"Gesloten" verwarmingstoestellen 2005/03.10

De jongste tijd kennen "gesloten" verwarmingstoestellen een groeiend succes. Dergelijke toestellen worden gekenmerkt door een verbrandingskring (luchttoevoer, verbrandingskamer en rookgasafvoer) die volledig afgesloten is ten opzichte van de opstellingsruimte, waardoor de correcte en veilige werking ervan in vrijwel alle omstandigheden kan gewaarborgd worden.
Het gaat hier vrijwel steeds om toestellen die samen met hun luchttoevoer- en rookgasafvoerelementen één systeem vormen dat in zijn geheel moet gekeurd worden. Deze verwarmingstoestellen werken ofwel met stookolie ofwel met gas. Laatstgenoemde worden door de normen NBN D 51-003 en NBN D 51-006 aangeduid als toestellen van "type Cnm", waarbij de "C", die aanduidt dat het een "gesloten" toestel betreft, gevolgd wordt door twee numerieke indexen :
  • de index "n" geeft het type luchttoevoer- en rookgasafvoersysteem aan en kan variëren van 1 tot 8
  • de index "m" verwijst naar de manier waarop de stroming in de verbrandingskring tot stand komt : het cijfer 1 staat hierbij voor natuurlijke trek, het cijfer 2 voor het gebruik van een ventilator na de verbrandingskamer en het cijfer 3 voor het gebruik van een ventilator vóór de verbrandingskamer.
Niet alle types "gesloten" toestellen uit de Europese normen kunnen in ons land toegepast worden voor gas, zodat men zich dient te beperken tot deze die aan bod komen in de norm NBN D 51-003. In deze norm, maar ook in het normvoorstel prNBN B 61-002 (voor centrale-verwarmingsketels met een nominaal vermogen kleiner dan 70 kW), worden richtlijnen gegeven omtrent de plaatsing van deze systemen. Het betreft onder andere voorschriften inzake de minimale afstand die moet gerespecteerd worden tussen het eindstuk van een C-toestel op een muur en een eventuele nabijgelegen opening.

Aangezien men in de praktijk heeft vastgesteld dat voornoemde richtlijnen niet altijd voldoening blijken te schenken (zo zijn er bijvoorbeeld geen voorschriften in verband met het vermijden van visuele hinder), is men binnen het WTCB momenteel op zoek naar bijkomende aanbevelingen. In een volgende uitgave van WTCB-Contact komen we hier uitgebreid op terug.



I. De Pot, ing., adviseur
afdeling "Technisch Advies"