3.2 Beschrijving van de verschillende behouwingen en afwerkingen

3.2.1 Effen afwerkingen

3.2.1.1 Gezaagd (Frans : scié)

Deze benaming duidt de oppervlaktetoestand aan van een steen die machinaal gezaagd werd met een raamzaag, een schroefdraad of een diamantdraad als het gaat om omvangrijke elementen (steenblokken na ontginning). Kleinere elementen zaagt men gewoonlijk met een diamanten schijfblad op een cirkelzaag.

Elk type zaagblad laat een typische zaagsnede achter op het steenoppervlak. Meestal hebben ze de vorm van kleine golvingen of onderbrekingen van enkele tienden van een mm diep (afbeelding 8). Deze streepjes lopen evenwijdig met elkaar, volgens de richting die gevolgd werd door de zaag of door de draad. Als een cirkelzaag wordt gebruikt, zijn de sporen evenwijdig maar ook cirkelvormig.

Afb. 8 Belgische blauwe hardsteen, gezaagd.
Algemeen zicht Detail
Algemeen zicht Detail

Bij sommige soorten natuursteen kan het gezaagde oppervlak reeds aantrekkelijk zijn, bv. bij basaltlava en schelpenkalksteen. Het is echter noodzakelijk dat de zaagvlakken goed worden schoongemaakt om de roestaanslag van het zagen te verwijderen.

Synoniem voor gezaagd : ruw gezaagd.

3.2.1.2 Geslepen – geschuurd (Frans : meulé)

Het schuren wordt vooral toegepast bij harde natuursteen, met de bedoeling de zaagrillen te verwijderen.

Deze mechanische afwerking kan zowel droog uitgevoerd worden met behulp van schuurmiddelen op basis van siliciumcarbide (carborundum), diamanten of een gelijkaardig product, als onder besproeiing met water met behulp van diamanten schuurplateaus. Voor kleine oppervlakken, lijstwerken, bogen en dergelijke gebruikt men mechanische slijpmachines. Voor grotere platen van gezaagde steen maakt men gebruik van reeksen schuurkoppen op een lopende band.

De fijnheid van de aangewende schuurmiddelen, d.w.z. hun korrelspecificatie, wordt in het algemeen aangeduid met behulp van de internationale FEPA-nummering (1) (P), afhankelijk van de zeefmaasgrootte (aantal mazen per cm2). Deze cijfers stijgen, naarmate de korrels fijner worden.

Het geschuurde oppervlak is effen (zonder zaagspoor, zie afbeelding 9), met fijne (zichtbare tot weinig merkbare) cirkelvormige streepjes, zonder bepaalde richting (max. 0,2 mm diep, afhankelijk van de korrelgrootte van het gebruikte schuurmiddel of schuurplateau).

De diverse stadia van deze afwerkingen maken een breed gamma van nuances aan het oppervlak mogelijk.

Synoniem voor geschuurd : geslepen.

Afb. 9 Belgische blauwe hardsteen, geschuurd.
Algemeen zicht Detail
Algemeen zicht Detail

(1) Federation of European Producers of Abrasives.

3.2.1.3 Gezoet (Frans : adouci)

Het verzoeten gebeurt onder besproeiing met water en wordt uitgevoerd met behulp van reeksen schuurkoppen (aan de lopende band) als het gaat om platen die naderhand op maat gezaagd worden. Anders wordt elk element afzonderlijk behandeld tot het gewenste resultaat bekomen is. Kleine oppervlakken, lijstwerken, bogen enz. worden manueel of met behulp van aangepaste mechanische schuurmachines verzoet.

Verzoeten geeft een relatief kleine en lichte weerspiegeling. Het oppervlak is effen, mat, zonder zichtbare groefjes.

3.2.1.4 Gepolijst (Frans : poli)

Vroeger werd een steen eerst gezoet, dan afgewerkt met behulp van tinas en loodkorreltjes of met oxaalzuur. Daarop volgde eventueel het in de was zetten van de verzoete vlakken, waarna pas het blinkend polijsteffect optrad. Thans worden nog slechts kleine oppervlakken met de hand gepolijst (met een vilten wrijflap of een dichte natgemaakte doek).

