Versie

2.3.1. Buitengoten

2.3.1.1. Hanggoot

Aangezien de uitvoeringsdetails en de plaatsing van hanggoten buiten het bestek van deze Technische Voorlichting vallen, verwijzen we voor deze aspecten naar de technische richtlijnen van de betreffende fabrikanten.

De verbinding van de hanggoot met de afdichting moet in principe water- en winddicht uitgevoerd worden. Vermits de winddichtheid moeilijk te garanderen valt, zal men voor de randzone rekening moeten houden met een hogere windbelasting (zie § 5.2.).

De voorkant van de goot zou minstens 20 mm lager moeten liggen dan de achterkant (zie afbeelding 2).

De druiplijst zou bij voorkeur uit een stijf materiaal moeten bestaan dat verenigbaar is met de afdichting en zou moeten doorlopen tot in de goot.

De houten kepers waarop de hanggoot bevestigd wordt, zouden iets minder dik moeten zijn dan de thermische dakisolatie om waterstagnaties te vermijden.

Aangezien deze elementen blootgesteld kunnen worden aan een hoge luchtvochtigheid, zouden ze bij voorkeur behandeld moeten worden met een houtverduurzamingsprocedé van het type A3 (in plaats van een procedé van het type A1, wat courant is voor warme daken).

Als er een dampscherm voorzien is, wordt het uiteinde ervan om praktische redenen (bv. in geval van een voorlopige afdichting waarbij de evacuatie van het regenwater niet verhinderd wordt) vaak tot onder de houten keper doorgetrokken. Over het algemeen is het echter beter om de afdichting met het dampscherm te verbinden (bv. door middel van een afzonderlijke strook) teneinde de thermische isolatie volledig in te sluiten (zie § 5.4.).

Afb. 4 Aansluiting van een metalen of kunststof hanggoot met een plat dak : algemeen principe.

  1. Thermische isolatie
  2. Houten plaat die dienst doet als ondersteuning van het dampscherm en als spouwafdekking
  3. Dakafdichting
  4. Houten kader
  5. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  6. Dampscherm (zie TV 215, hoofdstuk 6 [W3])
  7. Hellingslaag
  8. Draagvloer
  1. Hellingsspie
  2. Binnenspouwblad
  3. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  4. Buitenspouwblad
  5. Boordplank
  6. Houten keper
  7. Hanggoot uit metaal of kunststof
  8. Haken (waarvan de tussenafstand afhankelijk is van de goot)
  9. Stijve druiplijst


Tabel 1 Galvanische reeks van enkele metalen met regenwater als elektroliet.
Meer edele metalen
Roestvast staal
Zilversoldeersel
Koper
Lood
Lood-tinsoldeersel
Gietijzer
Staal/IJzer
Zink
Aluminium
Minder edele metalen
Bij de combinatie van verschillende metalen dient men rekening te houden met het feit dat het minst nobele metaal van het galvanische koppel kan beginnen te corroderen. Dit risico neemt toe naarmate de materialen van het koppel verder van elkaar verwijderd zijn in de galvanische reeks der metalen uit tabel 1. Men dient er met andere woorden voor te zorgen dat er zich stroomafwaarts van een metaal met een hoger galvanisch potentieel geen minder nobel metaal bevindt en/of dat ze niet met elkaar in contact komen.

Er bestaan evenwel bepaalde parameters die het potentiaalverschil tussen beide metalen zodanig kunnen verminderen dat dit in de praktijk slechts zelden tot schade leidt. Het gaat hier met name om :
  • de respectievelijke lengte of oppervlakte van de elementen

  • de oppervlaktetoestand van de elementen (bv. de aanwezigheid van een natuurlijke patinalaag). Het feit of er zich al dan niet een patinalaag zal vormen, is sterk afhankelijk van de omgevingsfactoren. Bij bepaalde metalen kan dit proces zeer veel tijd in beslag nemen. Desgevallend kan men ervoor opteren om de vorming ervan kunstmatig te bevorderen.


