EPB - Actieve koelsystemen

Verschenen : februari 2011

In het kader van de regelgeving inzake energieprestaties en binnenklimaat van gebouwen (EPB) wordt een niveau van het primaire energieverbruik berekend : het E- of Ew–peil (1). Naast de verwarming kan ook een actief koelsysteem veel energie verbruiken, met een belangrijke invloed op het E–peil tot gevolg. In de EPB-berekening moet dus ook rekening worden gehouden met de koeling.
(1) Om het document niet onnodig te belasten, spreken we verder eenvoudig overE–peil.

Principe
EPB-regelgeving
De rol van de ontwerper en de uitvoerende aannemer
Specifieke eisen in Brussel
Literatuurlijst
Opmerking

1. Principe

Onder actief koelsysteem moet elk systeem worden verstaan dat energie gebruikt om koude af te geven aan een gebouw. De meeste van die systemen werken op elektriciteit.

Alvorens over te gaan tot de installatie van een actief koelsysteem moet eerst worden getracht alles te halen uit de toepassing van passieve koeltechnieken om energie te besparen en het E–peil te doen dalen. Men kan bijvoorbeeld zonneweringen voor en rond de vensters of beglazing plaatsen (vaste oversteken, zonneblinden, zonnetenten, …) om de zonnewarmte tegen te houden. Ook een oordeelkundige dimensionering en oriëntatie van de vensters is mogelijk. Een intensieve nachtventilatie (natuurlijk of mechanisch) kan eveneens een positief effect hebben. Door een correcte benutting van de massa van het gebouw zelf kan koele lucht worden binnengehouden. De beheersing van interne winsten, zoals de warmte die door de verlichting of andere apparaten wordt geproduceerd, is nog een andere strategie om het gebruik van klimaatregeling te vermijden.

In correct ontworpen woningen zou men het bijna altijd zonder actieve koeling moeten kunnen stellen (2). In niet-residentiële gebouwen echter is actieve koeling soms onvermijdelijk. Daarom past de EPB-regelgeving een verschillende benadering toe naargelang van de bestemming van het gebouw.


(2) Zie de Infofiche 'Oververhitting in residentiële gebouwen' (nog te verschijnen) voor meer informatie.

Afb. 1 Principe van actieve koeling in een gebouw.
Afb. 1 Principe van actieve koeling in een gebouw.

Top

2. EPB-regelgeving

2.1. Actieve koeling in residentiële gebouwen

In de EPB-regelgeving wordt de koudevraag (of de af te voeren warmte) berekend. Deze koudevraag zal hoofdzakelijk afhangen van het type, het aandeel en de oriëntatie van de beglaasde oppervlakken, de gebruikte zonneweringen (met inbegrip van selectieve beglazing), en ook van de isolatie en de effectieve thermische massa van het gebouw. Als de zogenoemde oververhittingindicator de maximaal toegelaten waarde overschrijdt, moet het bouwkundig ontwerp worden aangepast.

Indien al tijdens de bouw een koelinstallatie aanwezig is, wordt de koudevraag volledig ingerekend bij de bepaling van het E–peil waarbij met een forfaitaire energie-efficiëntieverhouding (EERtest) van 2,5 wordt gerekend. Hierdoor dient er geen enkele beschrijving van de installatie te worden opgegeven. Voor een klassieke woning kan het plaatsen van een actief koelsysteem een grote negatieve invloed (van 5 tot 10 punten) hebben op het E–peil.

Als er eveneens voldaan is aan de eis met betrekking tot het risico op oververhitting, is er nog geen absolute garantie dat er achteraf geen oververhittingsproblemen zullen optreden. Indien er bij de bouw geen koelinstallatie aanwezig is, kunnen er achteraf toch oververhittingsproblemen optreden en is de kans groot dat er later nog een installatie voor actieve koeling wordt geplaatst met het bijbehorende energieverbruik. Om tijdens het ontwerp en de bouw met de invloed van dit energieverbruik op de energieprestaties van het gebouw rekening te kunnen houden, wordt het begrip fictieve koeling ingevoerd. Hierbij wordt er rekening gehouden met de waarschijnlijkheid dat er achteraf alsnog actieve koeling wordt geplaatst: hoe groter de koelbehoeften, hoe groter de kans op het plaatsen van een koelinstallatie. Wanneer – voor zeer lage koelbehoeften – de waarschijnlijkheid gelijk is aan nul wordt er geen energieverbruik voor koeling ingerekend. Bij een waarschijnlijkheid tussen 0 en 1 wordt er een (fictief) energieverbruik berekend alsof er een koelsysteem aanwezig zou zijn (hoewel er in werkelijkheid geen staat). Deze (fictieve) koelsystemen hebben een forfaitaire EERtest van 2,5.

Aangezien er voor een koelinstallatie elektriciteit wordt gebruikt, wordt de primaire energie die in de elektriciteitscentrale wordt verbruikt, ook in rekening gebracht.

2.2. Actieve koeling in niet-residentiële gebouwen

2.2.1. Beschrijving van het systeem

In tegenstelling tot residentiële gebouwen vereist de EPB-berekening van een niet-residentieel gebouw een beschrijving van het gekozen koelsysteem. De volgende technische parameters moeten verstrekt worden:
  • het systeemtype: centraal of decentraal (lokaal)

    • de vloeistof die de koude transporteert (indien het een centraal systeem is): water, lucht of een combinatie van beide

  • het al dan niet aanwezig zijn van een regeling per ruimte voor koeling en verwarming

  • het productierendement van de koudegenerator.
Voor compressiekoelmachines, het meest voorkomende geval, moet de energie-efficiëntieverhouding (EERtest) worden opgegeven, bepaald volgens de norm NBN EN 14511–2 [1] in de 'standard rating conditions'.

