Versie

1. Inleiding

Sinds de verschijning (in 1994) van de TV 191 'Het platte dak. Aansluitingen en afwerkingen' [W2] – die hoofdzakelijk toegespitst was op bitumineuze afdichtingen – werden er verschillende nieuwe technieken en materialen ontwikkeld. Zo heeft het gebruik van kunststofafdichtingen intussen een ware explosie gekend. Binnen het TC Dichtingswerken werd er dan ook beslist dat de tijd rijp was voor een herziening.
Zoals reeds vermeld werd in de inleiding van de TV 191, had dit document voornamelijk tot doel om fouten bij het ontwerp en de uitvoering van de dakranden, opstanden, waterafvoeren, uitzetvoegen, dakdoorbrekingen, … te vermijden.

Veelal blijkt dat de uitvoering van deze afwerkingen overgelaten wordt aan de improvisatie van de afdichter of van andere aannemers die, als specialisten terzake, verondersteld worden om met vakkundige oplossingen voor de dag te komen.

In geval van betwistingen zijn de gerechtsdeskundigen en de rechtbank er dikwijls toe geneigd om het falen van de waterdichtheid bij platte daken toe te schrijven aan de specialist-aannemer, die de afdichter toch behoort te zijn. Hierbij wordt echter vaak over het hoofd gezien dat voornoemde uitvoeringsdetails zich in de regel bevinden in de zones waar de verbinding gemaakt wordt tussen de werkzaamheden van de afdichter en deze van de ruwbouwaannemer of derden.

Indien de voorbereidende werken van de ruwbouwaannemer de vakkundige afwerking van het dak bemoeilijken, is de afdichter er wel toe verplicht om een oplossing te improviseren.

Het zou echter een misvatting zijn om te stellen dat de verantwoordelijkheid voor deze problemen alleen maar bij de ruwbouwaannemer ligt. Ook de ontwerper kan in deze context immers een belangrijke rol te spelen hebben. De volgende twee opmerkingen dringen zich hierbij op :
  • vakkundige oplossingen zijn niet altijd even esthetisch en worden om deze reden niet zelden geweigerd. Indien men daarentegen opteert voor een esthetisch verantwoorde oplossing, dient men voldoende aandacht te besteden aan de functionaliteit en de efficiëntie ervan

  • veelal vertrekt men van een algemeen dakontwerp om daarna de aansluitingen en afwerkingen aan te passen, naarmate men ze tegenkomt.
Wij zouden er dan ook voor willen pleiten om de uitvoeringsdetails bij het ontwerp van het dak als prioritair te beschouwen.

De afbeeldingen die opgenomen zijn in dit document illustreren het algemene principe voor de uitvoering van dakdetails. Voor de principes die eigen zijn aan bitumineuze (polymeerbitumen) of synthetische (elastomere of plastomere) afdichtingsmembranen enerzijds of aan vloeibare afdichtingen anderzijds, verwijzen we naar de specifieke uitvoeringsdetails die opgenomen zijn in de databank ad hoc op onze website. Dit geldt eveneens voor de dakdetails bij thermoplastische elastomeren, die uitgevoerd moeten worden volgens de principes die van toepassing zijn voor de plastomeren.

Zoals toegelicht in § 8.3 van de TV 215 [W3], kunnen er in de groep van de elastomeren en plastomeren verschillende afdichtingstypes onderscheiden worden. De hier voorgestelde uitvoeringsdetails zijn geldig voor de meest voorkomende types uit de betreffende materiaalgroepen (respectievelijk EPDM en PVC).

De detailtekeningen die opgenomen zijn in deze Technische Voorlichting dienen beschouwd te worden als de 'algemeen aanvaarde' of de 'meest volledige' oplossingen. Ze illustreren met andere woorden de grondbeginselen voor een goede uitvoering, wat evenwel niet wil zeggen dat de betrokken bouwprofessionelen (aannemer, architect, fabrikant, …) geen eigen voorstellen zouden mogen uitwerken.

Men dient zich er bijgevolg van bewust te zijn dat er nog talloze andere uitvoeringsmogelijkheden bestaan die niet noodzakelijk aanleiding zullen geven tot problemen (voor zover de algemene principes vanaf de ontwerpfase door elk van de betrokken partijen strikt nageleefd worden).

Aangezien de afwerking met een vloeibare afdichting voor bepaalde dakdetails een interessante oplossing kan bieden, zal er ook in het voorliggende document de nodige aandacht aan besteed worden. In voorkomend geval dient men echter wel voldoende rekening te houden met de verenigbaarheid tussen de gebruikte materialen. Het laatste hoofdstuk van deze TV is dan ook volledig aan deze thematiek gewijd.

