Het Technische Comité BIM & ICT staat paraat

Er bestaat vandaag de dag geen enkele twijfel meer over het nut van de digitale technologieën in de bouwsector en dit, ongeacht de rol van het bedrijf of zijn omvang. Deze ingrijpende verandering belangt iedereen aan.
Alle actoren hebben baat bij de kansen die deze digitale technologieën te bieden hebben. De gebruiker dient hierbij echter centraal gesteld te worden. Zo moeten de digitale hulpmiddelen en BIM zich aan iedereen aanpassen met het oog op kwaliteit en efficiëntie.

Het WTCB, dat in België een sleutelrol speelt in de digitalisering, richt zich tot zijn Technische Comités om in samenwerking met hun leden vast te leggen hoe men acties en projecten op poten kan zetten die aan de huidige en toekomstige behoeften van de bedrijven beantwoorden. Het Technische Comité BIM & ICT vormt de spil van deze dynamiek. De bouwprofessionelen die er deel van uitmaken hebben de vijf hoofdthematieken bepaald en voor elk ervan werd er een werkgroep opgericht: classificatie, uitwisselingsprotocollen, e-catalogus, juridische aspecten (Confederatie Bouw) en, tot slot, opleidingen en competentieprofielen. Voor al deze thematieken kan het Technische Comité steunen op de twee projecten die het, naast het VIS-traject ‘BIM’ (zie kader), opgestart heeft.

VIS-traject ‘BIM’

BIM - Building Information ModellingDit VIS-traject, met de steun van het VLAIO en in samenwerking met de ORI (Organisatie van de advies- en ingenieursbureaus), de NAV (Netwerk Architecten Vlaanderen), de VCB (Vlaamse Confederatie Bouw) en het WTCB, heeft tot doel om aan de hand van infosessies en workshops de bouwprofessionelen – aannemers, architecten, advies- en ingenieursbureaus ... – meer vertrouwd te maken met BIM en hen ertoe aan te zetten om het in de praktijk toe te passen.

Zo’n 400 bouwprofessionelen hebben reeds deelgenomen aan de infosessies die in Gent, Leuven en Antwerpen plaatsgevonden hebben en aan de workshops die in Heusden-Zolder, Antwerpen en Gent doorgegaan zijn. Tijdens het komende slotevent zullen de resultaten van deze workshops toegelicht worden en zullen allerlei andere BIM-gerelateerde activiteiten plaatsvinden. Hierop worden nog eens een honderdtal deelnemers verwacht.


CODECDeze prenormatieve studie, die op federaal niveau mede gefinancierd wordt door de FOD Economie, heeft tot doel om een geharmoniseerd communicatiekader (een woordenschat) uit te werken voor de gedigitaliseerde bouwsector en dit, dankzij de opstelling van normen en standaarden die de uitwisseling van digitale bestanden (tussen de architect en de calculator, de ontwerper en de aannemer ...) mogelijk maken zonder verlies van informatie. Deze studie zal, op basis van het digitale model, bovendien ook geautomatiseerde methoden voor een reglementaire controle voor de bouw (bv. akoestiek, toegankelijkheid ...), het onderhoud en de renovatie van gebouwen ontwikkelen.

Cluster BIM In dit project, dat mede gefinancierd wordt door het VLAIO, werken een vijftigtal bedrijven samen met als oogmerk om de samenwerking met de bouwprofessionelen te optimaliseren. Op technologisch vlak streven ze naar de ontwikkeling van BIM-compatibele producten, zoals databanken of gebruiksklare tools of de stimulering hiervan.

In het kader van de Europese normalisatie, fungeert het WTCB eveneens als sectorale operator en verantwoordelijke van de spiegelcommissie voor het CEN TC 442 BIM. Het Centrum neemt dus actief deel aan de in de diverse werkgroepen genomen beslissingen om de creatie van een Europees geharmoniseerd uitwisselingskader te vergemakkelijken.

Uit het digitale model zouden beroepsgebonden visualiseringen en gegevens onttrokken kunnen worden die op hun beurt gelinkt zouden kunnen worden met databanken, rekentools of simulatietools, dan wel gekoppeld aan informatie met betrekking tot de regels van de kunst.
Uit het digitale model zouden beroepsgebonden visualiseringen en gegevens onttrokken kunnen worden die op hun beurt gelinkt zouden kunnen worden met databanken, rekentools of simulatietools, dan wel gekoppeld aan informatie met betrekking tot de regels van de kunst.