Afb. 5 Betonnen buitengoot, bekleed met een afdichting : algemeen principe.

  1. Dakrandprofiel (zie hoofdstuk 6 voor de plaatsing ervan)
  2. Afdichting
  3. Houten keper (eventueel als hoekversteviging)
  4. Thermische isolatie (waarvan de dikte afgestemd dient te worden op de geldende thermische regelgeving)
  1. Dampscherm (zie TV 215, hoofdstuk 6 [W3])
  2. Hellingslaag
  3. Thermische snede in de buitengoot om de koudebrug te vermijden
  4. Soepele voeg
  5. Betonnen buitengoot


Praktisch betekent dit dat men moet vermijden om koper rechtstreeks in contact te brengen met zink, al dan niet verzinkt staal en aluminium. Het impliceert echter ook dat men geen koper stroomopwaarts van deze metalen mag plaatsen. Zoniet zouden de met het regenwater meegevoerde koperen deeltjes zich immers kunnen afzetten op de minder edele metalen en aldus tot corrosie leiden. De combinaties koper-roestvast staal, koper-lood, lood-zink, lood-aluminium of zink-aluminium leveren normaalgesproken geen problemen op.

Naargelang van het goottype en het afdichtingsmembraan kan het ter vermijding van het corrosierisico nodig zijn om bijzondere maatregelen te treffen. Hiervoor verwijzen we naar de specifieke uitvoeringsdetails die opgenomen zijn in de databank op onze website.

Men dient eveneens rekening te houden met het feit dat bepaalde metalen (bv. zink) zeer gevoelig zijn voor corrosie door contact met de zuren die vrijkomen bij de biodegradatie van organische stoffen (bv. bladeren, dennennaalden, mossen, …) in een vochtige omgeving.

2.3.1.2. Buitengoot, bekleed met een dakafdichting

De buitengoot wordt in principe afgedicht met hetzelfde materiaal als het dakvlak.

Bij de overgang van de goot naar het dakvlak dienen de opeenvolgende lagen oordeelkundig gekozen te worden. Zoniet, zou er een waterremmende verdikking aan de gootrand kunnen ontstaan.

Afbeelding 5 illustreert het algemene principe voor de uitvoering van een betonnen buitengoot, bekleed met een afdichting. Voor het algemene principe voor de uitvoering van een houten buitengoot verwijzen we naar afbeelding 83.

Koudebruggen zouden in de mate van het mogelijke voorkomen moeten worden. Hiertoe kan het bijvoorbeeld noodzakelijk zijn om een thermische snede te voorzien (zie afbeelding 5).

De houten keper die eventueel aangebracht wordt ter versteviging van de hoek, is bij voorkeur iets minder dik dan het thermische-isolatiemateriaal van het dak. Als er een dampscherm voorzien is, wordt het uiteinde ervan om praktische redenen (bv. in geval van een voorlopige afdichting waarbij de evacuatie van het regenwater niet verhinderd wordt) vaak tot onder de houten keper doorgetrokken. Indien het dampscherm verenigbaar is met de gootafdichting, is het bovendien aan te bevelen om beide membranen onderling te verbinden.

Indien de gootafdichting uit een bitumineus materiaal bestaat, wordt deze uitgevoerd met afzonderlijke stroken, die om praktische uitvoeringsredenen (uniforme opwarming over de volledige breedte) meestal slechts enkele meter breed zijn. De naden van de gootafdichting dienen te verspringen ten opzichte van deze van de dakafdichting. De banen van de dakafdichting liggen evenwijdig met de dakhelling (zie ook TV 215, p. 59 [W3]).

Bij afdichtingen uit kunststof kunnen de dakbanen in het dakvlak eveneens loodrecht op de dakhelling geplaatst worden. De gootafdichting wordt over het algemeen parallel met de goot gelegd, waardoor het aantal naden beperkt blijft. In aanwezigheid van gelaste overlapverbindingen kan de buitengoot eventueel zonder helling uitgevoerd worden, vermits waterstagnaties in voorkomend geval geen problemen opleveren.