Gelet op het feit dat de aanbevolen bevestigingstechnieken en lijmtypes van fabrikant tot fabrikant kunnen verschillen, worden deze aspecten niet in dit document behandeld. Ook voor de uitvoering van de overlapverbindingen, de binnen- en buitenhoeken, … is het raadzaam om er de ATG of de technische richtlijnen van de fabrikant op na te slaan.

Verder willen we erop wijzen dat alle dakdetails regelmatig gecontroleerd – en zonodig onderhouden – dienen te worden. Dakdetails die een regelmatig onderhoud vereisen, zouden bij voorkeur bereikbaar moeten blijven.

Op de algemene principeschema's uit dit document wordt de afdichting (zowel de eenlaagse als de meerlaagse) als volgt voorgesteld :



Het eventuele dampscherm wordt op de volgende manier aangegeven :



Voor wat de plaatsing van de afdichting of het dampscherm betreft, kan men de volgende alternatieven onderscheiden :
  • losliggende plaatsing
  • verkleefde plaatsing
  • mechanische bevestiging op de ondergrond.
Uit duidelijkheidsoverwegingen worden de aansluitingen tussen de afdichtingslagen uit de principeschema's van deze TV doorgaans iets dikker getekend dan ze in werkelijkheid zijn en wordt er bovendien een kleine tussenafstand tussen de verschillende lagen voorzien (vooral bij de uitvoeringsdetails). Hierdoor zou men de indruk kunnen krijgen dat er lege ruimten tussen de afdichtingslagen onderling of tussen de isolatielagen en de afdichtingslagen aanwezig mogen zijn. Dit is echter geenszins het geval : in de praktijk moeten deze lagen volledig op elkaar aansluiten.

In deze TV wordt er zowel aandacht besteed aan nieuwbouw als aan vernieuwbouw. Ondanks het feit dat men er in dit tweede geval zoveel mogelijk naar moet streven om te komen tot een zelfde detaillering als bij nieuwbouw, dient men zich ervan bewust te zijn dat de bestaande toestand soms niet toelaat om dit ideaal te bereiken.

Bij de opstelling van deze Technische Voorlichting werd ook gezocht naar mogelijke manieren om vochtproblemen (zowel door infiltratie als door condensatie) en koudebruggen te vermijden. Zo wordt er in Bijlage 1 een overzicht gegeven van de eisen waaraan de dakdetails moeten voldoen om beschouwd te kunnen worden als EPB-aanvaarde bouwknopen. De detailleringen in deze TV zijn - tenzij anders aangegeven - geldig voor de binnenklimaatklassen I tot en met III. Voor de binnenklimaatklasse IV is er doorgaans een bijkomende studie vereist, teneinde na te gaan of er geen inwendige condensatieproblemen kunnen ontstaan. Dit is voornamelijk het geval wanneer er gebruikgemaakt wordt van een thermische onderbreking of isolerend metselwerk in de dakopstand (zoals in de afbeeldingen 47 en 78).

Daarnaast dient men rekening te houden met de groeiende tendens om de gebouwschil alsmaar beter luchtdicht te maken. Bij platte daken is de realisatie van deze luchtdichtheid afhankelijk van het type dakvloer. Zo moet de luchtdichtheid bij luchtdichte dakvloeren (bv. uit beton) bewerkstelligd worden langs de binnenzijde, bijvoorbeeld door de continuïteit van de binnenbepleistering te waarborgen. Bij luchtopen dakvloeren (bv. uit hout of stalen plooiplaten) zal het daarentegen noodzakelijk zijn om een wachtmembraan aan te brengen.

In deze TV worden de aspecten met betrekking tot de continuïteit van de luchtdichtheid enkel expliciet aangehaald wanneer ze de werken van de dakafdichter beïnvloeden. Dit is onder meer het geval in afbeelding 83, waarin het wachtmembraan, dat moet zorgen voor de continue aansluiting tussen de luchtdichtheid van het dak (dampscherm) en de luchtdichtheid van de wanden (binnenbepleistering), aangeduid is.

Bij betonnen dakvloeren zal de continuïteit van de binnenbepleistering verzekerd moeten worden door de aannemers die verantwoordelijk zijn voor de pleisterwerken en de ruwbouw. Bij dakvloeren uit stalen plooiplaten bestaat er momenteel nog enige onduidelijkheid omtrent de manier waarop de continuïteit van de luchtdichtheid precies tot stand gebracht moet worden. De desbetreffende uitvoeringsdetails uit de databank ad hoc op onze website kunnen op termijn dan ook een aantal wijzigingen ondergaan.

Ten slotte willen we erop wijzen dat de dikte van de thermische-isolatielagen die aangegeven is op de principeschema's van deze TV afgestemd moet worden op de geldende thermische regelgeving.