Een onmisbare ‘beroepsgebonden’ aanpak

Bouwen of verbouwen draait in de eerste plaats om vakkundigheid en knowhow. BIM en de digitalisering moeten ten dienste staan van de bouwprofessioneel ter vergemakkelijking van zijn taak. Dit naar analogie met de ergonomie en de functionaliteiten van de huidige bouwplaatstools en -machines, die op maat ontwikkeld werden om te beantwoorden aan de behoeften van de gebruikers. BIM moet hem in staat stellen om zijn bouwwerk virtueel op te trekken. Zo kan hij de uitvoering op de werf beter voorbereiden en de rest van de levenscyclus (onderhoud, renovatie, afbraak) beheren. Een goed gedocumenteerd digitaal model (waarvan de 3D-voorstelling van het project het meest zichtbare deel is) bevat al de nodige informatie om de gewenste studies en reglementaire controles (bv. stabiliteit, akoestiek, warmte, brand ...) uit te kunnen voeren. De verschillende bouwprofessionelen kunnen hieruit eveneens de nodige gegevens afleiden om hun meetstaten en prijsoffertes op te maken, hun bestellingen te plaatsen en de werf voor te bereiden en uit te voeren. Deze ‘visualiseringen’ en beroepsgebonden gegevens moeten steeds aan hun noden beantwoorden (en niet onnodig overladen zijn). Hiertoe dient men echter wel vast te leggen welke informatie men precies nodig heeft, wanneer deze afgeleid of gecommuniceerd moet worden, wie hiervoor verantwoordelijk is en in welk formaat dit moet gebeuren. Het is de taak van de Technische Comités van het WTCB om concrete antwoorden op deze vragen te formuleren. Hiervoor kunnen ze hun inspiratie halen uit de reeds ontwikkelde beroepsgebonden tools, zoals Roof IT voor de dakwerkers of CaroLine voor de tegelzetters.

We beschouwen hier het voorbeeld van de dakwerker. Hij hoeft enkel over een visualisering van het dak te beschikken (dat afgeleid wordt uit de globale visualisering van het gebouw) en de hoogte en de werfomstandigheden (bv. toegankelijkheid) te kennen. Hij kan eveneens gebaat zijn bij informatie over de algemene architectuur van het bouwwerk, om te weten of er stellingen tegen de gevel geplaatst moeten worden, en bij bepaalde details (hoekkepers, nokpannen, breuklijnen ...), om het aantal speciale dakpannen te berekenen in functie van het gekozen model. Verder moet hij ook de ligging en de aard van de dakvensters, de schoorstenen en de overige doorboringen kennen, die eventueel door middel van specifieke kleurcodes aangeduid kunnen worden. De met deze elementen verbonden hoeveelheden (oppervlaktes, lengtes) moeten eveneens aan de dakwerker meegedeeld worden en aangepast worden volgens de eigenschappen van de gekozen dak- of leipan. Ook de regenwaterafvoervoorzieningen (goten, afvoerbuizen) kunnen weergegeven worden om hun tracé, aantal en het type aansluitingsstukken te kennen. Aan de hand van deze informatie zal de aannemer vervolgens zijn prijsofferte kunnen opstellen in een formaat dat bijvoorbeeld overgezet kan worden naar de calculatiepakketten. Het is eveneens mogelijk om de visualisering van het dak te voorzien van texturen om een meer getrouw beeld te bekomen (voor de klant).

Het WTCB zal zich de komende maanden, met de steun van de bouwprofessionelen uit de Technische Comités, dus toeleggen op de definiëring van de gewenste ‘beroepsgebonden’ visualiseringen en gegevens, evenals op de hiervoor vereiste uitwisselingsprotocollen.

De databanken als informatiebronnen

Zoals hierboven reeds vermeld werd, kan het gebruik van de BIM-technologie vergemakkelijkt worden door software te ontwikkelen die een meerwaarde biedt voor de diverse bouwberoepen (bv. meetstaat, prijsberekening, planning …) en die toelaat om bepaalde technologische prestaties te berekenen (bv. thermische en akoestische isolatie, bezonning …) of om reglementerings-aspecten te controleren.

