Buitenschrijnwerk en de veiligheid van personen ten aanzien van schokken

De veiligheid van personen is een breed begrip dat verschillende aspecten omvat. Bij het ontwerp van een gevel kan het, afhankelijk van de projectvoorwaarden, nodig zijn de veiligheid van personen te verzekeren door het buitenschrijnwerk te voorzien van bepaalde eigenschappen waardoor het dienst kan doen als borstwering.

Veiligheid en genormaliseerde proeven


In voorkomend geval dient men de gebruikers doorgaans te beveiligen tegen :
  • het risico op vallen door het venster en verwonding door contact
  • de bewegingen van een menigte of van personen die een al dan niet aanzienlijke druk op de bescherming uitoefenen.
Enkel de eerstgenoemde functie zal verder besproken worden in dit artikel, aangezien ze integraal deel uitmaakt van de specificaties, geformuleerd in de nieuwe versies van de STS 38 'Glaswerk' en 52.0 'Buitenschrijnwerk', die aan bod kwamen in de vorige uitgave van WTCB-Contact. Deze STS zijn opgevat als nationale toepassingsdocumenten bij de geldende Europese normen en steunen op de schokproeven, beschreven in de Europese normen inzake glas (NBN EN 12600:2003), vensters (NBN EN 13049:2003) en gordijngevels (NBN EN 14019:2004), die recentelijk werden omgezet in Belgische normen.

De in deze normen beschreven proefprocedure bestaat erin een proefelement op welbepaalde plaatsen te onderwerpen aan schokken met een dubbele band, voorzien van een ballast van 50 kg (¹). Er worden diverse klassen gedefinieerd, afhankelijk van de prestaties van het beproefde element bij verschillende valhoogten. Door de controle van het gedrag van het glas is men echter in geen geval vrijgesteld van de controle van de schokbestendigheid van het schrijnwerk in zijn geheel.

Afhankelijk van de valhoogte, schrijven de normen de in tabel 1 opgenomen klassen voor.

Specificaties uit de STS 38 en 52.0, afhankelijk van de projectvoorwaarden

Ter bepaling van de eisen waaraan het buitenschrijnwerk moet voldoen, dient men de projectvoorwaarden te beschouwen vanuit de volgende twee invalshoeken :
  • het specifieke gebruik van het gebouw en zijn omgeving : men moet rekening houden met de bezetting en de te verwachten activiteiten aan de binnen- en buitenkant van de gevel. Men kan deze van elkaar onderscheiden op het vlak van het risico op schokken, vallen door het venster en verwonding
  • de architecturale opvatting : bepaalde parameters hebben een rechtstreekse invloed op de keuze van de prestaties van het buitenschrijnwerk ten aanzien van het risico op schokken :
    • de hoogte van het vulelement (h) : deze moet 0,9 m (²) bedragen om dienst te kunnen doen als borstwering
    • het verschil tussen het binnen- en buitenniveau Δ : als dit groter is dan 50 cm, moet het schrijnwerk zo ontworpen worden dat het risico op vallen door het venster beperkt wordt
    • de hoogte tussen het laagste niveau van het schrijnwerk en de buitenvloer he : de schokproeven van buitenaf zijn enkel van toepassing indien de voet van het schrijnwerk zich op minder dan 0,9 m boven de buitenvloer bevindt
    • de helling van het schrijnwerk : volgens de STS is het schrijnwerk hellend indien het een helling a ten opzichte van de verticale vertoont, gelegen tussen 15°< α ≤ 30° en -15°< α ≤ -30° of indien de horizontale projectie van het overhellende deel kleiner is dan 0,5 m.
Contact
E. Dupont, ing., hoofdadviseur, afdeling 'Technische Goedkeuring', WTCB

Door deze parameters te combineren, onderscheiden de STS 38 en 52.0 drie speciale gevallen en definiëren ze voor elk ervan - volgens het specifieke gebruik van het gebouw (bepaald in de norm NBN ENV 1991-2-1) - de te beschouwen schokbestendigheidsklassen voor de vensters en de gevels, evenals de geldende breukwijzen voor de beglazing.

(¹) De resultaten, bekomen tijdens de proeven uitgevoerd met de dubbele band, zijn geenszins vergelijkbaar met deze van de proeven met een zandzak van het type ISO 7892, voor identieke valhoogten.
(²) Het vulelement mag 0,8 m hoog zijn indien de horizontale projectie 'l' van de som van de breedte van het binnenste tablet, de dikte van het schrijnwerk en de breedte van de buitenste vensterbank ten minste 0,4 m bedraagt.