Informatie en ondersteuning

Onderzoek, ontwikkeling en innovatie

Ventilatie van gebouwen – Inleidende Infofiche: basisprincipes en rol van de actoren

Verschenen : februari 2010
De regelgeving op de energieprestaties van gebouwen (EPB) betreft ook de ventilatie. Deze Infofiche behandelt een aantal thema's met betrekking tot ventilatie, beschrijft de basisprincipes ervan in de EPB en verheldert vervolgens de rol van de verschillende actoren bij de installatie van een ventilatiesysteem. Ze is dus bestemd voor de ontwerpers, de EPB-verantwoordelijken en alle betrokken aannemers: de aannemers belast met de ruwbouw, de dakwerken of de binnenafwerking, de schrijnwerkers, de installateurs van het ventilatiesysteem, … Ze worden stuk voor stuk verwezen naar de verschillende Infofiches van deze reeks over ventilatie die voornamelijk voor hen van belang zijn.
Inleiding
Eisen van de EPB-regelgeving op het vlak van ventilatie
Basisprincipes van ventilatie
Rol van de aannemers en de ontwerper
Samengevat
Literatuurlijst
Opmerking

1. Inleiding

Voor ons comfort en onze gezondheid is het noodzakelijk onze gebouwen goed te ventileren om een voldoende luchtkwaliteit te garanderen. Ventilatie houdt meer in dan de aanvoer van levensnoodzakelijke zuurstof. Het doel is vooral de afvoer van interne polluenten die worden afgegeven door de menselijke activiteiten en ons metabolisme (vochtigheid, geuren, …), of door bepaalde materialen. Het gaat er vooral om vochtschade aan het gebouw en voor onze gezondheid schadelijke schimmelvorming te vermijden.

Het meest doeltreffende middel voor luchtverversing, zowel op het vlak van luchtkwaliteit als van energieverbruik, is ongetwijfeld de installatie van een ventilatiesysteem. De lucht moet op gecontroleerde wijze naar de juiste plaats gebracht worden: een voldoende debiet ter garantie van een goede luchtkwaliteit en een gecontroleerd debiet om op die manier het energieverbruik te beperken en het comfort in de winter te verzekeren. Infiltraties door onvolkomenheden in de gebouwschil, evenals het openen van de ramen door de bewoners zijn geen efficiënte middelen om deze dubbele doelstelling te halen.

Daarom omvat de EPB-regelgeving niet alleen de energieprestaties, maar ook het binnenklimaat van gebouwen. In die zin heeft ze betrekking op twee luiken tegelijkertijd:
  • enerzijds stimulansen om meer luchtdichte gebouwen op te trekken om zo ongecontroleerde en ongewenste infiltraties te beperken;
  • anderzijds eisen in verband met de installatie van een ventilatiesysteem en een minimale capaciteit in termen van luchtdebiet om zo een voldoende luchtkwaliteit te garanderen.
Ten slotte oefent het ventilatiesysteem zelf ook een invloed uit op de energieprestaties van gebouwen. In de winter draagt de toevoer van koudere buitenlucht bij aan warmteverlies door ventilatie. Net als warmteverlies door transmissie, moet dit door inbreng van warmte (via een verwarmingssysteem) gecompenseerd worden. In een zeer goed geïsoleerd gebouw liggen hoofdzakelijk deze ventilatieverliezen aan de basis van de energiebehoeften voor verwarming. Gelukkig bestaan er maatregelen om deze ventilatieverliezen te beperken, zoals verder in deze Infofiches uitgelegd wordt.