De polijstbaarheid van steen wordt voornamelijk bepaald door de polijstbaarheid van de aanwezige mineralen en door de textuur. Over het algemeen zijn harde mineralen het best polijstbaar. Een gangbare indeling van de polijstbaarheid van volgende in natuursteen voorkomende mineralen toont talrijke uitzonderingen aan :
  • goed polijstbaar : calciet, dolomiet, kwarts, aragoniet, nefelien, veldspaten, leuciet, olivijn
  • middelmatig polijstbaar : pyroxeen, amfibool, magnetiet, serpentijn, cordiëriet, chloriet
  • slecht of niet polijstbaar : mica's (biotiet, muscoviet, sericiet), limoniet, kleimineralen (kaoliniet), talk.
In de meeste gevallen worden platen machinaal gepolijst, waarna ze op maat worden gezaagd.

Elke gepolijste steen laat zijn textuureigenschappen bewonderen (zie afbeelding 10). De witte vlekken, aders, ... worden door het polijsten duidelijker gemaakt. Ook de aard en de structuur van de fossielen worden duidelijk zichtbaar (overblijfselen van crinoïden, schelpen van brachiopoden, koralen, ...). Het is bij het polijsten dat de tinten hun verschillende nuances aannemen. Bij een gepolijste steen worden de kleuren versterkt en krijgt de steen een weerkaatsend oppervlak met hoge glans. Hierbij worden eveneens meer dan bij andere afwerkingsvormen barsten en breuken blootgelegd. Deze afwerkingsvorm kan daarom niet bij alle steensoorten worden toegepast.

Polijsten geeft de steen een extra bescherming dankzij de bekomen vlakheid. Het geeft een zeer goed resultaat, vooral op harde steensoorten. Op zachtere stenen is het minder duurzaam, omdat het gepolijste oppervlakkige laagje vlugger afslijt. Hiervoor bestaan er echter wel beschermingsprocédés.

Slecht gepolierde platen zijn mat en vertonen polijstbanden (vooral zichtbaar bij donkere steen). Dit probleem doet zich eveneens voor bij grote platen (te lang voor de poliermachine).

Afb. 10 Belgische blauwe hardsteen, gepolijst.
Algemeen zicht Detail
Algemeen zicht Detail

3.2.2 Fijne afwerkingen

3.2.2.1 Ijsbloem (Frans : givré)

IJsbloemen is een mechanische bewerking van het steenoppervlak. Deze afwerking gebeurt door middel van vijf beitels (elk voorzien van 4 lamellen) die rond zichzelf draaien en tegelijkertijd ronddraaien op de plaat. Het bekomen ruwe oppervlak heeft het uitzicht van ijsbloemen.

3.2.2.2 Manuele oude frijnslag (Frans : taille ancienne manuelle)

De manuele oude frijnslag was vroeger een verfijningsbehouwing ('afhouwing' genoemd), die werd toegepast op stenen die reeds behandeld waren door de steenhouwer. Het gaat om een frijnen waarbij het aantal toegebrachte slagen niet streng bepaald is (± 20 à 30 slagen per dm). De aldus bekomen groeven zijn onderbroken en lopen evenwijdig of licht schuin met de kanten.

Synoniem : afhouwing

3.2.2.3 Mechanische oude frijnslag (Frans : taille ancienne méchanique)

Deze benaming gebruiken steenhouwers om een behouwing aan te duiden die uitgevoerd wordt met behulp van een luchtbeitel. Ze is weinig verwant met de manuele oude frijnslag en lijkt veel meer op een zeer fijn gebikte behouwing (zie afbeelding 11).

Afb. 11 Belgische blauwe hardsteen, mechanische oude frijnslag.
Algemeen zicht Detail
Algemeen zicht Detail

3.2.2.4 Manueel gefrijnd (Frans : ciselé manuel)

Dé traditionele behouwing bij uitstek. De stalen prismatische of cilindrische frijnbeitels hebben een plat snijdend uiteinde van wolfraamcarbide. De breedte van het snijdende deel varieert van 1 cm (frijnbeiteltjes) tot 5 of 8 cm (brede beitels) volgens de aard van het werk.

