Ingegraven constructies isoleren en afdichten 2006/01.10

Door de groeiende tendens om alle beschikbare plaats in een gebouw te benutten, worden kelders steeds vaker ingericht als woonruimte. Dit brengt echter een aantal problemen met zich mee die we hierna kort zullen toelichten.

Thermische isolatie van kelders : een noodzaak

Afb. 1 Door het verwaarlozen van de thermische isolatie kan de oppervlaktetemperatuur plaatselijk sterk dalen.
Om een ingegraven constructie te kunnen benutten als woonruimte, dient men de wanden ervan te voorzien van een aangepaste thermische isolatie. De voornaamste redenen die hiervoor aangehaald kunnen worden zijn :
  • het vermijden van hygroscopiciteitsproblemen en oppervlaktecondensatie
  • het waarborgen van een aangename binnentemperatuur
  • het tegengaan van warmteverliezen.
Hoewel de warmteverliezen via wanden in contact met de grond worden beperkt door het grondmassief, blijkt uit afbeelding 1 dat het verwaarlozen van de thermische isolatie plaatselijk kan leiden tot een aanzienlijke daling van de oppervlaktetemperatuur.

Uitvoeringsprincipe

Wanneer de ingegraven constructie tot het 'beschermde volume' van het gebouw behoort, opteert men niet zelden voor de afwerking van de wanden met vochtgevoelige materialen. Om deze reden rust men dergelijke wanden gewoonlijk uit met een bijkomende bescherming onder de vorm van dampdichte en - indien nodig - waterdichte membranen (met gelaste naden), zoals weergegeven in afbeelding 2. Om de doeltreffendheid van de thermische isolatie te verzekeren, is het bovendien raadzaam nog een aantal extra voorzorgsmaatregelen te treffen (zie kader).


Aandachtspunten voor de thermische isolatie van ingegraven constructies
  • Het is aanbevelenswaardig gebruik te maken van redelijk drukvaste, vocht- en vorstbestendige isolatiematerialen in de spouw van de grondkerende wand, om inklinken bij het belasten van de grond naast het gebouw te verhinderen. Het metselwerk moet om diezelfde reden goed aansluiten op het isolatiemateriaal.
  • Vermits de thermische isolatie tevens dienst doet als mechanische bescherming van de soepele bekuiping moet men bij de berekening van de benodigde isolatiedikte rekening houden met het feit dat deze in contact is met de vochtige grond.
  • In de principeschets uit afbeelding 2 wordt de koudebrug ter hoogte van de aansluiting met de spouwmuur op het gelijkvloers weggewerkt door een voldoende grote overlap van de isolatielagen. Bij een buitenisolatiesysteem (met bebording of buitenbepleistering) kan men evenwel ook een ononderbroken isolatielaag aanbrengen, mits men de nodige voorzorgsmaatregelen treft aan de overgang tussen het ingegraven en het niet-ingegraven deel.
  • In aanwezigheid van hydrostatische druk dient men een soepele bekuiping te voorzien, die aan de binnenzijde aangevuld wordt met een tegenbekuiping die in staat is de (grond)waterdruk op te nemen. Het dragende metselwerk kan deze rol vervullen in de verticale delen. De uitvoering van een funderingsplaat uit gewapend beton kan echter nodig blijken om - naast de verdeling van de belastingen over de grond - tevens de opname van de eventuele waterdruk te kunnen garanderen.
  • Aangezien het thermische isolatiemateriaal in het vloercomplex om uitvoeringstechnische redenen aan de binnenzijde van de soepele bekuiping wordt geïnstalleerd, bestaat er op deze plaats een verhoogd risico op inwendige condensatie. De hoeveelheid condensaat kan worden beperkt door het nastreven van een betrekkelijk droog binnenklimaat. De ingegraven ruimten moeten bijgevolg goed worden verwarmd en verlucht. De mogelijkheid om een vochtgevoelige vloerafwerking toe te passen, kan bepaald worden aan de hand van een controleberekening.
J. Wijnants, ing., hoofdadviseur, afdeling 'Technisch advies'