Tabel 1 Overzicht van de Infofiches van de reeks over ventilatie.
Infofiche 42.1   Inleidende Infofiche: basisprincipes van ventilatie en rol van de actoren
Infofiche 42.2   Ontwerp en dimensioneringseisen
Infofiche 42.3   Mogelijkheden tot verlaging van het E-peil
Infofiche 42.4   Natuurlijke toevoeropeningen
Infofiche 42.5   Natuurlijke afvoerkanalen en -openingen
Infofiche 42.6   Luchttoevoeropeningen en luchtafvoeropeningen (mechanische ventilatie)
Infofiche 42.7   Doorstroomopeningen
Infofiche 42.8   Mechanische ventilatie: ventielen, kanalen, ventilatoren en luchtgroepen
Infofiche 42.9   Oplevering, gebruik en onderhoud

Top

2. Eisen van de EPB-regelgeving op het vlak van ventilatie

In bepaalde nieuwe, zowel residentiële als niet-residentiële, gebouwen is de installatie van een ventilatiesysteem verplicht: woningen, kantoren, scholen, … Ook voor sommige renovatiewerken gelden bepaalde eisen. In het artikel 'De Energieprestatieregelgeving voor gebouwen : nieuwe ontwikkelingen in Brussel en Wallonië' van het WTCB [1] worden de eisen die in de drie gewesten van kracht zijn naargelang het soort gebouw en de aard van de geplande werken beschreven.

De ventilatie-eisen werden opgenomen in diverse delen van de EPB regelgeving, zoals in tabel 2. De termen tussen aanhalingtekens worden in deze reeks Infofiches gebruikt om op een eenvoudigere manier naar de regelgeving te kunnen verwijzen.

Tabel 2 Overzicht van de verschillende bijlagen van de gewesten en nomenclatuur in de Infofiches
Nomenclatuur zoals gebruikt in de Infofiches:
Overeenstemmende documenten in de verschillende gewesten:
  Waals Gewest Brussels Hoofdstedelijk Gewest Vlaams Gewest
“Bijlage EPW” (¹) Bijlage I van [4] Bijlage II van [3] Bijlage I van [2]
“Bijlage EPU” (²) Bijlage II van [4] Bijlage III van [3] Bijlage II van [2]
“Ventilatiebijlage residentieel” Bijlage V van [4] Bijlage VI van [3] Bijlage V van [2]
“Ventilatiebijlage niet residentieel” Bijlage VI van [4] Bijlage VII van [3] Bijlage VI van [2]
(¹) EPW: Energie Prestatie van Woongebouwen.
(²) EPU: Energie Prestatie van Utiliteitsgebouwen.

De EPB-regelgeving preciseert allereerst de basisprincipes van de ventilatie van gebouwen en bepaalt de toegelaten basisventilatiesystemen, zoals hierna beschreven.

Infofiche 42.2 bevat de eisen in verband met het ontwerp en de dimensionering van elk van deze systemen, met typerende kenmerken van residentiële en niet-residentiële gebouwen.

Bepaalde eisen betreffen specifiek bepaalde componenten die in het ventilatiesysteem worden gebruikt. Deze eisen zijn van rechtstreeks belang voor de aannemers die deze componenten moeten selecteren en installeren. Ze worden nader bepaald in de Infofiches 42.4, 42.5, 42.6, 42.7 en 42.8 over de verschillende ventilatiecomponenten.

De keuze van het ventilatiesysteem en zijn componenten kan een belangrijke invloed uitoefenen op het energieverbruik en de berekening van het E-peil(¹). Dit wordt specifiek behandeld in Infofiche 42.3. over de invloed van ventilatie op het E-peil.

(¹) De regelgeving in het Waalse Gewest hanteert een ander begrip dan de twee andere gewesten om het peil van primair energieverbruik aan te geven. In het Waalse Gewest spreekt men van 'niveau Ew' en in de twee andere gewesten van 'E-peil'. Omwille van de duidelijkheid gebruiken we in deze Infofiches de term 'E-peil'.

Top

3. Basisprincipes van ventilatie

Zowel voor residentiële als niet-residentiële gebouwen zijn de basisprincipes van ventilatie:
  • Buitenlucht aanvoeren in lokalen die over het algemeen langdurig door personen worden gebruikt en waar de vervuiling over het algemeen beperkt is.
  • De vervuilde lucht van de lokalen met aanzienlijke vervuiling naar buiten afvoeren.
  • In voorkomend geval de lucht van lokalen waarin verse lucht wordt aangevoerd, doorvoeren naar lokalen met een afvoersysteem via doorstroomopeningen in binnenmuren en –deuren en/of via doorstroomruimten zoals hallen en trapzalen.
Dit basisprincipe wordt in afbeelding 1 geïllustreerd voor verschillende soorten lokalen in residentiële en niet-residentiële gebouwen. Meer details over de EPB-eisen ter zake, vindt u in Infofiche 42.2.

