Cementgebonden gietvloeren 2005/03.09

Cement- en anhydrietgebonden gietvloeren kennen in België al geruime tijd succes voor de uitvoering van in zeer dunne lagen aangebrachte egalisaties. In de Scandinavische landen past men bovendien ook reeds gedurende enkele decennia cementgebonden gietvloermortels toe om "dikkere" dekvloeren te plaatsen. Sinds kort zijn deze producten eveneens op de Belgische markt verkrijgbaar.
De term "gietvloer" slaat op alle dekvloeren, uitvlaklagen (egalisaties) en industriële eindafwerkingen die uitgevoerd (gegoten) worden met erg vloeibare, zelfverdichtende mortel.

Aangezien er omtrent de voor- en nadelen, het ontwerp en de uitvoering van dergelijke producten totnogtoe weinig informatie beschikbaar is, heeft het WTCB - in samenwerking met SBR (Stichting Bouwresearch) en NeMO (Nederlandse MortelOrganisatie) - de brochure "Cementgebonden gietvloeren" uitgebracht waarin een stand van zaken opgemaakt wordt van de huidige kennis in dit kader.
Uitvoering van een zelfverdichtende gietvloer.

1. PRODUCTAFHANKELIJKE SPECIFICATIES EN INFORMATIE

De samenstelling van cementgebonden gietvloermortels verschilt van leverancier tot leverancier en van product tot product. Om tot een juiste productkeuze, detaillering en werkvoorbereiding te komen, dient men bij de mortelleverancier steeds advies in te winnen over de productspecificaties en de toepassing ervan.

De productspecificaties die zeker moeten gecontroleerd worden, zijn :
  • de minimale en de maximale dikte : deze worden mede bepaald door de krimpbeheersing en de droogtijden van het product
  • de geschiktheid van de gietvloermortel om hechtende, niet-hechtende of zwevende uitvlaklagen (egalisaties) of dekvloeren uit te voeren. Deze hangt in de eerste plaats af van de krimpbeheersing van het product. In niet-hechtende en zwevende gietvloeren moet steeds een wapening (in de vorm van een net) aangebracht worden om de aanwezige krimpspanningen te verdelen en op te nemen
  • de verwerkingstijd : voor cementgebonden gietvloeren, bereid met mortels die vanuit zakken of silo's verdeeld worden, is deze meestal beperkt tot ongeveer 20 minuten. Indien de mortel daarentegen vanuit een centrale verdeeld wordt, kan de verwerkingstijd oplopen tot 2 uur en 30 minuten.
Ontluchten en nivelleren van de gietvloer.

2. KARAKTERISTIEKEN

De belangrijkste eigenschappen van gietvloeren (zowel cement- als anhydrietgebonden) zijn :
  • hun zelfverdichtende karakter : hierdoor kunnen ze zonder intensieve handmatige verdichting de vooropgestelde sterkte bereiken. Gietvloeren zijn bijgevolg overal even sterk en kunnen ook op minder stijve ondergronden (bv. isolatie) een voldoende verdichting vertonen. Daarnaast kunnen de eventuele in de dekvloer opgenomen leidingen goed met de mortel omsloten worden
  • hun zelfnivellerende karakter : dankzij hun hoge vloeibaarheid kunnen gietvloeren een goede vlakheid bereiken zonder toevoeging van veel extra energie. Lettend op deze hoge vloeibaarheid dienen de naden en kieren in de ondergrond zorgvuldig afgedicht te worden om te voorkomen dat de mortel zou weglekken
  • de productiesnelheid : door hun verpompbaarheid en hoge vloeibaarheid zijn gietvloermortels uitermate geschikt om grote oppervlakken uit te voeren
  • de arbeidsvriendelijkheid : de uitvoering van handmatig verdichte dekvloeren is een zeer zware fysieke arbeid. Aangezien gietvloeren daarentegen rechtstaand aangebracht worden, leidt dit tot een lagere belasting voor de rug en de knieën van de dekvloerplaatser.
Nuttige informatie
Nuttig document
Voor meer informatie betreffende het ontwerp, de detaillering en de uitvoering van cementgebonden gietvloeren verwijzen we naar de hiervoor vermelde brochure, die uitgegeven werd door het WTCB, SBR (Stichting Bouwresearch) en NeMO (Nederlandse MortelOrganisatie).

Onderzoek
Het WTCB diende in juni 2005 een voorstel tot verder onderzoek van cement- en anhydrietgebonden gietvloeren in. Indien goedgekeurd, zal de nadruk hierbij liggen op :
  • de eigenschappen van de natte mortel
  • het evenwichtsvochtgehalte en de droogsnelheid van gietvloeren
  • de vereiste dikte van niet-hechtende en zwevende dekvloeren naargelang van de buigtreksterkte, de belasting en de samendrukbaarheid van de isolatie
  • de ontwikkelde krimpspanningen
  • hun verenigbaarheid met andere producten.




C. Van Ginderachter, ir., en B. Parmentier, ir. laboratorium "Structuren, schrijnwerk en gevelelementen"