Energetische doeltreffendheid van gebouwen : toekomstperspectieven 2006/01.09

Terwijl in het vorige artikel even stilgestaan werd bij enkele recente evoluties op het vlak van energie in gebouwen, spitsen we onze aandacht in deze bijdrage toe op de toekomst die weggelegd is voor de toepassing van energiezuinige technieken, de verdere technologische ontwikkelingen, de nieuwe gebouwconcepten en de te overwegen mogelijkheden voor het bestaande gebouwenpark.
Afb. 1 Geventileerde dubbele gevel.
Afb. 2 De PLEIADE-woning.

1. Toepassing van energiezuinige technieken

Om te komen tot een gevoelige verbetering van de energiezuinigheid, volstaat het niet om nieuwe technologieën te ontwikkelen, maar zou men in de eerste plaats moeten streven naar het veralgemeende gebruik van de bestaande energiebesparende technieken. Deze staan doorgaans immers volledig op punt en zijn perfect economisch haalbaar. Toch moet men in de praktijk vaststellen dat er - zelfs bij nieuwbouw - nog te vaak energetisch achterhaalde producten en concepten aangewend worden (bv. gewone dubbele beglazingen, energieverslindende armaturen, …).

Het ligt echter in de lijn van de verwachtingen dat de invoering van de energieprestatieregelgeving voor gebouwen en de verschillende acties die hiermee gepaard gaan (fiscale verminderingen, subsidies, sensibilisering, …) een belangrijke drijfveer zullen vormen voor de graduele toepassing van de huidige energiezuinige concepten.

2. Verdere technologische ontwikkelingen

Ter verbetering van de energetische doeltreffendheid van gebouwen bestaat er nog een groot potentieel tot technologische innovatie. Zo wordt er momenteel volop gewerkt aan de ontwikkeling van technieken zoals vacuümisolatie, multifunctionele gevelsystemen, …

Ook een beter toezicht op de correcte werking en het intelligente beheer van de technische installaties (verwarming, ventilatie, …) zou een positieve invloed kunnen hebben op de energiezuinigheid van gebouwen :
  • vandaag de dag moet men vaststellen dat een groot aantal installaties niet naar behoren functioneren (te kleine of te grote debieten, ongeschikte temperatuurregeling enz.) als gevolg van fouten in het ontwerp, een minder aangepaste uitvoering, een gebrekkige afregeling, onvoldoende onderhoud, … Dergelijke problemen zouden kunnen opgelost worden door de zogenaamde 'commissioning' van installaties, een thema dat almaar meer aandacht krijgt binnen de onderzoekswereld en dat in de toekomst tevens zijn weg naar de dagdagelijkse praktijk zal vinden
  • op het gebied van intelligent installatiebeheer zijn er eveneens tal van verbeteringen denkbaar. De toepassing van de nieuwe technologische mogelijkheden (zoals draadloze communicatie) op het beheer van technische uitrustingen zou namelijk kunnen leiden tot de vereenvoudiging van hun plaatsing en hun aanwending en dus tot meer gebruikscomfort en een lager energieverbruik.

3. Nieuwe gebouwconcepten

Sedert de jaren '90 bestaat er een groeiende interesse voor de implementatie van nieuwe concepten bij de uitvoering van architecturaal boeiende projecten, specifiek gericht op de verbetering van het binnenklimaat en de energetische doeltreffendheid. Zo was het WTCB, samen met de UCL, actief betrokken bij de realisatie van twee dergelijke gebouwen :
  • de PLEIADE-woning in Louvain-La-Neuve
  • het IVEG-kantoorgebouw te Hoboken.
Een nieuwe ontwikkeling die in dit kader zeker vermelding verdient, is het 'passiefhuisconcept', waarbij men door de combinatie van een doorgedreven thermische isolatie (≈ K15), een luchtdichte bouwwijze en een energiezuinig ventilatiesysteem tracht te komen tot woningen met een maximale energiebehoefte voor de verwarming van 15 kWh/m2.jaar.

De 'positieve energiehuizen' gaan nog een stap verder. Deze gebouwen zijn immers netto-energieproducenten als gevolg van hun beperkte energiebehoeften en de veralgemeende toepassing van hernieuwbare energiebronnen (zonneboilers, fotovoltaïsche cellen, …).
Nuttige informatie
Nuttige links

4. Het bestaande gebouwenpark

Hoewel de overgrote meerderheid van de gebouweigenaars tegenwoordig niet gemotiveerd zijn om te investeren in energiezuinige maatregelen, zou de drastische vermindering van het energieverbruik van het bestaande gebouwenpark om allerhande redenen (milieuoverwegingen, economische belangen, …) tot de prioriteiten moeten gaan behoren.

Zo vormt het Franse 'Plan Energie 2004', dat de ambitie heeft om het energieverbruik van de bestaande gebouwen tegen 2050 tot een kwart te doen dalen, een eerste stap in de goede richting.

De energetische toekomst van onze gebouwen heeft dus nog tal van technologische en beleidsmatige uitdagingen in petto !

P. Wouters, dr. ir., hoofd van het departement 'Bouwfysica en Uitrustingen'