Afb. 1 Basisprincipe van ventilatie

Om de lucht deze weg te laten volgen, is er een drijvende kracht nodig. Die kan natuurlijk (drukverschillen veroorzaakt door de wind en/of een temperatuurverschil) of mechanisch (drukverschillen gecreëerd door ventilatoren) zijn.
Zowel de toevoer van verse lucht als de afvoer van vervuilde lucht kan op natuurlijke (of 'vrije') of mechanische wijze gebeuren. Bijgevolg bestaan er, zoals blijkt uit tabel 3 vier basisventilatiesystemen:

Tabel 3 De vier ventilatiesystemen naargelang de wijze van toe- en afvoer
  Toevoer
Natuurlijk Mechanisch
A
F
V
O
E
R
N
A
T
U
U
R
L
I
J
K
Natuurlijke ventilatie Systeem A

Mechanische toevoerventilatie Systeem B

M
E
C
H
A
N
I
S
C
H
Mechanische afvoerventilatie Systeem C

Mechanische toe- en afvoerventilatie Systeem D


Omwille van de duidelijkheid worden in deze Infofiches voor zowel residentiële als niet-residentiële gebouwen de termen systeem A, B, C en D algemeen gebruikt. In niet-residentiële toepassingen zijn deze systemen echter slechts basissystemen, aangezien er nog andere configuraties mogelijk zijn.

Top

4. Rol van de aannemers en de ontwerper

4.1. Ventilatie belangt iedereen aan

Ventilatie betreft het hele gebouw en bij de installatie van een ventilatiesysteem zijn meestal verscheidene bouwberoepen betrokken. Goede communicatie tussen de partners en goede coördinatie zijn dus een must.

De Infofiches van deze reeks zijn bestemd voor alle vaklieden die met ventilatiesystemen te maken kunnen hebben, met name de aannemer belast met de ruwbouwwerken, de dakwerker, de schrijnwerker die het buitenschrijnwerk uitvoert en de schrijnwerker die de binnendeuren plaatst en uiteraard de installateur van het ventilatiesysteem. Merk op dat deze laatste niet altijd duidelijk aangeduid is. Soms wordt het ventilatiesysteem geplaatst door de installateur van de centrale verwarming, de elektricien of de installateur van het sanitair. In dat geval zijn deze aannemers er natuurlijk ook bij betrokken.

4.2 Keuze van het systeem, ontwerp en dimensionering

Over het algemeen staat de ontwerper in voor de keuze en de dimensionering van het ventilatiesysteem. Hij werkt dus het globale concept van het systeem uit, bepaalt alle componenten en coördineert de installatie door de verschillende aannemers.

In bepaalde gevallen kan men echter een beroep doen op een studiebureau dat gespecialiseerd is in ventilatie voor het ontwerp en de dimensionering van het hele ventilatiesysteem. Dat is voornamelijk het geval voor bepaalde niet-residentiële gebouwen, waarvoor de EPB-regelgeving wel doelstellingen vooropstelt, maar niet de manier om die te bereiken.

In andere gevallen kan de ontwerper zich voor het ontwerp en de dimensionering tot een installateur van ventilatiesystemen richten. Dat kan het geval zijn voor bepaalde mechanische ventilatiesystemen, zoals het systeem D of bepaalde commerciële systemen die als een geheel verkocht worden.

Meer in het bijzonder bij renovatie kan het ten slotte gebeuren dat elke aannemer componenten moet installeren die hij zelf moet dimensioneren naargelang de renovatiegebonden ventilatie-eisen of naargelang de wensen van de klant.

