Bijlage : Procedure voor de opstelling van de fiches

Deze bijlage beschrijft de werkwijze die de werkgroep (WG) gebruikte voor de opstelling van de technische fiches uit § 5.3.

Met deze werkwijze wil het WTCB de volgende drie aspecten van natuursteen met elkaar in verband brengen : het macroscopische aspect, de petrografische eigenschappen en de technische kenmerken (afbeelding A1).

Deze kenmerken werden bepaald aan de hand van referentieproefstukken uit de verschillende soorten natuursteen die geleverd werden door de aanvragers (de verantwoordelijkheid voor het nemen van de proefstukken ligt dus niet bij de WG). De drie bovenvermelde aspecten van de referentiesteen worden als representatief beschouwd voor de steengroeve en de natuursteensoort (waaraan een referentiebenaming verbonden is). De referentieproefstukken zijn stuk voor stuk afkomstig uit dezelfde bank of uit dezelfde faciës van de steengroeve. Op die manier verkrijgen we van zodra één kenmerk gekend is, ook informatie over de twee andere kenmerken.

Afb. A1 Opstellingsprincipe van een fiche.
Afb. A1 Opstellingsprincipe van een fiche.

Belangrijke opmerking

De technische informatie uit de fiches werd bekomen door middel van analyses die uitgevoerd werden op een beperkt aantal proefstukken die op een bepaald tijdstip gedolven werden in een specifieke zone van de steengroeve. Deze informatie mag dan ook op geen enkele wijze beschouwd worden als kenmerkend voor het geheel van producten uit de steengroeve, zeker niet indien er meerdere variëteiten vermeld staan op de fiches.

Een gesteente dat gedolven werd in eenzelfde steengroeve kan zeer verschillend zijn en kan aanleiding geven tot soms zeer uiteenlopende karakteristieken. De verschillende uitgebate banken in een steengroeve kunnen immers verschillende technische prestaties opleveren die vaak te wijden zijn aan mineralogische en/of structurele variaties. Deze variabiliteit, die voor elk type gesteente geldt, kan men ook regionaal of plaatselijk aantreffen (karstificatie, dolomitisatie, ganggesteenten, enz.).

Enkel een homologatie- of een classificatiesysteem van het type ATG/BENOR laat toe efficiënt met deze variaties rekening te houden.

Verticale en laterale variaties in een steengroeve die zich vroeger over de hele lengte van de exploitatie uitstrekten.
Verticale en laterale variaties in een steengroeve die zich vroeger over de hele lengte van de exploitatie uitstrekten.

Het aanmaken van een nieuwe fiche gebeurt volgens het hierna beschreven principe (1).


(1) Voor alle inlichtingen met betrekking tot deze procedure en de kosten die ermee gepaard gaan, kunnen geïnteresseerden contact opnemen met het WTCB.

1. Aanvraagdossier

De aanvrager – producent of invoerder die verantwoordelijk is voor het op de Belgische markt brengen van de natuursteen – dient bij het WTCB een aanvraagdossier in dat de volgende gegevens bevat :
  1. commerciële benaming van de natuursteen, d.i. de naam waaronder de natuursteen op het moment van de aanvraag bekend staat op de Belgische markt. Indien er meerdere benamingen bestaan, dient de aanvrager deze te vermelden en aan te geven welke benaming volgens hem het meest gebruikt wordt. Deze benaming zal op de fiche verschijnen onder de referentiebenaming van de natuursteen overeenkomstig de norm NBN EN 12440
  2. herkomst en geologie : de aanvrager verstrekt ten minste de volgende gegevens :
    • precieze geografische ontginningslocatie van de natuursteen (op een kaart)
    • soort natuursteen (minstens de naam van de familie)
    • kleur en aspect van de natuursteen
      en indien mogelijk :
    • de geologische coupe van de steengroeve
    • de geologische ouderdom
  3. aanwezigheid op de Belgische markt : referenties van vroegere toepassingen en/of verkoopscijfers zijn welkome gegevens
  4. referentietoepassingen laten toe het goede gedrag van de geplaatste natuursteen te bepalen
  5. bijzonderheden over het uiterlijk (aders, witte vlekken, inclusies, …) of de structuur (stylolithische voegen, scheuren, …)
  6. proefresultaten mogen aan het dossier worden toegevoegd op voorwaarde dat :
    • de proeven gerealiseerd werden overeenkomstig de geldende Europese normen
    • de proefdatum hoogstens 5 jaar geleden valt
    • het proeflaboratorium geaccrediteerd is of minstens erkend wordt in de natuursteensector (te bepalen door de WG).
Eens het dossier werd ingediend, wordt het binnen de twee maanden bestudeerd door de WG, die al dan niet haar akkoord geeft voor de ontvankelijkheid van de aanvraag.

2. Levering van de proefstukken aan het wtcb

Nadat het aanvraagdossier aanvaard werd, stuurt het WTCB de aanvrager een lijst met de benodigde proefstukken. Deze zijn nodig om de macroscopische, microscopische en technische kenmerken te bepalen evenals de referentiebenaming.

