Waterdichting van inloopdouches in eengezinswoningen

De term inloopdouche dekt alle douches zonder drempel of met een drempel met zeer beperkte hoogte (max. 2 cm). De ondergrond bestaat doorgaans uit een dekvloer, betegelbare bouwplaten of een geprefabriceerde douchebak. Dergelijke douches hebben definitief hun plaats veroverd in de moderne badkamer. In dit artikel wordt dieper ingegaan op de manier waarop de waterdichting ervan tot stand gebracht moet worden.

1. Waterdichting: aandacht voor de details!

Voor betegelde inloopdouches mag er niet gerekend worden op de waterdichtheid van de betegeling. De ondergrond moet steeds beschermd worden tegen een mogelijke vochtindringing via de vloer, de verticale wanden en de aansluitingen. Zelfs bij gebruik van plaatsings- en voegproducten met een hoge waterbestendigheid, zoals lijmen van het type R volgens de norm NBN EN 12004 en voegmiddelen van het type RG volgens de norm NBN EN 13888, kan het risico op een vochtinfiltratie via de scheurtjes tussen de tegels en het voegmateriaal nooit volledig uitgesloten worden.

De wijze waarop de douchewanden, de douchevloer en hun onderlinge aansluitingen waterdicht gemaakt moeten worden, is voornamelijk afhankelijk van de opbouw van de inloopdouche. In de volgende paragrafen bespreken we de drie belangrijkste types.

1.1. Inloopdouches met betegelbare bouwplaten

De bouwplaten die als ondergrond dienen voor de betegeling van de inloopdouche moeten verwerkt worden volgens de richtlijnen van de fabrikant. Daar waar de platen zelf normaal gesproken over een toereikende intrinsieke waterbestendigheid beschikken, is dit niet het geval voor de aansluitingen en de voegen tussen de platen. Voor de onderlinge aansluiting van de platen wordt er in de regel gebruikgemaakt van lijmkitten. Om de voegen tussen de platen waterdicht af te werken, wordt er dan weer voornamelijk teruggegrepen naar afdichtingsbanden. Het is van groot belang dat de afdichting gebeurt met de juiste producten. Dit geldt zowel voor wat de aansluitingen tussen de bouwplaten en de badkamervloer betreft, als voor wat de aansluiting aan de afvoer, de aansluitingen tussen de bouwplaten en de verticale wanden en de aansluitingen tussen de wanden onderling aangaat. Het strekt dan ook tot aanbeveling om zijn toevlucht te nemen tot bouwplaten, afdichtingsbanden, afdichtingshoeken en lijmen die deel uitmaken van eenzelfde systeem waarop de fabrikant garanties biedt.

1.2. Inloopdouches met een geprefabriceerde douchebak

Voor het waterdicht maken van inloopdouches met een geprefabriceerde douchebak gelden dezelfde aanbevelingen als voor de afdichting rondom badkuipen. Men dient erop toe te zien dat de waterdichting van de wanden rondom de douchebak goed op de douchebak aansluit. Zodoende kan men voorkomen dat het afstromende water tussen de douchebak en de wand zou terechtkomen. De voeg tussen de douchebak en de wand kan op verschillende manieren afgedicht worden: met een profiel of met een rugvulling die verder afgewerkt wordt met een soepele voegkit. Indien de douchebak fabrieksmatig voorzien werd van een voorverlijmde afdichtingsdoek (een wachtslab), dient deze verbonden te worden met de waterdichting van de verticale wand.

1.3. Inloopdouches met een betegelde dekvloer

Om de ondergrond bij dit type inloopdouche tegen vochtinfiltraties te beschermen, zijn er verschillende types producten voorhanden. Deze komen uitgebreid aan bod in de WTCB-Dossiers 2010/2.11. Daarnaast zijn er tegenwoordig ook een aantal andere innovatieve materialen zoals gespoten, vernevelde en/of zelfklevende waterdichtingsproducten op de markt te vinden.