De keuze van het systeem, het concept en de dimensionering in het licht van de EPB-eisen worden in detail behandeld in Infofiche 42.2, die dus bestemd is voor ontwerpers, EPB-verantwoordelijken en betrokken en/of geïnteresseerde aannemers.

4.3 E-peil en andere eisen

De keuze van het systeem en de keuze van bepaalde componenten kunnen eveneens een invloed hebben op de andere aspecten van de EPB-regelgeving, in het bijzonder op de berekening van het E-peil. Regeling van de debieten, performante ventilatoren, warmterecuperatie, … zijn stuk voor stuk mogelijkheden om het energieverbruik van het gebouw en dus ook het E-peil te verminderen. Infofiche 42.3 geeft een overzicht van de invloed van de keuze van de ventilatie op dat laatste.

Sommige componenten hebben ook een invloed op de U-waarden (warmtedoorgangscoëfficiënt) van de wanden van de gebouwschil en bijgevolg ook op het K-peil (globaal warmte-isolatiepeil). Dat is bijvoorbeeld het geval bij regelbare toevoeropeningen voor de systemen A en C. Deze bijzondere punten worden behandeld in de eerste reeks thematische Infofiches over de gebouwschil.

Gezien de grote invloed van de keuze van het ventilatisysteem op de andere EPB-eisen en in het bijzonder op het E-peil, worden de ontwerpers geadviseerd de te installeren componenten nauwkeurig te specificeren. Bovendien moet elke aannemer de EPB-verantwoordelijke een aantal gegevens over de werkelijk geïnstalleerde componenten verstrekken.

4.4 Componenten en betrokken aannemers

Elk basisventilatiesysteem (A, B, C en D) omvat verschillende componenten (die per groep verzameld werden in tabel 4). Naargelang de keuze van het systeem, de componenten en eventueel hun plaats kunnen verschillende aannemers bij de werken betrokken zijn.

Tabel 5 vermeldt het aandeel van alle vakgebieden in de installatie van een ventilatiesysteem voor de meest courante gevallen. Op bepaalde bouwplaatsen kan dit echter verschillen. Dankzij deze tabel krijgt elke vakman dus een algemeen overzicht van zijn aandeel in de ventilatiewerken, naargelang het gekozen systeem en de bijhorende componenten.

De eerste drie kolommen van de tabel tonen voor elke aannemer de componenten en systemen waarbij hij betrokken is.

Tabel 4 De verschillende componenten van de ventilatiesystemen zoals ze in de Infofiches gegroepeerd zijn.
Infofiche 42.4
Natuurlijke toevoeropeningen, de 'regelbare toevoeropeningen voor natuurlijke of vrije toevoer' in residentiële gebouwen en 'toevoeropeningen van een natuurlijk ventilatiesysteem of mechanisch afvoerventilatiesysteem' in niet-residentiële gebouwen.
Infofiche 42.5
Natuurlijke afvoeropeningen, de 'regelbare afvoeropeningen voor natuurlijke of vrije afvoer' in residentiële gebouwen, en 'afvoeropeningen van een natuurlijk ventilatiesysteem of van een mechanisch toevoerventilatiesysteem' in niet-residentiële gebouwen.
Infofiche 42.6
Luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen voor het aanvoeren van verse lucht en afvoeren van vervuilde lucht in de mechanische systemen B, C en D.
Infofiche 42.7
Doorstroomopeningen, bestemd voor de doorvoer van de  lucht van toevoerlokalen naar extractielokalen.
Infofiche 42.8
Ventielen, kanalen en luchtgroepen voor mechanische ventilatiesystemen.

Aan de hand van de checklist kan iedereen zijn aandeel in elk project bepalen. Bij een positief antwoord op de gestelde vraag, biedt de corresponderende Infofiche de nodige uitleg voor de correcte installatie van de component volgens de EPB-eisen.

