Ventilatie voor niet-residentiële gebouwen : een nieuwe norm 2005/03.05

De specificatie van de prestaties die van een ventilatiesysteem verwacht worden, vormt een noodzakelijke stap bij het ontwerp ervan. Deze specificaties maken het voorwerp uit van een nieuwe Belgische norm die onlangs gepubliceerd werd.
In november 2004 gaf het Belgisch Instituut voor Normalisatie (BIN) een norm uit met betrekking tot de ventilatie voor niet-residentiële gebouwen (NBN EN 13779). Deze norm is van toepassing op het ontwerp van ventilatie-, luchtbehandelings- en kamerbehandelingssystemen voor niet-residentiële gebouwen, bestemd voor menselijk gebruik (kantoorgebouwen, scholen, sport- en spektakelzalen, winkels, …).

Indeling

Om gemakkelijk de gewenste luchtkwaliteit te kunnen specificeren, brengt de norm de afvoerlucht, de afgevoerde lucht, de buitenlucht en de toevoerlucht onder in verschillende klassen, afhankelijk van hun vervuilingsgraad. Ze bevat ook een indeling voor de binnenlucht en definieert vijf methoden voor de kwantificering van de binnenluchtklassen. De keuze van de kwantificeringsmethode is vrij, maar moet aangepast zijn aan de betrokken ruimten en de eisen. We willen erop wijzen dat deze vijf methoden niet noodzakelijk leiden tot hetzelfde toevoerluchtdebiet.

De prestaties van de systemen worden eveneens gespecificeerd aan de hand van klassen. Deze steunen op het vermogen van het systeem om de kwaliteit van de binnenlucht te regelen, evenals op de controlemiddelen en de controlegraad van de thermodynamische eigenschappen van de ruimte.

De norm bevat bovendien een indeling van de drukvoorwaarden in de ruimten en van het soortelijke vermogen van de ventilatoren.

Definitie van de luchttypes.
Luchttype Definitie
1. Buitenlucht Lucht die in het systeem of door openingen van buiten binnenkomt, vóór enige luchtbehandeling.
2. Toevoerlucht Lucht die in de te behandelen ruimte binnenkomt of die in het systeem binnenkomt na een behandeling.
3. Binnenlucht Lucht in de te behandelen ruimte of zone.
4. Doorstroomlucht Binnenlucht die van de ene te behandelen ruimte naar de andere stroomt.
5. Afvoerlucht Lucht die de te behandelen ruimte verlaat.
6. Herbruikte lucht Afvoerlucht die naar een luchtbehandelingssysteem (bv. een convector) wordt teruggevoerd.
7. Afgevoerde lucht Lucht die in de atmosfeer wordt geloosd.
8.Secundaire lucht Lucht die aan een bepaalde ruimte onttrokken wordt en na een behandeling (bv. reeks ventilatoren) naar dezelfde ruimte wordt teruggevoerd.
9. Leklucht Ongewenste luchtstroom doorheen lekpunten in het systeem.
10. Infiltratie Leklucht die het gebouw binnenkomt via lekpunten in de structuurelementen die het gebouw van de buitenlucht scheiden.
11. Exfiltratie Leklucht die het gebouw verlaat via lekpunten in de structuurelementen die het gebouw van de buitenlucht scheiden.
12. Menglucht Lucht die twee of meer luchtstromen bevat.

Ontwerp van de systemen

De ventilatie-, luchtbehandelings- en kamerbehandelingssystemen voor ruimten oefenen een invloed uit op de volgende parameters :
  • de thermodynamische omgeving
  • de kwaliteit van de binnenlucht
  • de vochtigheid van de binnenlucht
  • de akoestische omgeving.
Het is dus nodig om doelen vast te stellen voor deze parameters bij het ontwerp van het systeem. De norm stelt daarom rekenhypothesen voor die rekening houden met de bekleding, de activiteit, de werkingstemperatuur en de luchtsnelheid in de kantoorgebouwen. Ze bevat tevens typewaarden voor de bezettingsgraad van courante ruimten (kantoren, vergaderzalen, klaslokalen, grote winkels, …). Bovendien geeft ze informatie over de interne warmtetoevoer die gegenereerd wordt door de personen, de verlichting en de uitrustingen.

Bijlagen

In een informatieve bijlage (d.w.z. die niet de status van een norm heeft) gaat de norm dieper in op een aantal raadgevingen voor de goede praktijk betreffende :
  • de plaats van de luchttoevoer- en afvoeropeningen
  • het gebruik van luchtfilters
  • de warmteterugwinning
  • de verwijdering van de afvoerlucht
  • het hergebruik van de afvoerlucht en het gebruik van de doorstroomlucht
  • de thermische isolatie van het systeem
  • de dichtheid van het systeem en van het gebouw
  • de drukvoorwaarden binnenin het systeem en het gebouw
  • het energieverbruik
  • de ruimte nodig voor de elementen en de systemen.
Een tweede informatieve bijlage, die de economische aspecten behandelt, stelt een kostenberekening volgens de "actualiseringsmethode" voor. De berekening steunt op de verwachte levensduur en op de kwaliteit van het gebruikte element. Ze neemt eveneens de interestvoet van de markt en de inflatie in aanmerking. De derde informatieve bijlage tenslotte bevat een checklist voor het ontwerp en het gebruik van systemen met een laag energieverbruik.



C. Delmotte, ir., adjunct-laboratoriumhoofd, laboratorium "Luchtkwaliteit en Ventilatie"