Isolatie en binnenafwerking 2006/01.14

Hoewel men zou kunnen denken dat de Europese Energieprestatierichtlijn niet rechtstreeks van toepassing is op binnenafwerkingen, dient men toch bepaalde constructieve schikkingen in acht te nemen voor de thermische isolatie van de buitenmuren, in het bijzonder wanneer deze aangebracht wordt aan de binnenzijde van de gevel.

Afwerkingsprincipe voor langs binnen geïsoleerde muren

Omdat het moeilijk is de continuïteit van de thermische isolatie van de buitenmuren te garanderen indien deze aan de binnenzijde van de gevel aangebracht wordt, dient men deze werkwijze te beperken tot de renovatie van gebouwen waarbij het onmogelijk is de muren langs buiten te isoleren.
Isolatie van de dwarsmuur om de vorming van een koudebrug te vermijden.
Isolatie van de dwarsmuur om de vorming van een koudebrug te vermijden.

De systematische onderbreking van de thermische isolatie aan het raakvlak met andere wanden (dwarsmuur, vloer) leidt immers tot koudebruggen wanneer de isolatie er niet over doorloopt.

In het geval van de aansluiting van een binnenwand met een massieve gecementeerde wand van 19 cm dik, dient men erop toe te zien dat de isolatie de binnenmuur over ongeveer 1 m kan volgen, om de vorming van een koudebrug te vermijden. Berekeningen moeten uitwijzen of deze afstand al dan niet verkleind mag worden.

Het respecteren van de voorschriften inzake ventilatie is onontbeerlijk om de ontwikkeling van condensatie en schimmels op de afwerking ter hoogte van eventuele koudebruggen tegen te gaan.

Bij muren met een geringe dampdoorlatendheid (wanden uit zwaar beton, metalen constructies) en/of in warme en vochtige ruimten (zwembaden, industriële keukens, …) is een isolatie langs binnen afgeraden, omwille van het hoge risico op inwendige condensatie.


P. Montariol, ing., hoofdadviseur, en S. Eeckhout, ing., adviseur, afdeling 'Technisch advies'