EPB - Installaties en systemen: algemene principes

Verschenen : februari 2011

Bij de E of Ew (1)-peilberekening wordt het primaire energieverbruik voor de verwarming en de koeling van gebouwen en andere nutsvoorzieningen bepaald. Het basisidee van de berekeningsmethode is gelijkaardig voor woongebouwen en utiliteitsgebouwen, de concrete uitwerking kan verschillen. In deze Infofiche worden de basisprincipes voor de berekening van de verwarmingsbehoeften uitgelegd, de berekening voor warm tapwater is zeer gelijkaardig. Deze Infofiche geeft u ook een overzicht van de beschikbare Infofiches in deze EPB-reeks.
EPB-regelgeving
Overzicht van de beschikbare Infofiches
De rol van de ontwerper en de uitvoerende aannemer
Literatuurlijst
Opmerking


(1) Om het document niet onnodig te belasten, spreken we verder eenvoudig over E-peil.

1. EPB-regelgeving

De berekening van de energiebehoefte voor de verwarming in de EBP-regelgeving gebeurt in verschillende stappen, waarin telkens bepaalde parameters een rol spelen:
  1. eerst wordt de netto energiebehoefte voor de verwarming bepaald. Dat is de hoeveelheid warmte die door de warmteafgiftelichamen moet worden afgegeven om een bepaalde binnentemperatuur te bereiken en in stand te houden. Deze behoefte wordt bepaald op basis van de warmteverliezen door transmissie en ventilatie en de warmtewinst door bezonning en het gebruik van het gebouw. Ook de thermische capaciteit van het gebouw heeft een invloed op de netto energiebehoefte.

  2. in een tweede stap wordt de netto energiebehoefte omgezet in de bruto energiebehoefte. Dat is de hoeveelheid warmte die door de warmteopwekker (cv-ketel, warmtepomp, …) wordt afgegeven aan het warmteafgiftesysteem. Het verschil tussen de netto en bruto energiebehoefte is een gevolg van de verliezen in het verdeel, afgifte- en opslagsysteem, en wordt uitgedrukt door het systeemrendement. Verdere uitleg hierover wordt gegeven in de Infofiche 48.2.

  3. vervolgens wordt het eindenergieverbruik voor de verwarming bepaald. Dit is de hoeveelheid energie die via de warmteopwekker in het gebouw binnenkomt door verbranding van de brandstof. Het verschil tussen de bruto energiebehoefte en het eindenergieverbruik is een gevolg van de mantel- en schoorsteenverliezen van de warmteopwekker en door de verliezen bij de verbranding van de brandstof. Dit verschil wordt uitgedrukt door het opwekkingsrendement. Verder wordt bij de bepaling van het eindenergieverbruik ook rekening gehouden met de bijdrage van een thermisch zonnesysteem, indien dit gekoppeld is aan de verwarmingsinstallatie.

    Het opwekkingsrendement wordt voor niet-condenserende en condenserende waterketels toegelicht in de Infofiche 48.3. Warmtepompen worden behandeld in de Infofiche 48.4 en decentrale verwarming wordt behandeld in Infofiche 48.5.

  4. ten slotte wordt het karakteristieke primaire energieverbruik voor de verwarming bepaald. Het eindenergieverbruik wordt daarbij omgezet naar primaire energie rekening houdend met de verliezen bij de productie, het transport en de omzetting van de brandstof. Het eindenergieverbruik in de vorm van elektriciteit zal met een bepaalde factor vermenigvuldigd moeten worden, omdat de omzetting van de gebruikte energiebron (bv. steenkool, aardgas, stookolie of uranium) in elektriciteit gepaard gaat met rendementsverlies in de elektriciteitscentrales.
Op de onderstaande afbeelding wordt de rekenmethode schematisch voorgesteld.

Afb. 1 Schematische voorstelling van de rekenmethode.
Afb. 1 Schematische voorstelling van de rekenmethode.

De berekening voor warm tapwater verloopt zeer gelijkaardig. Ook andere toepassingen voor verwarming en koeling in gebouwen, zoals het gebruik van thermische of fotovoltaïsche zonne-energie, gedecentraliseerde verwarming, actieve koeling, alsook verlichting komen aan bod in deze reeks Infofiches.

