Oplossingen om niveauverschillen tussen tegels te vermijden

Hoogteverschillen tussen tegels vormen wel vaker een punt van discussie op de bouwplaats. Om deze verschillen zo klein mogelijk te houden, kunnen tegelzetters bij de plaatsing teruggrijpen naar nivelleersystemen. Dit artikel geeft een beschrijving van deze uitvoeringsaccessoires en gaat dieper in op de toepassing ervan.

Beschrijving

Een gevarieerd gamma van nivelleeraccessoires.
1 | Een gevarieerd gamma van nivelleeraccessoires.

Hoewel nivelleeraccessoires reeds vele jaren op de markt beschikbaar zijn, kent het gebruik ervan slechts sinds kort een enorme groei. Intussen werden er tientallen verschillende types ontwikkeld. Al deze systemen steunen op hetzelfde principe en dit, ongeacht of ze uit één of meerdere onderdelen bestaan (clips, wiggen, kapjes of draaistukken; zie afbeelding 1): door de systemen op te spannen, worden de zichtzijden van de tegels op gelijke hoogte gebracht en worden de hoogteverschillen verminderd. Deze systemen kunnen zowel op wanden (zie afbeelding 2) als op vloeren toegepast worden en vinden vooral bijval bij parket­imitatie (zie afbeelding 3) en zeer grote keramische tegels. Ze laten echter niet toe om tegels met te grote vlakheidsafwijkingen te verwerken.

Toepassing van een nivelleersysteem met draaistuk op een douchewand.
2 | Toepassing van een nivelleersysteem met draaistuk op een douchewand.
Toepassing van een spiesysteem op een parketimitatie.
3 | Toepassing van een spiesysteem op een parketimitatie.

Bij de plaatsing wordt het voetje van de clip in het lijmbed onder de tegel geschoven. Vervolgens wordt de aanliggende tegel door de tegelzetter geplaatst en op hoogte gebracht en wordt het spanstuk – al dan niet met behulp van een tang – aangebracht en aangetrokken. Het zichtbare deel van de clip wordt 24 uur na de plaatsing verwijderd door het uit te trekken met een tang of door een krachtige beweging met de voet of een kunststof hamer in de lengterichting van de voeg.

'
Nivelleeraccessoires hebben niet als oogmerk om gebeurlijke gebreken in de ondergrond weg te werken.

Aandachtspunten

We willen er in de eerste plaats op wijzen dat nivelleeraccessoires niet als oogmerk hebben om gebeurlijke gebreken in de ondergrond weg te werken. De ondergrond moet dus steeds voldoende vlak zijn, zeker voor XL- en XXL-tegels (zie de WTCB-Dossiers 2015/3.12). Het gebruik van een nivelleersysteem impliceert bovendien evenmin dat de afgewerkte betegeling sowieso aan de ‘strenge’ tolerantieklasse zal beantwoorden. Hiervoor moeten immers ook de ondergrond en de tegels aan bijkomende eisen voldoen.

Het lijmbed moet voldoende dik zijn (na aandrukking minstens 4 mm), zodat de voetjes van de clips er volledig in ingebed kunnen worden. Het type lijmkam dient gekozen te worden in functie van het tegelformaat, de ondergrond, het nivelleersysteem en het lijmtype. Recente hechtproeven hebben overigens aangetoond dat deze clips nagenoeg geen invloed hebben op de hechting van de tegel.

De voegbreedte moet aangepast worden aan de dikte van de clips (1 mm tot 5 mm), rekening houdend met de minimale voegbreedte (minstens tweemaal de minimale dimensionale tolerantie van de tegel). Om een goede rechtlijnigheid en een regelmatige voegbreedte te bekomen, is het echter afgeraden om clips te gebruiken waarvan de breedte niet overeenkomt met minstens tweemaal de dimensionale tolerantie van de tegels.

Bij het aanspannen van het systeem dient de tegelzetter er eveneens op toe te zien dat de tegels niet verschuiven en de voeg zich niet opent.

'
Door het nivelleeraccessoire op te spannen, worden de zichtzijden van de tegels op gelijke hoogte gebracht en worden de hoogteverschillen verminderd.
De nivelleersystemen zijn niet bedoeld om grote vlakheidsafwijkingen in de tegels weg te werken. Door de tegels te vervormen, ontstaan er hierin immers interne spanningen die de duurzaamheid van de hechting op langere termijn in het gedrang kunnen brengen.

Ook de consistentie van de tegellijm heeft een invloed op het eindresultaat. Zo bestaat er bij een te soepele lijm een risico op het omhoogkomen van de lijm in de voegen, terwijl een te stijve lijm meer weerstand biedt tegen de kracht die op de tegel uitgeoefend wordt. In dit laatste geval is de kans groter dat de eerstgeplaatste tegel omhooggetrokken wordt en de lijmlaag onder de tegel loskomt.

Ter hoogte van de clips en de span­stukken is het moeilijk om de tegellijm die tijdens de plaatsing in de voegen omhoogkomt, te verwijderen. Bovendien bemoeilijken verharde lijmresten het verwijderen van de clips, het opvoegen van het tegelwerk en de reiniging na de plaatsing.

Tot slot dient men voorzichtig te werk te gaan bij de toepassing van nivelleersystemen bij dunne tegels (< 5 mm), vermits deze laatste gemakkelijk doorbuigen. Ook het plaatsen van de clips op de hoeken van de tegels is afgeraden, aangezien er bij het aanspannen hoekbreuk zou kunnen optreden.
T. Vangheel, ir., adjunct-laboratoriumhoofd, laboratorium Ruwbouw- en afwerkingsmaterialen, WTCB