3. Behouwing en afwerking van natuursteen

3.1 Inleiding

Het verwerken van ruwe blokken natuursteen tot bouwelementen kan beschouwd worden als een veredeling van het materiaal. De bewerkingen hiertoe kan men technologisch indelen in :
  • vormbewerkingen met zaag- en kloofmachine
  • oppervlaktebewerkingen.
Dit hoofdstuk behandelt meer in detail de oppervlaktebewerkingen. Deze kunnen in twee subgroepen onderverdeeld worden, de behouwingen en de afwerkingen. De kunst van het verschillend behouwen, waardoor mooi gestructureerde vlakken bekomen worden, is gegroeid uit de eeuwenoude vakkennis van de steenhouwers. De bewerkingen voor de diverse afwerkingen van het oppervlak, waarbij een gamma van effen, matte en blinkende oppervlakken bekomen wordt, zijn eerder het resultaat van de lange traditie der marmerbewerkers [Cnudde C., Harotin J.J. & Majot J.P.].

Er bestaan verschillende behouwingen en afwerkingen voor natuursteen. Tabel 9 somt de belangrijkste ervan op voor Belgische blauwe hardsteen.

Tabel 9 Courante behouwingen en afwerkingen voor Belgische blauwe hardsteen.
Effen afwerking Fijne behouwing Ruwe behouwing
Gezaagd
Geslepten-geschuurd

Gezoet
Gepolijst
IJsbloem
Oude frijnslag
Gefrijnd met 20 groeven (of meer)
Fijn gebikt
Fijn gehamerd of fijn gebouchadeerd
Begrind
Gepiketteerd
Afgeschilferd
Gefrijnd met 15 groeven
Grof gebikt
Grof gehamerd of grof gebouchadeerd
Gegradeerd
Sclypé
Gevlamd
Manueel geribd

De keuze van een oppervlaktebewerking hangt sterk af van de aard van het materiaal en van zijn toekomstig gebruik. Zo kunnen sommige afwerkingen niet worden uitgevoerd op graniet (bv. fijn gefrijnd) en andere niet op bepaalde marmerachtige kalkstenen (bv. gepolijst). Deze laatste kunnen immers gemakkelijk gepolijst worden in tegenstelling tot niet-marmerachtige kalkstenen. Tabel 10 die ontleend werd aan TV 213, toont een classificatie van de polijstbaarheid van verschillende soorten natuursteen.

Tabel 10 Classificatie van de polijstbaarheid van verschillende soorten natuursteen.
I Spiegelglans Kalksteen uit oudere lagen zonder lithoclasten noch bioclasten, en zonder stylolieten noch aders
II Zeer goede glans Andere oude kalksteensoorten,fijnkorrelig marmer, onyx
III Goede glans Kalksteen, grofkorrelig marmer, niet-verweerde plutonische gesteenten, gneis
IV Glans (met suturen of mattere zones) Kleihoudende of stylolithische kalksteen, dolomietsteen, serpentiniet, oficalciet, verweerde plutonische gesteenten, de meeste vulkanische gesteenten, de meeste polijstbare schisten
V Geringe glans Enkele zoetwaterkalkstenen, kalkzandsteen, fijn poreuze vulkanische gesteenten, compacte zandsteen, alabaster
VI Bijna geen glans (enkel fijn geslepen) Fijn poreuze vulkanische gesteenten, weinig compacte, jonge kalksteen, de meeste zandsteensoorten, enkele kwartsieten, mica- of kleihoudende schisten