduitlaten te voorzien. Deze hebben tot taak om te vermijden dat er bij de verstopping van de normale waterafvoervoorzieningen overgewicht op het dak zou ontstaan en dat er water naar binnen zou stromen.

Deze nooduitlaten kunnen op verschillende manieren gerealiseerd worden :
  • ofwel door de opstanden te voorzien van een aantal openingen, die aangeduid worden als spuwers

  • ofwel door een aantal bijkomende afvoerkolken op het dak te voorzien, die hoger gelegen zijn dan de normale afvoervoorzieningen. Deze noodafvoerkolken worden aangesloten op een afzonderlijk afvoersysteem dat het water uit het gebouw wegvoert

  • ofwel door een combinatie van beide voornoemde mogelijkheden.
Ondanks het feit dat spuwers de eenvoudigste oplossingen vormen, moeten ze omwille van hun beperkte afvoercapaciteit veelal gecombineerd worden met een aantal bijkomende hoger gelegen noodafvoerkolken. Deze laatste bevinden zich doorgaans in de onmiddellijke omgeving van de normale dakwaterafvoer (zie afbeelding 21).

Zoals hiervoor reeds vermeld werd, dient de noodafvoerkolk op een zekere hoogte boven de normale dakwaterafvoer te liggen. Deze hoogte is normaalgesproken gelijk aan de maximaal toelaatbare waterhoogte op het dak, die gebruikt werd voor de dimensionering van de dakwaterafvoer. We willen echter wel benadrukken dat een dergelijke noodafvoerkolk veelal geen signaalfunctie heeft, tenzij de afvoerbuis ervan ergens zichtbaar buiten het gebouw uitmondt.

Voor meer informatie omtrent het ontwerp van noodafvoeren verwijzen we de geïnteresseerde lezer naar Infofiche 40 [D1].