Brandveiligheid van tunnels 2005/03.04

De tragedies die in 1999 plaatsgrepen tijdens de branden in de Franse Mont-Blanctunnel en de Oostenrijkse Tauerntunnel hebben vragen doen rijzen over de veiligheid van deze constructies. Door deze drama's, die 'bevestigd' werden door enkele recente rampen met even tragische gevolgen (kabellift van Kaprun in 2000, Sint-Gothardtunnel in 2001, metro van Daegu in 2003, tunnel van Fréjus in 2004), groeide het besef dat er dringend nood was aan een harmonisering en een verbetering van de veiligheid in tunnels.

Schuilplaats die uitgeeft op de evacuatietunnel in de gerenoveerde Mont-Blanctunnel.

Met dit doel voor ogen werden er sedert 2001 diverse Europese onderzoeksprogramma's opgezet. Het Europese FIT-netwerk (Fire in Tunnels), dat gecoördineerd werd door het WTCB, is een ervan. Het project telde een dertigtal partners uit 12 Europese landen en werd in maart 2005 afgesloten, na vier jaar van noestige arbeid. Dit artikel geeft een beknopt overzicht van de voornaamste resultaten ervan.

De hoofdopzet van het netwerk lag in de verzameling, verbetering en verspreiding van de huidige kennis met betrekking tot de regels der kunst op het vlak van brandveiligheid in tunnels. Deze doelstelling werd gerealiseerd door :
  • de opstelling van zes online consulteerbare databanken (http://www.etnfit.net) over de volgende onderwerpen : onderzoeksprogramma's in verband met het brandrisico in tunnels, proefstations gespecialiseerd in het onderzoek van het probleem, rekenmethoden voor de simulatie van brand in tunnels, veiligheidsuitrustingen, inventarisering en verslagen van branden in tunnels, renovatie van bestaande tunnels
  • de opstelling van een synthese en richtlijnen betreffende de drie belangrijkste activiteitenmodules van het netwerk : brandscenario's, het brandveilige ontwerp van tunnels en de te nemen maatregelen in geval van brand in tunnels.
De studie van het brandveilige ontwerp van tunnels omvatte de identificatie van de aanbevelingen die in de verschillende Europese landen van kracht zijn. Deze werden geanalyseerd en vergeleken om te komen tot een synthese en, indien mogelijk, geharmoniseerde gedragslijnen. Geen enkele veiligheidsmaatregel werd hierbij over het hoofd gezien :
  • constructieve maatregelen : nooduitgangen en schuilplaatsen voor de gebruikers, noodtoegangen voor de interventiediensten, afvoer van ontvlambare producten, ...
  • veiligheidsuitrustingen : ventilatie, signalisatie, noodverlichting, communicatie- en alarmsysteem, blusapparatuur, ...
  • brandgedrag van de constructie en de uitrustingen : brandweerstand van de tunnel en van de uitrustingen, brandreactie van de materialen, ...
Bij wijze van voorbeeld geven we hierna een overzicht van de aanbevelingen met betrekking tot de evacuatiemogelijkheden voor de gebruikers. De nooduitgangen kunnen van drie types zijn : uitgang naar buiten toe, uitgang naar een aangrenzende buis (indien aanwezig) of uitgang naar een evacuatietunnel. Er kunnen eveneens schuilplaatsen voor de gebruikers voorzien worden (in afwachting van de komst van de hulpdiensten). De analyse en de vergelijking van de nationale aanbevelingen tonen aan dat er grote verschillen bestaan op het vlak van de eisen inzake de evacuatiemogelijkheden (types, afmetingen, …). Zo is de vereiste maximumafstand tussen de nooduitgangen van land tot land verschillend, afhankelijk van de volgende parameters : het type en de lengte van de tunnel, het aantal buizen, het verkeerstype (een- of tweerichtingsverkeer), ... (zie onderstaande tabel).

Overzicht van de eisen inzake de afstand tussen de nooduitgangen in tunnels voor wegverkeer ("Fire Safe Design - Road Tunnels", FIT, maart 2005).
Land Afstand tussen de nooduitgangen
Frankrijk  
  • tunnels binnen steden : ± 200 m, of minder indien het drukgebruikte tunnels betreft met meer dan drie rijvakken per buis
  • tunnels buiten steden van meer dan 500 m lang : ± 400 m
Duitsland tunnels van meer dan 400 m lang : maximum 300 m
Oostenrijk tunnels zonder ventilatie in geval van brand en tunnels met een helling in de lengterichting van meer dan 3 % : 250 m
Zwitserland tunnels met twee buizen : 300 m voor voetgangers en 900 m voor voertuigen
Noorwegen tunnels met twee buizen : 250 m
Nederland indien de afstand tot de buitenlucht te lang is : de afstand tussen de nooduitgangen wordt bepaald door een risicoanalyse
Verenigd Koninkrijk tunnels met twee buizen : 100 m (150 m maximum)
Europese
Richtlijn (2004)
500 m maximum

De aanbeveling betreffende de nooduitgangen is slechts een van de bij benadering 50 maatregelen die geanalyseerd werden in de activiteitenmodule van het netwerk, gewijd aan het brandveilige ontwerp van tunnels. Het eindrapport bevat een samenvatting van de nationale eisen met betrekking tot elk van deze maatregelen. Het bevat tevens een vergelijking en een aantal richtlijnen.

Nuttige informatie
http://www.etnfit.net : databanken, gewijd aan brandveiligheid; weldra beschikbaar : syntheserapporten (brandscenario's, brandveilig ontwerp, te treffen maatregelen in geval van brand), die zowel tunnels voor wegverkeer als tunnels voor trein- en metroverkeer betreffen.




Y. Martin, ir., en J. Van Dessel, ir.