Het gefrijnde (geciseleerde) oppervlak vertoont talrijke groefjes (1 à 2 mm diep) met een wat schuin, asymmetrisch profiel. Tussen de groefjes ziet men fijne strepen van brute gebarsten steen.

Deze behouwing wordt uitgevoerd op een gezaagd vlak, desgevallend na bijbewerken met de slijpsteen. Aantal slagen : 10 à 30 per dm. De groefjes lopen meestal evenwijdig met een van de kanten, soms ook schuin.

Er bestaan talrijke uitsluitend manuele varianten (vooral bij restauratie- of versieringswerken) : o.a. de oude frijnslag, het visgraatslageffect en zeldzamer het frijnen in dambordvorm en de kathedraalslag.

3.2.2.5 Mechanisch gefrijnd (Frans : ciselé mécanique)

Een 'multifrees' met diamanttanden wordt loodrecht in contact gebracht met het gezaagde steenblad en geeft aan de mechanische frijnslag een eigen typisch plat profiel. De machine beweegt automatisch voorwaarts, zodat de groeven steeds evenwijdig zijn. Op die manier blijft ook de afstand tussen de groeven altijd onveranderd (10 à 28 groeven per dm, standaard : 15 of 20 groeven per dm).

Soms kan deze oppervlaktebewerking een ongewenst effect hebben. Een schuine frijnslag bij een gevelbekleding kan bijvoorbeeld het druipwater langs de gevel een bepaalde richting geven en in dat patroon verwerings- en vervuilingssporen veroorzaken.

3.2.2.6 Gebikt (Frans : sbattu)

De manueel verkregen behouwing gebeurt met de puntbeitel op een gezaagd of gekloofd vlak (zie § 3.2.3.7).

Het mechanisch bikken wordt uitsluitend uitgevoerd op grote, gezaagde oppervlakken door middel van een werktuig voorzien van 1 tot 4 tanden of bladen van wolfraamcarbide. Dit werktuig wordt gemonteerd op een mechanische hamer waarvan de werkingskracht kan variëren. Het op maat zagen van de afgewerkte producten gebeurt pas na het behouwen.

Afb. 12 Belgische blauwe hardsteen, manueel gebikt.
Algemeen zicht Detail
Algemeen zicht Detail

Het aspect van de gebikte steen kan als volgt worden beschreven (zie afbeelding 12) : talrijke korte, geïsoleerde, min of meer evenwijdige spoortjes (1 tot 5 mm breed, 5 tot 25 mm lang, 2 tot 7 mm diep), schuin of evenwijdig met de randen (± 45° à 60°), gescheiden door uitgesproken breuksporen. Afhankelijk van het aantal slagen (tussenafstand : 5 tot 20 mm bij manuele behouwing en 1,5 tot 7 mm voor mechanische behouwing) wordt een oppervlak grof of fijn gebikt.

Het aspect van het manueel gebikte oppervlak is ruwer en het aantal slagen is kleiner en onregelmatig. Het mechanisch fijn gebikt oppervlak lijkt nogal veel (qua uitvoering en aspect) op de mechanische oude frijnslag.

Synoniem voor gebikt : smillé.
Variëteiten : grof gebikt, fijn gebikt.

3.2.2.7 Manueel gehamerd of gebouchardeerd (Frans : bouchardé manuel)

Manueel gebouchardeerd wordt verkregen met behulp van de bouchardeer- of tandhamer. Deze hamer is voorzien van één of twee stalen verwisselbare kopvlakken ('plaatjes'). Elk kopvlak is bezet met piramidale, in dambord opgestelde punten ('diamantpunten').

De bouchardeerhamer wist letterlijk alle sporen uit van de vorige bewerkingen (bv. zaagsporen). De verticaal toegebrachte slagen doen vierkanten ontstaan, die elkaar lichtjes overlappen en min of meer bepaalde lijnen volgen.
Deze lijnen lopen ongeveer gelijk met de randen, of buigen licht af. De afstand tussen de talrijke putjes (1 à 3 mm breed en diep) hangt af van het aantal tanden van de hamer. Een onderscheid wordt gemaakt tussen manueel grof gebouchardeerd (16 à 36 tanden) en fijn gebouchardeerd (49 à 64 tanden). Er bestaan ook bouchardeerhamers met 100 en met 400 tanden. Deze gebruikt men vooral voor zachtere gesteenten.

