Verf en soepele vloerbekledingen 2005/01.08

Net zoals in de meeste andere takken van de bouwsector wordt in dit domein steeds meer aandacht besteed aan de bescherming van het milieu. Dit leidt tot talrijke innovaties, zowel met betrekking tot de producten als hun uitvoering.

Verven

De verschillende schadegevallen als gevolg van de beperkte rek van harde verfsoorten hebben geleid tot de ontwikkeling van copolymeren. Verfsoorten met een grote hardheid en rek worden vooral toegepast op houten ondergronden, ter verbetering van hun bestandheid tegen vervormingen en schokken.

Een innovatie in volle ontwikkeling is het gebruik van harde hybride verfsoorten met een grote rek, dankzij de toevoeging van colloïdale anorganische elementen tijdens de organische fase van de verf. Deze producten maken het voorwerp uit van het onderzoek 'Nanogestructureerde verven op waterbasis voor hout', dat gevoerd wordt door het CoRI (Coatings Research Institute), in samenwerking met het WTCB en met de financiële steun van het Vlaamse Gewest.

De volgende jaren worden op het gebied van verven nog ingrijpendere innovaties verwacht. Dit is voornamelijk te wijten aan de verschijning van Richtlijn nr. 2004-42/CE van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004. Deze streeft naar de beperking van de emissies van vluchtige organische stoffen (VOS), tengevolge van het gebruik van organische oplosmiddelen in bepaalde vernissen en verven. Voor water- en solventgedragen verven legt deze richtlijn een maximaal VOS-gehalte op, dat uiterlijk in 2010 niet meer mag overschreden worden. De eerste streefdatum werd vastgesteld op 31 december 2007 (zie tabel). De chemische verfindustrie zal dus nieuwe producten moeten ontwikkelen.

Maximale VOS-gehalte voor een aantal verven en vernissen.

Het CoRI heeft daarom het onderzoeksproject 'Decoratieve verven die vernetten onder invloed van zichtbaar licht - RETISIS', dat gevoerd wordt in samenwerking met het WTCB, ingediend bij het Vlaamse Gewest. Dit project beoogt de ontwikkeling van een nieuwe watergebonden verf (latex) waarin de coalescerende agentia vervangen worden door elementen die vernetten onder invloed van zichtbaar licht, zodat het VOS-gehalte daalt. Het WTCB zal het gedrag van deze verfsoort bestuderen onder extreme temperaturen en op verschillende ondergronden. Daarnaast zal ook de duurzaamheid ervan onderzocht worden.

Soepele vloerbekledingen

De laatste jaren werden talrijke Europese normen (meer dan twintig) gepubliceerd waarmee men soepele vloerbekledingen kan indelen in categorieën. Deze documenten zullen weldra de verschillende bestaande classificatiesystemen vervangen : UPEC, ICCO, QUALI-SOL, …

Er zijn ook nieuwe producten op de markt verschenen, zoals bijvoorbeeld linoleumgebonden vloerbekledingen op een houten ondergrond (MDF of HDF) en polyolefinegebonden vloerbekledingen met een laag chloorgehalte. De milieucontroverse omtrent de toepassing van chloor heeft ertoe geleid dat ook het gebruik van vloerbekledingen van PVC in vraag gesteld werd. De industrie heeft hierop ingespeeld met de ontwikkeling van een vloerbekleding met een chloorarm bindmiddel : de soepele polyolefinegebonden vloerbekleding met een laag chloorgehalte.

De gebruiksvoorwaarden, de plaatsing en het ontwerp van deze vloerbekledingen lijken op deze van PVC-vloerbekledingen. Ze hebben echter doorgaans een minder goede slijtsterkte. Ze vertonen bovendien een aantal eigenschappen die hun plaatsing bemoeilijken (zwelling in aanwezigheid van bepaalde lijmen, minder goede hechting, dimensionale schommelingen onder invloed van temperatuursverschillen, …).