Ook andere aannemers kunnen onrechtstreeks betrokken zijn bij de ventilatie. Zij dienen dus een minimale kennis te hebben van de verschillende componenten om hun werkzaamheden correct te kunnen uitvoeren. Voornamelijk de aannemers die belast zijn met de afwerking moeten vertrouwd zijn met de verschillende ventielen en openingen die ze kunnen tegenkomen (zie Infofiches 42.4, 42.5, 42.7 en 42.8). Alle openingen moeten goed worden beschermd tijdens vuile werkzaamheden (stof of verf) en moeten bovendien steeds gedemonteerd kunnen worden voor reiniging. Daarenboven moeten bepaalde onderdelen van mechanische ventilatiesystemen steeds bereikbaar blijven, zoals de toegangsluikjes voor het reinigen van de kanalen, de regelorganen, de luchtgroepen en ventilatoren, de filters,…. (zie Infofiche 42.8)

De elektriciens zijn verantwoordelijk voor de elektrische voeding van de mechanische ventilatiesystemen en van sommige vraaggestuurde ventilatiesystemen.
In bepaalde gevallen zijn ook de verwarmingsinstallateurs betrokken partij. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de ventilatiesystemen B en D voorzien zijn van een verwarmingselement voor de aangevoerde lucht.

Tabel 5 Aandeel van elke vakman in de installatie van een ventilatiesysteem voor de meest gangbare gevallen
Aannemer Component Systeem Checklist Infofiche
Ruwbouw Natuurlijke toevoeropening A   C   Uitsparing voor een toevoeropening in de buitenmuren voorzien?
Toevoeropeningen in de buitenmuren plaatsen?
42.4
  Luchttoevoer- en luchtafvoeropening   B C D Uitsparingen voor toevoer- of afvoeropeningen in de buitenmuren voorzien?
Toevoer- of afvoeropeningen in de buitenmuren plaatsen?
42.6
  Doorstroomopening A B C D Uitsparing voor doorstroomopening in de binnenmuren voorzien 
Doorstroomopeningen in de binnenmuren plaatsen?
42.7
  Ventielen, kanalen, ventilatoren en luchtgroepen   B C D Uitsparingen voor kanalen en luchtgroepen voorzien? (42.8)
  Natuurlijke afvoeropening A B     Uitsparing voor afvoeropening (en verticaal kanaal) voorzien?
Uitsparing voor afvoeropening in een buitenmuur voorzien?
42.5
 
Dakdekker Natuurlijke toevoeropening A   C   Toevoeropening in hellend dak plaatsen (zeldzaam)? 42.4
  Luchttoevoer- en luchtafvoeropening   B C D Toevoer- of afvoeropening in het dak plaatsen? 42.6
  Natuurlijke afvoeropening A B     Afvoeropening (en verticaal kanaal) in het dak plaatsen? 42.5
 
Buiten-schrijnwerker Natuurlijke toevoeropening A   C   Toevoeropeningen in ramen of deuren plaatsen? 42.4
 
Binnen-schrijnwerker Doorstroomopening A B C D Doorstroomopeningen in of onder binnendeuren plaatsen? 42.7
 
Ventilatie-installateur Natuurlijke toevoeropening A   C   Toevoeropeningen in de buitenmuren plaatsen? 42.4
  Luchttoevoer- en luchtafvoeropening   B C D Luchttoevoer- of luchtafvoeropening in een buitenmuur (of dak) plaatsen?
Luchttoevoer- of luchtafvoeropening aan een andere aannemer leveren (dakdichter, …)?
42.6
  Doorstroomopening A B C D   42.7
  Ventielen, kanalen, ventilatoren en luchtgroepen   B C D Kanalen of ventilatoren plaatsen? 42.8
  Natuurlijke afvoeropening A B     Afvoeropeningen in een buitenmuur plaatsen?
Afvoeropeningen aan een andere aannemer leveren (dakdekker, …)?
42.5