Synoniem : met de hand gepunthamerd.
Variëteiten : grof of fijn gehamerd.

3.2.2.8 Mechanisch gehamerd of gebouchardeerd (Frans: bouchardé mécanique)

Bij het mechanisch boucharderen gebruikt men een luchtdrukhamer of een hydraulische hamer voorzien van een bouchardeerkop. Het werk gaat ononderbroken door, en grote gezaagde vlakken worden behandeld. Pas daarna worden de stenen tot de gewenste maat herleid. Aldus kan men aan de afgewerkte stukken merken of het bouchardeerwerk vóór het zagen of na het zagen is uitgevoerd.

Het uitzicht van het bewerkte vlak (zie afbeelding 13) varieert met de grootte van de hamer (meestal 3,5 x 3,5 cm), het aantal punten op de hamer (8 en 16 voor grof en 25 voor fijn gebouchardeerd) en de kracht van de slagen. De afstand tussen de talrijke putjes (1 à 3 mm breed en diep) hangt af van de tussenafstand der tanden. De sporen worden regelmatig verspreid over het hele vlak.

Synoniem : mechanisch gepunthamerd.
Variëteiten : grof of fijn gebouchardeerd.

Afb. 13 Belgische blauwe hardsteen, mechanisch gehamerd. Links : fijn gehamerd; rechts : grof gehamerd.
Algemeen zicht Algemeen zicht
Algemeen zicht Algemeen zicht
Detail Detail
Detail Detail

3.2.3 Ruwe afwerkingen

3.2.3.1 Gepiketteerd (Frans : piqueté)

Bij een gepiketteerde afwerking wordt mechanisch gebouchardeerd met behulp van een cirkelvormige plaat. Deze bewerking wordt enkel uitgevoerd op grote gezaagde oppervlakken (platen). Het resultaat van deze behandeling is een perfect antislipoppervlak, door het feit dat de uitstekende delen puntig zijn. Bij een gebouchardeerde afwerking zijn deze daarentegen afgerond.

3.2.3.2 Manueel geribd (Frans : strié)

Deze behouwing wordt manueel uitgevoerd met een puntbeitel (of een pin) op een meestal gekloofd vlak (zie § 3.2.3.7).

Het bewerkte vlak vertoont ononderbroken, tamelijk evenwijdige groeven (1 tot 5 mm breed, 2 tot 7 mm diep), met tussenafstanden van 15 tot 30 mm, schuin ten opzichte van de randen (± 45° à 60°). Tussen de groeven ziet men duidelijke schilfers.

Het Franse broché staat voor een zeer grof geribde manuele uitvoering, waarbij de groeven (5 à 10 mm breed, 15 à 20 mm diep, met tussenafstanden van 4 à 8 cm) gemaakt worden met een houweel.

In ruitvorm geribd wordt verkregen door twee geribde behouwingen min of meer verticaal op elkaar uit te voeren.

Synoniemen : met de pin gehouwen, gegroefd.
Variëteiten : in ruitvorm gegroefd, in vierkant opgesteld.

3.2.3.3 Sclypé (Frans : sclypé)

Sclypé wordt enkel machinaal uitgevoerd met een mechanische grendel (vaste frees), rechtstreeks op grote gezaagde vlakken die nadien op maat worden herleid.

Een sclypé-oppervlak heeft fijne, gelijklopende groefjes in V-vorm (1 à 5 mm diep). Tussen de groefjes (10 à 20 per dm) vertoont het materiaal ruwe schilfers (zie afbeelding 14). Bepaalde producenten bieden standaard 12 groefjes per dm aan.

Synoniemen voor sclypé : mechanisch gegroefd, met de grendel behouwen.

Afb. 14 Belgische blauwe hardsteen, sclypé.
Algemeen zicht Detail
Algemeen zicht Detail

3.2.3.4 Gezandstraald (Frans : sablé)

Het zandstralen (verstuiven van zand onder druk) brengt vooral op minder harde steensoorten snel een ruw effect teweeg.