1 | Aanbrengen van een vloeibaar afdichtingsproduct. (Bron: Peter Goegebeur)


2 | Aanbrengen van afdichtingsbanden
op kritieke plaatsen. (Bron: Blanke)
Indien er gewerkt wordt met een vloeibaar aangebrachte of pastavormige waterafdichting (zie afbeelding 1), dient men de kritieke plaatsen (bv. ter hoogte van de hoeken en rondom de kranen en afvoeren) na het drogen van de primer te voorzien van afdichtingsbanden (zie afbeelding 2), voorgevormde hoeken, moffen of manchetten. Pas daarna kan men overgaan tot het aanbrengen van het waterdichtingssysteem over het hele oppervlak.

Ook indien het waterdichtingssysteem van de inloopdouche uit membranen bestaat, vormt de aansluiting met de aanliggende bouwdelen een kritiek punt. In dit geval wordt het membraan veelal in de lijmlaag op vloer aangebracht en hierin aangedrukt. Vervolgens worden de randen van het membraan tot ongeveer 10 cm boven de afgewerkte betegeling opgetrokken, waardoor er als het ware een kuip gevormd wordt. Daarna worden de membranen op de wanden aangebracht, waardoor ze dakpansgewijs bovenop het opgetrokken vloermembraan komen te liggen.

Een alternatieve techniek bestaat erin om eerst de wanden en de vloer waterdicht te maken en vervolgens over te gaan tot het plaatsen van kimbanden en voorgevormde hoeken ter hoogte van de aansluitingen tussen de vloer en de wanden.

Ook de aansluiting tussen de dekvloer en de afvoer verdient bijzondere aandacht. De vloer rondom de afvoerput of de afvoergoot wordt in de regel waterdicht gemaakt met behulp van een pasta of een membraan en een geschikte lijm. Er bestaan ook doucheafvoeren met vloer- of muurflenzen waarop het waterdichtingssysteem aangebracht kan worden.

2. Bijkomende aandachtspunten voor de opbouw en de afwerking

Om de correcte plaatsing van de douche­afvoer te kunnen waarborgen, moet er steeds een minimale dekvloerhoogte aanwezig zijn. De dekvloer moet immers niet alleen het waterslot – dat bij voorkeur minstens 5 cm hoog is – kunnen herbergen, maar dient tevens voor het inwerken van de horizontale afvoerleidingen die met een helling van 1 % geplaatst worden en ook grote debieten (regendouche) moeten aankunnen. Een te kleine doucheafvoer kan leiden tot een overstroming van de doucheruimte. Het afvoersysteem moet bovendien regelmatig gereinigd worden om verstoppingen te voorkomen. In de norm NBN EN 1253-1 omtrent afvoerputten voor gebouwen worden onder meer de minimale debieten vermeld die afgevoerd moeten kunnen worden. Bij gebruik van een vloerkolk die in overeenstemming is met deze norm zou het door de douchekop geproduceerde debiet in principe correct afgevoerd moeten kunnen worden.

De dekvloer en de betegeling zouden een minimale helling van 1,5 % in de richting van de doucheafvoer moeten vertonen om een gebeurlijke waterstagnatie op de tegels te vermijden.

3. Afwerkingsmaterialen

De keuze van de muur- en vloerafwerkingsmaterialen is dikwijls in de eerste plaats een esthetische kwestie. Voor inloopdouches – en dan vooral voor de douchevloer – dient men er echter ook op toe te zien dat deze materialen geschikt zijn voor gebruik in vochtige ruimten. Het komt erop neer dat de muur- en vloerafwerking onderhoudsvriendelijk, slipvast, weinig waterabsorberend en spatbestendig moet zijn. Mozaïek, keramische tegels en natuursteen zijn in deze context de materialen bij uitstek. De specifieke aandachtspunten bij deze materialen zullen in de lange versie van dit artikel aan bod komen.


Volledig artikel


T. Vangheel, ir., adjunct-laboratoriumhoofd, laboratorium Ruwbouw- en afwerkingsmaterialen, WTCB
D. Nicaise, dr. wet., laboratoriumhoofd, laboratorium Mineralogie en microstructuur, WTCB