Top

5. Samengevat

Een ventilatiesysteem moet goed ontworpen zijn, maar de werken van de verschillende aannemers moeten ook goed gecoördineerd worden. Vooral tussen de ontwerper en de aannemer moet de informatie-uitwisseling dus optimaal zijn. Hun respectievelijke taken indachtig, stellen we hieronder enkele algemene leidraden voor. De ontwerper moet normaal gezien:
  • een globaal overzicht hebben en de coördinatie van de ventilatiewerken verzekeren;
  • een ventilatiesysteem kiezen naargelang van de omstandigheden;
  • dit systeem en de componenten uitwerken en dimensioneren, in het bijzonder:
  • het ontwerpdebiet per lokaal, per opening, …
  • de plaats, het type en het aantal van de componenten, de toevoeropeningen voor de systemen A en C, de afvoeropeningen voor de systemen A en B, de ventielen, kanalen en mechanische ventilatievoorzieningen voor de systemen B, C en D, …
  • de plaats en capaciteit van de doorstroomopeningen,
  • elke aannemer op de hoogte brengen van:
  • de te installeren componenten: type, aantal en gewenste prestaties;
  • hun plaats op het plan;
  • de eisen die aan deze componenten gesteld worden, of in voorkomend geval het gekozen model;
  • de eventuele bijkomende eisen, voor zover deze concreet haalbaar zijn;
  • indien de aannemer andere oplossingen voorstelt, controleren of ze voldoen aan de regelgeving;
  • de kwaliteit van de installatie van de componenten evenals de overeenstemming met de voorschriften controleren.
De aannemer die met de werken belast is, moet:
  • zorgen dat er voldaan wordt aan de eisen van het bijzondere bestek met betrekking tot de te installeren componenten, evenals aan alle andere eventuele eisen die de ontwerper stelt;
  • zorgen dat er bij de keuze en de uitvoering aan de EPB-eisen voldaan wordt (zie Infofiches 42.4, 42.5, 42.6, 42.7 en 42.8);
  • eventueel een andere oplossing voorstellen en ter goedkeuring aan de ontwerper voorleggen;
  • zich ervan vergewissen dat de elementen (doorstroomopeningen, natuurlijke toevoeropeningen, …) die hij niet zelf installeert wel degelijk voorhanden zijn en dat ze de werking van het systeem niet zullen hinderen;
  • de installatie in bedrijf nemen en afstellen, vooral indien hij het systeem volledig zelf geïnstalleerd heeft. Hij zal dus eveneens de gebruiker over de werking en het onderhoud van het systeem moeten informeren;
  • de EPB-verantwoordelijke alle nodige informatie over de kenmerken van de geïnstalleerde componenten verstrekken voor de EPB-aangifte.
Top

Literatuurlijst

Voor meer details over de EPB kunnen de gewestelijke regelgevingen geraadpleegd worden (zie hieronder).
Meer informatie over de ventilatienormen vindt u op de website van de Normen-Antennes op www.normen.be
Momenteel werken de drie gewesten samen aan een databank van producten die aan de EPB-eisen voldoen (zie www.epbd.be).

Het Vlaams Gewest stelt een lijst met antwoorden op veelgestelde vragen (FAQ) en bijkomende uitleg over de interpretatie van de regelgeving voor ventilatie ter beschikking op www.energiesparen.be.

1. Delmotte C.
De Energieprestatieregelgeving voor gebouwen : nieuwe ontwikkelingen in Brussel en Wallonië. Brussel, WTCB, WTCB-dossiers, nr. 4, 2008.

2. Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
Besluit van de Vlaamse Regering van 11 maart 2005 tot vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen. Brussel, Belgisch Staatsblad van 17 juni 2005.

3. Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 december 2007 tot vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen. Brussel, Belgisch Staatsblad van 5 februari 2008.

4. Ministerie van het Waalse Gewest
Besluit van de Waalse Regering van 17 april 2008 tot vaststelling van de berekeningsmethode en de eisen, de goedkeuringen en de sancties op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen. Brussel, Belgisch Staatsblad van 30 juli 2008.

Top

Opmerking

De Infofiches 'EPB & Bouwberoepen' werden met de grootste zorg opgesteld. Het WTCB kan echter niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade die door gebruik van deze informatie zou zijn veroorzaakt. Alleen de Gewesten zijn bevoegd om zich uit te spreken over de interpretatie van de regelgevingen.


Departement 'Akoestiek, Energie en Klimaat', WTCB