Top

2. Overzicht van de beschikbare Infofiches

Tabel 1 Overzicht van de beschikbare Infofiches.
Infofiche Onderwerp Residentieel Niet-residentieel
48.1 Installaties en systemen: algemene principes Algemeen geldend
48.2 Verwarming: distributie, afgifte, opslag en regeling Residentieel Niet-residentieel
48.3 Centrale verwarmingsketels Algemeen geldend
48.4 Verwarming met warmtepompen Algemeen geldend
48.5 Decentrale verwarming: plaatselijke verwarming voor residentiële toepassingen Residentieel zie literatuurlijst
48.6 Warm tapwaterproductie Alleen residentieel Niet van toepassing
48.7 Fotovoltaïsche systemen Algemeen geldend
48.8 Actieve koelsystemen Algemeen geldend
48.9 Verlichting in tertiaire gebouwen Niet van toepassing Alleen niet-residentieel

Top

3. De rol van de ontwerper en de uitvoerende aannemer

De energieprestatieregelgeving vereist een optimale uitwisseling van informatie tussen alle bouwpartners. Afhankelijk van hun respectievelijke opdrachten, stellen we hier enkele richtlijnen voor.

De taken van de ontwerper bestaan normaal gesproken uit:
  • het rekening houden met de EPB-eisen bij het ontwerp van het gebouw en het opstellen van de bestekken

  • een globaal overzicht behouden over het gehele project en de coördinatie van de verwarmings- en installatiewerken verzekeren

  • een verwarmingsysteem kiezen naargelang van de omstandigheden

  • de verwarmingsinstallatie en de componenten ervan uitwerken en dimensioneren, in het bijzonder:

    • de ontwerptemperatuur per lokaal
    • de plaats, het type en het aantal van de warmteafgifte-elementen


  • elke aannemer op de hoogte brengen van:

    • de te installeren componenten: type, aantal en gewenste prestaties
    • hun plaats op het plan
    • de eisen die aan deze componenten gesteld worden, of in voorkomend geval het gekozen model
    • de eventuele bijkomende eisen

  • het nagaan of een door de aannemer voorgestelde alternatieve oplossing in overeenstemming is met de regelgeving

  • de kwaliteit van de uitvoering controleren en nagaan of de realisatie beantwoordt aan de voorschriften en/of aan de contractuele bepalingen.
De taken van de uitvoerende aannemer bestaan normaal gesproken uit:
  • het voldoen aan de voorschriften van het bijzondere bestek, onder andere door componenten te verwerken die hiermee in overeenstemming zijn

  • het zorgen voor een correcte verwerking (zie Infofiches 48.1 tot 48.9)

  • het eventueel voorstellen van een eigen alternatieve oplossing, waarmee het mogelijk is te beantwoorden aan de minimale energetische prestaties die door de ontwerper worden vooropgesteld, ter goedkeuring voorleggen aan de opdrachtgever, de ontwerper evenals aan de verantwoordelijke voor de EPB-berekening

  • het er zich van vergewissen dat de elementen (bv. schouwen, …) die hij niet zelf installeert wel degelijk voorhanden zijn en dat ze de werking van het systeem niet zullen hinderen

  • de installatie in bedrijf nemen en afstellen, en de gebruiker over de werking en het onderhoud van het systeem informeren

  • de gegevens betreffende de verwerkte componenten of de afgewerkte installatie verstrekken aan de verantwoordelijke voor de EPB-berekening.
Top

Literatuurlijst

Voor meer details over de EPB kunnen de gewestelijke regelgevingen geraadpleegd worden (zie hieronder).

Meer informatie over de ventilatienormen vindt u op de website van de Normen-Antennes op www.normen.be.

Momenteel werken de drie Gewesten samen aan een databank van producten die aan de EPB-eisen voldoen (zie www.epbd.be).

1. Delmotte C.
De energieprestatieregelgevingen voor gebouwen : nieuwe ontwikkelingen in Brussel en Wallonië. Brussel, WTCB, WTCB-dossiers, nr. 2, Katern 18, 2010.

2. Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
Besluit van de Vlaamse Regering van 11 maart 2005 tot vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen. Brussel, Belgisch Staatsblad van 17 juni 2005.

3. Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 december 2007 tot vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen. Brussel, Belgisch Staatsblad van 5 februari 2008.

4. Ministerie van het Waalse Gewest

Besluit van de Waalse Regering van 17 april 2008 tot vaststelling van de berekeningsmethode en de eisen, de goedkeuringen en de sancties op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen. Brussel, Belgisch Staatsblad van 30 juli 2008.

5. Vlaamse overheid
Besluit van de Vlaamse Regering van 20 maart 2009 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 maart 2005 tot vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen. Brussel, Belgisch Staatsblad van 6 juli 2009.

6. Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf

Condensatieketels. Brussel, WTCB, Technische Voorlichting nr. 235, september 2008.

7. Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf
Ontwerp van centrale verwarmingsinstallaties met water. Brussel, WTCB- Rapport, nr 1 , 1992.

Top

Opmerking

De Infofiches 'EPB & Bouwberoepen' werden met de grootste zorg opgesteld. Het WTCB kan echter niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade die door gebruik van deze informatie zou zijn veroorzaakt. Alleen de Gewesten zijn bevoegd om zich uit te spreken over de interpretatie van de regelgevingen.


Departement 'Akoestiek, Energie en Klimaat', WTCB