We nemen een voorbeeld: een kantoorgebouw heeft een E96 zonder actieve koeling. Met een centraal systeem dat de koude via de lucht transporteert, door middel van een compressiekoelmachine (EERtest = 3), en met een regeling per ruimte, stijgt het peil naar E110.

2.2.2. Bijzondere systemen

De EPB-regelgeving behandelt ook minder conventionele koelsystemen zoals:
  • absorptiemachines die een warmtebron gebruiken om koude te produceren

  • systemen die gebruik maken van geaccumuleerde koude in de vorm van een reservoir. Het gaat doorgaans over systemen die koude in de winter opslaan in de grond en ze in de zomer recupereren eventueel met behulp van een warmtepomp.
Afb. 2 Accumulatie van koude in de grond.
Afb. 2 Accumulatie van koude in de grond.

Het rendement voor de absorptiekoelmachines moet worden verstrekt bij een externe levering van warmte. Machines waarvan de warmte afkomstig is van een warmtekrachtkoppeling krijgen forfaitaire waarden volgens het elektrische vermogen opgewekt door de installatie.

Voor het gebruik van geaccumuleerde koude stelt de EPB forfaitaire waarden voor naargelang of er al dan niet een warmtepomp aanwezig is.

De situatie zonder warmtepomp wordt in de EPB-tekst beschreven als 'koudeaccumulatie', de situatie met warmtepomp als 'warmtepomp in zomerregime' (in combinatie met koudeaccumulatie).

Top

3. De rol van de ontwerper en de uitvoerende aannemer

In Infofiche 48.1 vindt u een algemeen overzicht van de taken van elke partij in het bouwproces, voor zover ze betrekking hebben op de EPB-regelgeving. Zoals blijkt uit het voorgaande, hebben de verschillende aspecten van een koelsysteem een invloed op het E–peil. Het is dus belangrijk dat de ontwerper deze punten duidelijk in het bestek beschrijft.
Hieronder vindt u meer specifieke taken met betrekking tot deze Infofiche.

De taken van de ontwerper bestaan normaal gesproken uit:
  • alle mogelijke maatregelen nemen om de koellast te beperken

  • een koelsysteem kiezen naargelang de omstandigheden

  • het type van sommige te installeren componenten bepalen of de aannemer op de hoogte brengen van de voorschriften, eventueel in termen van prestaties.
De taken van de uitvoerende aannemer bestaan normaal gesproken uit:
  • voldoen aan de voorschriften van het bijzondere bestek en de plannen, evenals aan andere eventuele eisen bepaald door de ontwerper

  • een eventuele alternatieve oplossing voorstellen, waarmee het mogelijk is te beantwoorden aan de minimale energetische prestaties die door de ontwerper worden vooropgesteld en het alternatief ter goedkeuring voorleggen aan de opdrachtgever, de ontwerper en aan de verantwoordelijke voor de EPB-berekening

  • het op de hoogte brengen van de andere partijen van de grenzen van zijn opdracht en in voorkomend geval bepaalde componenten leveren die door andere aannemers geïnstalleerd moeten worden.
In een residentieel gebouw houdt de EPB rekening met een forfaitaire berekening en niet met de technische specificaties van het reële geplaatste systeem. De aannemer moet geen technische informatie over het koelsysteem verstrekken. In een niet-residentieel gebouw zal de aannemer de systeemparameters doorgeven zoals aangegeven in § 2.2.1.

Top

4. Specifieke eisen in Brussel

De wettekst van de EPB in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevat een bijkomende bijlage 'Bijlage VIII: Eisen betreffende de technische installaties' [2], die niet bestaat in de twee andere Gewesten.

Er staan verschillende eisen in beschreven die betrekking hebben op de actieve koelsystemen. Het gaat onder meer over:
  • de isolatie van de buizen voor het water- of luchttransport van de systemen

  • de installatie van scheidingsinrichtingen aan de in- en uitgang van specifieke zones

  • de eventuele installatie van elektriciteitstellers en tellers voor koelenergie, volgens het vermogen van de koelmachines.
Meer informatie over het EPB-besluit in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vindt u in de volgende documenten:
  • het besluit van de Brussels Hoofdstedelijke Gewestregering van 21 december 2007 tot vaststelling van de eisen op het vlak van energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen. Bijlage VIII [2]

  • het WTCB-artikel over de thermische isolatie van leidingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest [3].
Top

Literatuurlijst

1. Bureau voor Normalisatie
NBN EN 14511–12 Luchtbehandelingsapparatuur, koeleenheden met vloeistof en warmtepompen met elektrisch aangedreven compressoren voor ruimteverwarming en –koeling. Deel 2 : beproevingsomstandigheden. Brussel, NBN, 2008.

2. Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen. Brussel, Belgisch Staatsblad, 5 februari 2008.

3. Schietecat J., De Cuyper K. en Delmotte C.
Thermische isolatie van leidingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Brussel, WTCB, WTCB-Dossiers, nr. 4, Katern 8, 2008.

Top

Opmerking

De Infofiches 'EPB & Bouwberoepen' werden met de grootste zorg opgesteld. Het WTCB kan echter niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade die door gebruik van deze informatie zou zijn veroorzaakt. Alleen de Gewesten zijn bevoegd om zich uit te spreken over de interpretatie van de regelgevingen.


Departement 'Akoestiek, Energie en Klimaat', WTCB