2.1 Macroscopisch aspect

In de lithoteek van het WTCB worden drie referentieproefstukken bewaard voor elk type natuursteen, zodat ze kunnen gebruikt worden als visuele hulp bij de identificatie van ongekende steensoorten. De geleverde afwerking is de meest toegepaste voor dat type gesteente. Eén van de proefstukken stelt het gemiddelde uitzicht voor, terwijl de twee andere de uitersten op het veld van textuur en kleur weerspiegelen. De foto uit de fiche toont het gemiddelde uitzicht van het gesteente. Ze werd genomen onder normale omstandigheden met de gepaste technische middelen.

2.2 Microscopisch (petrografisch) aspect

Voor elke steensoort wordt een petrografische analyse uitgevoerd op een slijpplaatje. Op die manier kan men de mineralen en/of de fossielen identificeren evenals de textuur en de structuur van het gesteente overeenkomstig de norm NBN EN 12407. Aan de hand van deze gegevens wordt een correcte geologische benaming toegekend (volgens de norm NBN EN 12670) waardoor elke verwarring tussen de benamingen die gebruikt worden in de bouwwereld, opgehelderd wordt.

2.3 Referentiebenaming en commerciële benamingen

Er staan twee soorten benamingen aan de kop van elke fiche :
  1. een referentiebenaming die toegekend werd door de WG
  2. een commerciële benaming, gekozen door de aanvrager die ze beschouwd als de meest gebruikte op de Belgische markt.
De referentiebenaming werd bepaald volgens de norm NBN EN 12440, die eist dat de benaming van het gesteente verwijst naar het land van herkomst, het soort gesteente (geologische familie) en de kleur. Tot nu toe werd de benaming meestal willekeurig toegekend door de producent of de invoerder. Deze situatie zorgde vaak voor verwarring aangezien eenzelfde natuursteen gekend was onder verschillende namen. Eén van de doelstellingen van de fiches uit deze TV is daarom aan elke natuursteensoort een referentiebenaming toe te kennen die door iedereen in België gekend is en gebruikt wordt. Deze referentiebenaming staat op de fiches vermeld boven de meest gebruikte commerciële benaming en de andere benamingen die in België gebruikt worden.

De referentiebenaming wordt volgens de volgende procedure toegekend :
  1. indien de natuursteen voorkomt in de bijlage bij de norm NBN EN 12440, dan wordt de daar vernoemde traditionele naam gekozen als referentiebenaming. Deze wordt in de fiche voorafgegaan door een 'EN'-vermelding. De bijlage bevat duizenden traditionele benamingen voor stenen die geëxporteerd worden in Europa. Deze benamingen vermelden meestal het type gesteente en het land van herkomst. Het is daardoor mogelijk dat het soort natuursteen dat gesuggereerd wordt, geologisch niet correct is. De correcte informatie hieromtrent wordt vermeld in de rubriek 'Soort natuursteen' van de technische fiche
  2. indien de natuursteen niet voorkomt in de bijlage bij de norm NBN EN 12440, dan wordt een referentiebenaming opgesteld aan de hand van de volgende gegevens :
    • het type natuursteen volgens de classificatie uit de PTV 844 :
      • niveau 4 voor stollingsgesteenten
      • niveau 3 voor sedimentaire en metamorfe gesteenten
    • de zo nauwkeurig mogelijke geografische origine (minstens de naam van de stad of het dorp).

2.4 Technische kenmerken

Het WTCB voert de proeven uit die nodig zijn voor het vastleggen van de fysische eigenschappen van een natuursteen. Indien de aanvrager beschikt over recente resultaten die verkregen werden volgens de geldende normen voor proeven, zullen deze geaccepteerd worden mits goedkeuring van de WG (zie aanvraagdossier). Alle proeven worden uitgevoerd volgens de nieuwe Europese normen. De volgende kenmerken worden beproefd :

Schijnbaar volumieke massa NBN EN 1936
Porositeit NBN EN 1936
Druksterkte NBN EN 1926
Buigsterkte NBN EN 12372
Slijtsterkte (Capon) NBN EN 1341 – NBN EN 14157
Slijtsterkte (Amsler) (*) NBN B 15-223
Vorstweerstand (*) NBN B 27-009
Vorstweerstand (technologische proef) (*) NBN EN 12371
Vorstweerstand (identificatieproef) NBN EN 12371
(*) Optioneel kenmerk.

Bij het formuleren van de resultaten werd er rekening gehouden met extreme variaties in de waarden voor hetzelfde type natuursteen.

3. Behandeling van het dossier en opstelling van de fiche

Dit stadium bestaat uit het uitvoeren van de proeven en de petrografische analyse en het nemen van de nodige foto's voor de fiche.

Vervolgens wordt een ficheontwerp opgestuurd naar de aanvrager voor eventuele opmerkingen. Na akkoord wordt de fiche ingediend bij de WG die al dan niet zijn goedkeuring geeft voor de (online) publicatie.