De informatie waarover de bouwprofessioneel dient te beschikken om dergelijke applicaties correct te laten werken, is afhankelijk van de beoogde doelstellingen en de projectfasen (ontwerp, uitvoering, as built …). Het principe berust er echter op dat er een databank met technische gegevens van de objecten en elementen gecreëerd wordt die het geometrische BIM-model aanrijkt. Hoewel het mogelijk is om deze informatie voor elke toepassing telkens handmatig in te voeren, blijft dit uiteraard bijzonder omslachtig. Het gebruik van BIM-compatibele databanken zou dit proces aanzienlijk kunnen versnellen en invoerfouten vermijden. Door deze manier van werken moet alle noodzakelijke technische informatie immers slechts eenmaal aan het object toegekend of ‘gelinkt’ worden, waarna ze voor alle applicaties gebruikt kan worden.

'
Het WTCB zal zich de komende maanden, met de steun van de bouwprofessionelen uit de Technische Comités, toeleggen op de definiëring van de gewenste ‘beroepsgebonden’ visualiseringen en gegevens, evenals op de hiervoor vereiste uitwisselingsprotocollen.

Naargelang van het bouwproces zijn er hiervoor verschillende soorten databanken nodig. Zo dient men in de uitvoeringsfase en bij de aanbesteding een beroep te doen op databanken met de technische gegevens van commercieel beschikbare producten. In de ontwerpfase maakt men daarentegen eerder gebruik van generieke technische prestatiegegevens.

Er heerst momenteel heel wat discussie omtrent de aan te leveren informatie, de projectfase waarin dit moet gebeuren, de formaten waaraan deze informatie moet beantwoorden en het betrouwbaarheidsniveau ervan. Bijgevolg dient er hiervoor een geharmoniseerd kader vastgelegd te worden om de uitwisseling van de informatie tussen de verschillende partijen te optimaliseren. De noden en wensen van elke beroepstak zullen eveneens geïdentificeerd worden met de steun van de betrokken Technische Comités.

We willen erop wijzen dat er op Europees niveau reeds vele acties aan de gang zijn en verschillende commerciële systemen bestaan. Zo wordt er binnen het CEN TC 442 (WG4) gezocht naar een methode om tot een correcte, geharmoniseerde en eenduidige beschrijving van de technische informatie te komen (bv. wat de technische gegevens betreft …). Daarnaast moet er ook aandacht besteed worden aan de juridische aspecten. Wie is er verantwoordelijk voor de aangeboden informatie? Hoe kan men binnen tien jaar nog de link leggen met technische informatie die misschien niet meer beschikbaar is (de ‘historische band’)?

Een mogelijke oplossing kan erin bestaan om deeldatabanken te ontwikkelen die door de fabrikant zelf en onder zijn juridische verantwoordelijkheid ingevuld worden. De hierin gebruikte technische gegevens en details moeten echter wel voldoen aan de door het CEN TC 442 vastgelegde vereisten. De aldus ter beschikking gestelde informatie zou dan aan een centrale databank gekoppeld kunnen worden die raadpleegbaar is via het internet.

Om het probleem inzake de ‘historische band’ op te lossen, zou men een lokale databank aan het BIM-model van de specifieke projecten kunnen koppelen, waardoor de aan de objecten toegekende informatie beschikbaar blijft in de tijd. Aan deze objecten worden dan links met de databank toegevoegd.

Naar een BIM ready-TechCom

Het WTCB streeft ernaar om, uitgaande van de huidige TechCom-databank (www.techcom.be), een BIM ready-databank te ontwikkelen die niet alleen de huidige technisch-commerciële informatie bevat, maar ook beproefde technische gegevens die bijvoorbeeld in de technische goedkeuringen vermeld worden of die volgens de referentienorm beproefd werden in een erkend laboratorium (bv. de warmtegeleidingscoëfficiënt van een isolatiemateriaal). Deze databank heeft dus als oogmerk om een aanvulling te vormen op de door de fabrikanten ontwikkelde databanken.