3.2.3.5 Gegradeerd (Frans : gradiné)

Het stalen gradeerijzer is een kamvormige beitel, waarbij noch de lengte der snijtanden noch de breedte vaststaan.

Deze traditionele manuele behouwing was een nogal ongewone verfijningsbehouwing in België die een fijnere behouwing voorafging. Thans wordt ze bijna steeds machinaal toegepast (met de frees op grote gezaagde en daarna op maat herleide vlakken).

Als uitzicht (afbeelding 15) zien we talrijke fijne evenwijdige groeven of ribbetjes in U-vorm (3 à 7 mm breed, ± 3 mm diep), met een tussenafstand die varieert volgens het gereedschap :
  • manueel gegradeerd (zeldzaam) : ongeveer 10 strepen per dm
  • mechanisch gegradeerd : 8, 10, 12 of 15 strepen per dm
  • standaard : meestal 10 of 12 strepen per dm.

Afb. 15 Belgische blauwe hardsteen, gegradeerd.
Algemeen zicht Detail
Algemeen zicht Detail

3.2.3.6 Gevlamd (Frans : flammé)

Dit is een afwerking waarbij men vlammen in contact brengt met een plaat gezaagde steen. Deze afwerking gebeurt vooraleer het afgewerkte product zijn definitieve afmetingen krijgt. Het 'vlammen' wordt slechts toegepast op grote vlakken. Zichtbare en bedekte zijkanten kunnen onmogelijk gevlamd worden.

De vlammen laat men schuin (± 45°) en automatisch het hele oppervlak van de plaat bereiken. De thermische schok veroorzaakt het openbarsten van de oppervlakkige korrels, wat de specifieke textuur teweegbrengt (zie afbeelding 16). Deze bewerking wordt vooral op harde natuursteen toegepast.


Afb. 16 Pepperino Dark van China, gevlamd (Chinese graniet grijs G654).
Algemeen zicht Detail
Algemeen zicht Detail

3.2.3.7 Gekloofd (Frans : éclaté of clivé)

Deze bewerking kan zowel manueel als mechanisch gebeuren. Bij het kloven verkrijgt men breuksteen.

Mechanisch kloven (klieven) gebeurt met de splijtmachine. Dit is een hydraulische pers, uitgerust met een mes dat vooraf gezaagde steenkubussen in tweeën splijt. Hiermee worden goedkope steenplaten verkregen van 5 tot 20 cm dikte. Het aldus bekomen splijtvlak noemt men gekloofd.

Manueel kloven gebeurt met platte kielen ('brichauts'). Door het kloven wordt het oorspronkelijke aspect van de steen zichtbaar : grote schilfers, holten en bulten van allerlei vorm en onregelmatig verspreid.

Synoniemen voor gekloofd : ruw gekloofd, ruw gekloven.
Variëteit : korsten.

Afb. 17 Cudappah kalksteen, gekloofd.
Afb. 17 Cudappah kalksteen, gekloofd.

3.2.4 Andere afwerkingen

3.2.4.1 Polymeriseren (Frans : polymérisation)

Bij deze techniek wordt door middel van een spuitpistool een laag polyester op marmer aangebracht (niet toegepast bij graniet), zodat deze beter bestand is tegen zuren en vuil.

3.2.4.2 Scheikundig behandelen (Frans : traitement chimique)

Platen kunnen met een zuur worden behandeld. Daardoor bekomen bepaalde steensoorten oppervlakkig decoratieve effecten. Doorgaans wordt een dergelijke behandeling enkel toegepast voor binnenwerk.

3.2.4.3 Kunstmatig verouderde oppervlakken (Frans : surfaces vieillies artificiellement)

Deze 'verouderde' afwerkingen komen tot stand door middel van een combinatie van mechanische procédés (schokken, afschuren, …).

Gepatineerd op oude wijze : veroudering door het schuren van de tegels tegen elkaar, met of zonder schuurmiddel. Nadien kan het oppervlak van de tegels soms nog afgeborsteld of gezoet worden of behandeld met zuur.